Burgerschapsvorming in school

KNOW | bijgewerkt op 04 juni 2013

In dit artikel zijn onderzoek, inzichten en handreikingen verzameld over de invulling van burgerschapsvorming op school. Er is nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, wel zijn er combinaties van ontwikkel- en onderzoeksactiviteiten. De inzichten en handreikingen benadrukken in het algemeen de samenhang tussen kennisontwikkeling, reflectie van leerlingen op hun eigen waarde(n)vorming, en actieve bijdragen aan de schoolgemeenschap. En de rol van de leraar blijkt cruciaal.
Drie kinderen leggen hun hand op een wereldbol

Sinds 2006 hebben scholen de wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming. Zij mogen deze opdracht zelf invullen, maar moeten er wel verantwoording over afleggen. De regeling hierover heet ‘Bevordering actief burgerschap en sociale integratie’. De beide begrippen zijn uitgelegd als ‘de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren’ en ‘sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties’. Deze omschrijving valt ongeveer samen met de hoofdopdracht van de school: ‘toerusting tot participatie in de samenleving’. Wat geldt voor deze hoofdopdracht – zoals aangeduid in School en Omgeving – geldt dan ook bij uitstek voor burgerschapsvorming. De school doet en kan het niet alléén, het gaat om de verhouding tussen binnen- en buitenschoolse vormingsprocessen. Ook daarom is het belangrijk dat scholen hun invulling van burgerschapsvorming expliciteren en verantwoorden. Dat geeft aanknopingspunten voor afstemming en eventuele samenwerking met ouders en andere medeopvoeders in de omgeving.

Zie aanvullend ook Burgerschapsvorming in school en omgeving.

Wat weten we?

Onderzoek, onder andere van de Onderwijsinspectie, geeft aan dat burgerschapsvorming op school in Nederland nog stagneert; dat zowel het burgerschapsonderwijs als een aantal burgerschapscompetenties bij leerlingen hier minder ontwikkeld zijn dan in een aantal andere Europese landen; dat de wetgeving te wensen overlaat en dat er nog weinig effectieve methoden voorhanden zijn. Uit het schaarse onderzoek naar specifieke aanpakken blijkt dat de competenties van leerkrachten in elk geval cruciaal zijn voor het welslagen.

Overzichtspublicaties

De Onderwijsraad (2012) constateert dat het burgerschapsonderwijs op de meeste scholen onvoldoende ontwikkeld is. De raad baseert dit zowel op een hieronder aangehaald verslag van de inspectie over 2009-2010, als op ondergenoemde bundel van Pechar e.a. (2010), en andere onderzoeken die in het advies zelf worden aangehaald. Zo laten de ppon-resultaten (periodieke peilingen onderwijsresultaten van het Cito) zien dat een groot deel van de leerlingen in groep 8 van de basisschool (speciaal basisonderwijs inclusief) het voor die leeftijd gewenste niveau van burgerschap niet bereikt. Een studie van de IEA (International Association for the Evaluation of Educational Achievement) laat zien dat Nederlandse leerlingen van 14 jaar relatief laag scoren op het gebied van burgerschapskennis. De raad verbindt aan de onderzoeken ook een aantal aanbevelingen (zie hieronder bij ‘Dat betekent voor de praktijk’).

De Inspectie van het Onderwijs (2011) constateert dat de ontwikkeling van burgerschapsonderwijs stagneert. Nog slechts weinig scholen ontwikkelen doelen en leerlijnen voor burgerschapsvorming; het blijft vaak bij incidentele activiteiten en projecten.

In de rapportage van Verhoeven, S. (2012) zijn zowel theoretische perspectieven en visies op burgerschap en burgerschapsvorming geïnventariseerd, als ontwikkel- en onderzoeksprojecten rondom burgerschapsvorming: in de LPC [landelijke pedagogische centra], in de wetenschap, in andere onderwijsadviesbureaus, in samenwerkingsprojecten (bijvoorbeeld Alliantie Burgerschap). Geprobeerd is te komen tot een overzichtskader van perspectieven en visies, ter indeling van de ontwikkel- en onderzoeksprojecten. Dit bleek te lastig gezien de veelheid van indelingen en perspectieven. Ook bleek dat bij de ontwikkel- en onderzoeksprojecten (R&D) het perspectief op burgerschap niet altijd expliciet wordt benoemd. De manieren om aandacht te besteden aan burgerschap lijken burgerschap als uitkomst te benaderen: burgerschap is iets wat zichtbaar kan worden door middel van inventarisaties en wat inzichtelijk gemaakt kan worden middels vragenlijsten.

Andere manieren voor burgerschapsvorming, zoals lesactiviteiten en projecten voor in de klas, zijn meer gericht op burgerschap als praktijk: het opdoen van ervaringen waardoor leerlingen leren. De vraag in hoeverre de lesactiviteiten ook daadwerkelijk hun doel bereiken wordt niet beantwoord, de effectiviteit van activiteiten blijft onbelicht. De verbindingen tussen de verschillende niveaus in de school ontbreken soms nog. Activiteiten in de klas hebben niet altijd een directe verbinding met andere niveaus in de school (zoals benodigde competenties van docenten, de visie van de school en theoretische perspectieven). Het leggen van een expliciete verbinding – ook met de leefwereld van leerlingen – kan zorgen voor meer integratie van burgerschapsvorming in het curriculum en de dagelijkse praktijk van de school.

