Beter leren door beweging?

Kennisrotonde | bijgewerkt op 13 juni 2016

Presteren kinderen beter door ‘bewegend leren’?

Wat weten we?

Het integreren van fysieke activiteiten en leertaken, bijvoorbeeld springen terwijl je bezig bent met automatiserings- en herhalingsopdrachten, lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van basisschoolleerlingen.

Onderzoek naar het effect van fysiek actieve reken- en taallessen laat zien dat basisschoolleerlingen direct na deze lessen meer gericht zijn op hun taak en dat hun reken- en spellingsvaardigheden verbeteren. Door bewegen vinden acute en structurele veranderingen plaats in de hersenstructuur. Deze hebben een positief effect op de executieve cognitieve functies van een kind (zoals planning, besluitvorming en bijsturing van gedrag) en – vermoedelijk – ook op diens aandacht en concentratie.

Een hard en definitief bewijs voor een positieve invloed op de lange termijn is (nog) niet gevonden.

Dat ‘bewegend leren’ een positieve invloed heeft op het leren werd in de Verenigde Staten aangetoond voor het programma Physical Activity Across the Curriculum (PAASC), waarbij basisschoolleerlingen anderhalf uur per week bewegend leren en hun prestaties op rekenen, lezen en schrijven hierdoor verbeterden.

In Nederlands wetenschappelijk onderzoek zijn positieve effecten gevonden van het programma Fit & Vaardig op school. Het gaat hier om matig tot intensieve bewegingen die gecombineerd worden met automatiserings- en herhalingsopdrachten van taal en rekenen. Voorlopige resultaten gebaseerd op metingen gedurende twee jaar laten zien dat direct na fysiek actieve taal- en rekenlessen kinderen meer gericht zijn op hun taak. Ook laten de metingen zien dat fysiek actieve reken- en taallessen de reken- en spellingsvaardigheden van leerlingen verbeteren. Op de leesvaardigheid is echter geen effect zichtbaar.

Relatie tussen bewegen en schoolprestaties is complex

Recentelijk is door het Mulier Instituut een overzichtsstudie gedaan naar de relatie tussen sport en bewegen enerzijds en schoolprestaties anderzijds. Dit blijkt een complexe relatie te zijn. Sterke aanwijzingen voor een rechtstreekse relatie tussen bewegen en leerprestaties worden niet gevonden, de invloed op schoolprestaties verloopt vermoedelijk via effecten op de hersenstructuur, executieve functies, en verbeterde aandacht en concentratie.

In de overzichtsstudie werd in de eerste plaats bewijs gevonden voor een positieve relatie tussen fysieke activiteit, hersenstructuur en executief functioneren (cognitieve functies die nodig zijn bij planning en besluitvorming, bijsturing en foutencorrectie van gedrag, nieuwe vormen van gedrag en bij het inschatten van moeilijke situaties).

Verscheidene studies leveren krachtig bewijs dat door bewegen acute en structurele veranderingen in de hersenstructuur plaatsvinden die een positief effect hebben op executieve cognitieve functies. Beweging waar je goed bij moet nadenken, zoals complexe vormen van beweging, of bewegen in een uitdagende omgeving, heeft meer verbetering tot gevolg dan simpele fysieke activiteit. Dit onderzoek geeft nog geen inzicht in bijvoorbeeld welk type beweegactiviteiten de beste resultaten opleveren, en hoe lang of hoe intens deze moeten worden uitgevoerd.

Meer weten?

Lees hier het antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen en suggesties voor mensen die meer willen weten.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Gitta Snijders en Anne Luc van der Vegt.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.