De lerende docent en de lerende ouder

NIHC | bijgewerkt op 21 juni 2016

Welke kennis en bekwaamheden hebben docenten en ouders nodig om kinderen te ondersteunen in hun talentontwikkeling? 

Om goed te kunnen leren, hebben kinderen steun, sturing en inspiratie nodig. Van leraren, maar ook van ouders. Leraren hebben de taak hun leerlingen routes te wijzen en te stimuleren in hun ontwikkeling. Niet alleen bij de ontplooiing van cognitieve vaardigheden en kennis – schoolse vakken, zoals rekenen en lezen et cetera – maar ook non-cognitieve vaardigheden als planning, organisatie en zelfregulatie verdienen aandacht. En om elk kind de kans te geven zijn talenten te ontwikkelen, moeten leraren hun nieuwsgierigheid, ondernemingszin en motivatie aanwakkeren.

Welke kennis hebben leraren en ouders nodig en wat moeten ze kunnen om de kinderen in zowel hun cognitieve als non-cognitieve ontwikkeling te begeleiden en te ondersteunen? Dit programma onderzoekt hoe deze kennis en vaardigheden van leraren en ouders kunnen worden bevorderd.

Wat weten we?

Als docenten en leerlingen meer weten over het brein en over de neuropsychologische ontwikkeling komt dat de leerprestaties ten goede. De hersenen rijpen door tot na het 25ste jaar, en zowel kennis als het cognitief en non-cognitief functioneren ontwikkelen zich dankzij langdurige ervaring en oefenen. Biologiedocenten die een speciale lessenreeks over brein en leren gaven, wisten na afloop meer over de werking en ontwikkeling van het adolescente brein (Dekker, Jolles, 2015). Daarnaast waren hun leerlingen gemotiveerder als zij zich realiseren dat hun intelligentie niet vaststaat, maar door hard te werken nog kan veranderen. Die leerlingen ontwikkelen daarin een zogenoemde flexible mindset.

Onderpresteren

Een derde van alle brugklassers zegt zelf dat ze beter kunnen presteren dan ze nu doen. Dit blijkt uit het onderzoek LEERLIJN dat is uitgevoerd bij 2200 leerlingen uit vmbo, havo en vwo (Martens & Jolles, 2015). Het beeld dat leerlingen van zichzelf hebben, blijkt van invloed te zijn op hun prestaties. Hoe negatiever zij over hun eigen capaciteiten denken, hoe minder goed zij het doen op school (Marsh & Martin, 2011). Dat zo veel leerlingen vinden dat ze het beter kunnen, is een belangrijke nieuwe bevinding. Dat ze zich bewust zijn van hun eigen onderpresteren, kan leraren handvatten bieden voor ondersteuning en voor het nemen van didactische maatregelen.

Een leerling die aangeeft beter te kunnen presteren, beschikt mogelijk over ‘latente talenten’. Leraren kunnen hem of haar motiveren om deze talenten te ontwikkelen. Dit geldt zeker omdat uit dit onderzoek blijkt dat de zelfsturende vaardigheden van veel leerlingen nog niet voldoende zijn ontwikkeld. Dat suggereert dat het onderwijs meer aandacht aan deze non-cognitieve functies dient te geven.

Leer het brein kennen

Non-cognitieve vaardigheden zijn minstens zo belangrijk om goed te kunnen presteren op school als cognitieve vaardigheden. Het gaat dan om zelfinzicht en inlevend vermogen, je werk kunnen plannen en organiseren, inzicht hebben in je eigen leergedrag en dat kunnen sturen. Hoe beter deze zogenoemde executieve functies zijn ontwikkeld bij leerlingen, hoe hoger hun schoolprestaties.

Om zelfinzicht en executieve functies bij leerlingen te ontwikkelen, is de neuropsychologische interventie Leer het brein kennen gemaakt. In eerste instantie is gekozen voor de doelgroep van jongens tussen 10 en 14 jaar omdat zij vaak last hebben van impulsief gedrag, niet goed kunnen plannen en snel zijn afgeleid. Leerlingen kregen uitleg over hoe hun brein werkt en zich ontwikkelt. De jongens die deelnamen aan de interventie gaven aan dat ze in kennis en vaardigheden waren vooruitgegaan. Ook toonden zij meer inzicht in hun eigen sterktes en zwaktes. Leer het brein kennen is vervolgens met succes toegepast in een onderwijsinnovatieproject bij een groep 7 en 8 van elf basisscholen binnen een grote scholenkoepel. De interventie wordt nu aangepast voor gebruik in de onderbouw van de middelbare school.