Peschar, J., Hooghoff, H., Dijkstra, A.B. & Ten Dam, G.T.M. (red). (2010) verzorgden de redactie van een publicatie die voortkomt uit circa vier jaar onderzoek en ontwikkelwerk, over het werken aan burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs (mede in internationaal perspectief geplaatst), van de Alliantie Scholenpanels Burgerschap op en met dertig scholen voor primair en voortgezet onderwijs. De bundel gaat in op de vraag wat scholen jongeren aan burgerschap willen leren, welk beleid en welke pedagogisch-didactische strategieën ze daartoe ontwikkelen. Analyse van de praktijken, in combinatie met belichting van Nederlands en internationaal onderzoek, mondt uit in een voorstel voor een kernleerplan burgerschapsonderwijs. Burgerschapscompetenties krijgen veel aandacht: definities, meetbaarheid, ervaringen met het (aan)leren ervan. Uit oogpunt van onderzoek in binnen- en buitenland blijkt er nog weinig bekend te zijn over effecten van burgerschapsonderwijs. De bundel eindigt met een reflectie op mogelijke beleidsscenario’s voor toekomstige stimulering van burgerschapsonderwijs: zich bewegend tussen reguleren, stimuleren, en overlaten aan toevallige ontwikkelingen in het veld, op de markt of in de samenleving.

Onderzoek naar specifieke aanpakken burgerschapsvorming 

De Vreedzame School is een schoolbreed programma voor basisscholen dat streeft naar een school als een democratische gemeenschap, waarin kinderen en leerkrachten leren om conflicten constructief op te lossen, én waarin kinderen verantwoordelijkheid leren dragen voor het sociale klimaat in de gemeenschap. Het programma wordt in alle groepen van de basisschool uitgevoerd (kinderen van 4 tot met 12 jaar). Leerkrachten worden getraind om het programma uit te voeren, waarvan de basis bestaat uit wekelijkse lessen. Daarnaast wordt leerlingmediatie ingezet. Ook ouders worden betrokken in het programma.

Evaluatieonderzoek van Pauw, L. (2013) toont aan dat het programma niet alleen door veel scholen is ingevoerd, maar dat het tevens theoretisch goed onderbouwd is, in de ogen van de deelnemende scholen werkzaam blijkt en dat het beklijft. Het onderzoek biedt ook zicht op welke factoren bevorderend of belemmerend werken bij de invoering van een dergelijk programma en eindigt met een negental aanbevelingen voor burgerschapsonderwijs.

Het promotieonderzoek van Verhoeven, S. (2012) betreft een evaluatie van een schoolbreed programma ‘Democratische burgerschapsvorming in de basisschool’. Na één schooljaar bleek dit programma – onder voorwaarden – een positieve invloed te kunnen hebben op het democratische en sociaal-emotionele klimaat in de klas en het gedrag van leerlingen. Bijvoorbeeld door leerlingen mee te laten praten over afspraken en regels, door hen structureel met elkaar in gesprek te laten gaan en door hen te leren zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het oplossen van conflicten.

De rol van de leraar is hierbij cruciaal. Hij moet in staat zijn in gesprek te gaan met leerlingen, zich bewust zijn van zijn houding ten opzichte van de maatschappij en van zijn modelrol, het democratisch klimaat bewaken en ingrijpen als dat gevaar loopt. Hij moet een juiste balans vinden tussen het geven van verantwoordelijkheid aan leerlingen, ingrijpen wanneer gelijke kansen gevaar lopen, en vooral ook reflecteren op spontane gebeurtenissen die zich voordoen. Dit vergt veel van de flexibiliteit en reflectieve vaardigheden van leraren.

De positieve effecten deden zich vooral voor in bovenbouwgroepen, groepen leerlingen van voornamelijk autochtone niet-laagopgeleide ouders, klassen in niet-stedelijke gebieden en op r.k.-scholen. Een verbeterd sociaal-emotioneel klimaat in de klas werd ook geconstateerd in groepen met leerlingen van voornamelijk allochtone, laagopgeleide ouders. Effectiviteitsmeting was in dit onderzoek overigens geen doel, maar middel om inzichten te krijgen die bijdragen aan de ontwikkeling van programma’s voor democratische burgerschapsvorming. Het onderzochte programma was een verdieping, voortkomend uit ‘De Vreedzame School’, waarin het inmiddels weer is geïntegreerd. Zie voor een kort artikel hierover ook Burgerschap moet je ook op school kunnen oefenen (Verhoeven, S.,2013).

Dat betekent voor de praktijk

Diverse publicaties en websites geven een interpretatie van burgerschapsvorming (in de schoolcontext ook wel genoemd: burgerschapsonderwijs), vaak gekoppeld aan gegevens uit onderzoek en praktijkervaring, de ontwikkeling van visie en beleid, en praktische handreikingen.

