Binnen- en buitenschools leren verbinden

KNOW | bijgewerkt op 06 mei 2013

Leerlingen leren niet alleen binnen, maar ook buiten de school, bijvoorbeeld tijdens stages en buitenlandse excursies. Het rendement van dat leren hangt af van de voorbereiding op school en de reflectie op de opgedane ervaringen. Van scholen vraagt dit sturen op twee aspecten: het organiseren van de buitenschoolse leerervaring met het contact met de buitenschoolse partners en het sturen op de binnenschoolse activiteiten: de voorbereiding en de reflectie daarop. Hoe kunnen scholen dit optimaliseren?

Wat weten we?

Er zijn veel vormen van buitenschools leren, zoals de inzet van projecten in opdracht van externen (ook wel levensecht leren genoemd), maatschappelijke en beroepsstages (waaronder Loopbaanoriëntatie en beroep) en (buitenlandse) excursies. Buitenschools leren verhoogt de motivatie van de leerlingen. Het rendement van buitenschools leren hangt mede af van de visie die de school heeft (Beek, 2007), de manier waarop de school doelen aangeeft, de leerling voorbereidt (plannen laat maken) en laat reflecteren op het buitenschools gebeuren (Bekkers, 2010, Duvekot, 2010). Dit reflecteren gaat niet vanzelf (Onderwijsraad, 2009). Aspecten hiervan zijn dat er voldoende tijd wordt ingeruimd en dat docenten geschoold zijn in het voeren van dergelijke gesprekken.

Scholen besteden relatief veel tijd aan het onderhouden van de netwerken en de organisatie van de activiteiten zelf. Ze zijn vooral gericht op het ‘goed laten lopen’ van de activiteiten. Ze zijn zich nog minder bewust van de doelen die ze ermee nastreven (cognitieve of affectieve doelen) waardoor reflectie en beoordelen door elkaar dreigen te lopen en de reflectie zelf moeizaam van de grond komt (Hogeboom, 2011).

Buitenschools leren betekent ook samenwerken met partners. Voor deze samenwerking onderscheidt Kaats (2005) vier grondvormen:

  • transactioneel: het optimaliseren van processen in de keten; spreek af wie wat doet
  • functioneel: samen met partners een gemeenschappelijke dienst opzetten
  • verkennend: leren met en van elkaar, kenniskringen
  • ondernemend: samen met een partner een gezamenlijk programma opzetten en samen uitvoeren

Het helder hebben van de grondvorm van samenwerking kan helpen de processen te optimaliseren.

Dat betekent voor de praktijk

Tips:

  • Zorg dat je als school de doelen van de activiteiten helder hebt; met daarbij het onderscheid tussen cognitieve en de affectieve doelen. Reflecteer daarbij ook op de affectieve doelen
  • Monitor intern zowel op de uitvoering en organisatie als op het bereiken van de doelen
  • Plan tijd in voor het leerlingen leerdoelen laten formuleren en het reflecteren daarop
  • Train waar nodig degenen die de reflectiegesprekken voeren
  • Samenwerken heeft twee componenten: de samenwerking met de externe partijen en de doorwerking van de samenwerking binnen de eigen organisatie. Bewaak beide componenten
  • Wees helder in de verwachtingen die je hebt van de buitenschoolse partner(s), communiceer dit goed. Doe dit ook schriftelijk (een flyer, een portfolio, afsprakenlijstje) als je bij de externe partner met meerdere lagen in een organisatie te maken hebt
  • Onderhoud voldoende contact met de buitenschoolse partners op de juiste niveaus: niet alleen organisatorisch maar ook op visie en gemeenschappelijke belangen
  • Heb helder welke grondvorm van samenwerking je nastreeft en optimaliseer in eerste instantie binnen deze grondvorm

Handreikingen

De publicaties bevatten praktijkbeschrijvingen en adviezen.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.