Coöperatief leren: Klasbouwers

lerarenredactie | bijgewerkt op 12 juli 2011

Leerlingen die coöperatief leren, werken op een gestructureerde manier samen in kleine, veelal heterogeen samengestelde groepen. De achterliggende gedachte is dat kinderen niet alleen leren van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. De leerlingen zijn actief met de leerstof bezig, ze praten er met elkaar over, waardoor de inhoud van de stof meer betekenis voor hen krijgt.

Door de samenwerking in een groepje ontwikkelen leerlingen ook samenwerkingsvaardigheden. Samen kunnen werken is een belangrijke vaardigheid om te kunnen functioneren in de samenleving. Binnen coöperatief leren kunnen verschillen tussen leerlingen benut worden: De ’sterke’ leerlingen zijn model voor de ‘zwakkere’ leerlingen en helpen hen. Op hun beurt krijgen de ’sterke’ leerlingen meer inzicht in de leerstof door de uitleg die ze aan anderen geven. Door samen te werken, leren de leerlingen in een groep elkaar beter kennen. Er ontstaat een klimaat in de klas waarin leerlingen elkaar waarderen, begrip voor elkaar hebben en bereid zijn elkaar te helpen.

In de klas hoort een sfeer te zijn waarbinnen kinderen zich veilig, gekend en prettig voelen. Wanneer ze met plezier hun dag besteden in de klas leren ze meer en zijn ze bereid om mee te doen met de les. Daarom lopen kinderen veel naar andere kinderen in de klas om opdrachten uit te voeren. Het kan zijn dat ze bepaalde informatie moeten vinden, maar ook dat ze in tweetallen praten over zaken die niets met het onderwijs te maken hebben. Bijvoorbeeld: Wat zou je op je verjaardag willen doen? Wat is je lievelingsdier?

Het is raadzaam om minstens twee keer per week een opdracht te geven waarbij de kinderen in de klas elkaar beter leren kennen.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.