Websites

Burgerschap in de school (SLO) gaat onder meer in op de visievorming rond burgerschap. Daarnaast geeft de site een uitvoerig overzicht van het onderwijsaanbod over burgerschap, en van publicaties over dit thema.

Een site over De Vreedzame school geeft informatie over dit programma voor de ontwikkeling van democratisch burgerschap, bijbehorende materialen en actuele ontwikkelingen.

Publicaties: inzichten in burgerschapsvorming in school

De Onderwijsraad (2012) constateert dat de ontwikkeling en implementatie van burgerschapsonderwijs een complexe opgave voor scholen blijkt. Er zijn nog weinig bewezen effectieve methoden en instrumenten voorhanden en de wetgeving is onduidelijk. De raad doet drie aanbevelingen gericht op de verdere ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs (in alle onderwijstypen):

  1. Zet in op steun aan de scholen en leraren.
    Overheid en (onderwijs)instanties moeten uitdragen dat burgerschapsvorming van grote waarde is, en dat de school deze opdracht deelt met het gezin, de wijk, verenigingen, de overheid en andere socialiserende instanties. Daarnaast is een landelijk aanbod nodig om scholen te ondersteunen bij het expliciteren van wat zij beogen en al doen. Scholen moeten de tijd krijgen om het burgerschapsonderwijs goed vorm te geven, en succesvolle ontwikkelingen moeten beter belicht worden.
  2. Stimuleer systematische kennisopbouw.
    De raad signaleert een gebrek hieraan (onder meer omtrent aanpakken voor burgerschapscompetenties) en bepleit hiervoor een (netwerk)organisatie van scholen, instellingen voor onderwijsondersteuning en onderzoek samenwerken.
  3. Bied scholen een inhoudelijk kompas.
    De raad ziet het leren functioneren in een democratische gemeenschap als inhoudelijke kern van burgerschapsonderwijs. Dit kan, beter dan nu, uitgedrukt worden in de kerndoelen. Daarnaast adviseert de raad onder meer om vast te leggen dat scholen de kwaliteit van hun burgerschapsonderwijs in het schoolplan verantwoorden.

De Onderwijsraad (2004) gaf een definitie van burgerschap in Europese context: kennis van de maatschappelijke en politieke basispraktijken van de Europese samenleving, en de bereidheid en bekwaamheid daaraan deel te nemen. Ten behoeve hiervan dienen vooral Europese uitwisselingspraktijken voor leerlingen en studenten sterker gestimuleerd te worden; ook bepleit de Raad een ‘Europacompetentie’ gestoeld op het spreken van meer talen en kennis van Europese instituties.

Leenders, H. & Veugelers, W. (2004) onderscheiden drie typen burgerschap: aanpassingsgericht burgerschap; individualistisch burgerschap; kritisch-democratisch burgerschap. Elk type burgerschap veronderstelt een andere visie, methodische uitwerking en doelen en kan verschillende invloed hebben op leerlingen.

Handreikingen

Hieronder is een begin gemaakt met de verzameling van handreikingen, en websites waarop deze reeds thematisch verzameld worden. De websites geven meestal zowel handreikingen, als praktijkervaringen en gegevens over de ontwikkeling van visie en beleid, en soms onderzoek.

De tot dusver verzamelde publicaties laten ook zien dat handreikingen in ontwikkeling kunnen blijven; zo geven Bron, Veugelers en Van Vliet (2012) een voorstel voor een kernleerplan dat verdiepend is ten opzichte van de kernleerplannen op de hieronder getoonde site van SLO.

Websites

KPC Groep heeft een site ontwikkeld over burgerschap, met achtergrondinformatie over visie, instrumenten en beleidsontwikkeling.
Een website van SLO over burgerschap helpt leraren, coördinatoren, teamleiders en schooldirecteuren bij het vormgeven van burgerschap op school en in de klas.
NCDO geeft zowel achtergrondinformatie als praktische handreikingen voor onderwijs in wereldburgerschap.

De website van Prodemos – Huis voor democratie en rechtsstaat biedt lesmateriaal voor zowel po, vo, so en mbo. Tevens verzorgt Prodemos rondleidingen op het Binnenhof.

Publicaties

Beneker, T., Stalborch, M. & Vaart, R. van der (2009) hebben een voorstel gedaan voor een canon met 24 ‘vensters op de wereld’, voorafgegaan door een uitgebreide beschouwing over onderwijs in wereldburgerschap. Aangegeven wordt dat een dergelijke canon periodiek bijgesteld kan worden.

Bron, J., Veugelers, W. & Vliet, E. van (2012) geven een voorstel voor een kernleerplan in drie dimensies (democratie, participatie en identiteit), gekoppeld aan een onderverdeling in themavelden. Ook gaat erbij een voorbeeld van invulling van het domein democratie voor groepen 7 en 8 in het basisonderwijs, met een typering van leerinhouden en ervaringen.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.