Referenties

Dekker, S.J. (2013). Brain lessons. Neuropsychological insights and interventions for secondary education.

Dekker en Jolles (2016) Leer het brein kennen. Werken aan het doelgericht gedrag van leerlingen. Bij de les januari 2016, pp 34-37

Martens, R. & Jolles, J. (2015). Onderpresteren begrijpen? Luister naar de leerling. Bij de Les, februari 2015 p. 25-29.

Dat betekent voor de praktijk

De interventie Leer het brein kennen bestaat uit een reeks lessen waarin de leerlingen uitleg kregen over hoe hun brein werkt en zich ontwikkelt. Bovendien leerden ze inzicht te krijgen in hun eigen vaardigheden (waar ze wel en niet goed in zijn) en kregen zo handvatten om hun gedrag te sturen. Ze werden bovenal bewust van het feit dat hun hersenen zich nog ontwikkelen tot ver na het 20ste jaar en dat ze invloed kunnen uitoefenen op die ontwikkeling. De interventie werd uitgevoerd door leraren. Zij volgden eerst een training over de ontwikkeling van hersen- en neuropsychologische functies en de manier waarop deze gedrag beïnvloeden.

De visie achter de interventie is dat als leraren meer kennis hierover hebben, ze het gedrag van hun leerlingen beter kunnen begrijpen en hun lessen. Maar ze kunnen dan vooral ook hun onderwijspedagogische aanpak eenvoudiger afstemmen op individuele verschillen tussen leerlingen. En leerlingen die nadenken over zichzelf en over de invloed van hun gedrag op het leren, ontwikkelen hogere cognitieve vaardigheden. Ze zijn beter in abstraheren en in begrijpen van de factoren die bepalend zijn voor kennisverwerving. Bovendien is het heel belangrijk om te weten dat non-cognitieve vaardigheden zijn aan te leren en dat dat best een fors aantal jaren duurt en veel inspanning vergt.

Nieuwsgierigheid

De ontwikkeling van non-cognitieve vaardigheden is cruciaal voor kennisverwerving en voor leren. En om de vele talenten van leerlingen tot ontplooiing te laten komen, is het niet alleen van belang hen te motiveren, maar ook om hun nieuwsgierigheid en ondernemingszin te stimuleren. Volgens de leider van dit programma en neuropsycholoog Jelle Jolles ontwikkelen de hersenen zich vooral door prikkels uit de omgeving: ‘context shapes the brain’. En nieuwsgierigheid is nodig om die prikkels uit de omgeving op te nemen. Belangrijke vaststelling is dat nieuwsgierigheid is aangeboren: zonder dat is het voor de mens niet mogelijk om zich aan te passen aan een veranderende omgeving. Toch is duidelijk dat veel kinderen in de loop van hun schooltijd minder nieuwsgierig worden. Het programma beoogt dat tegen te gaan.

Creativiteit

Het project Breinplein voor basisscholieren doet dat door leerlingen een uitdagende leeromgeving te bieden. Het bestaat uit driedimensionale opstellingen en puzzels, materiaal dat nieuwsgierigheid oproept (‘hoe werkt dat?’), creativiteit bevordert en kinderen stimuleert te onderzoeken, na te denken en problemen op te lossen. Vaardigheden die aan bod komen zijn: ruimtelijk redeneren, plannen, verbanden kunnen leggen, denken en het oplossen van logische problemen. Breinplein is gebruikt op tientallen basisscholen en in het wetenschap- en techniekmuseum NEMO.

Leerlingen vinden het materiaal spannend en leuk. Leraren ontdekken dat veel leerlingen op veel verschillende manieren leren en kunnen op die verschillen inspelen. Breinplein is bedoeld voor zeven- tot twaalfjarigen en kan ook in de eerste klassen van de middelbare school – in het bijzonder op het vmbo – worden gebruikt.

Referenties

Jolles, J. (2015). Onderwijs, hersenen en cognitie: de kloof overbrugd? Tijdschrift ZONE 14 (3), pp 9-11.

Jolles, J. & Van Tetering, M. (2015). Nieuwsgierigheid must voor wetenschappelijke houding. Wow! Wat is het? Hoe werkt het?. Didactiefspecial, juni 2015.

www.hersenenenleren.nl

Handreikingen

In een artikel in Bij de les beschrijven Sanne Dekker en Jelle Jolles de interventie van Leer het brein kennen en doen zij handreikingen hoe leraren ermee aan de slag kunnen in hun eigen klas. Ze geven daartoe twee voorbeelden uit de les over aandacht: ‘het stopwoord’ (wat was ik aan het doen, wat moet ik doen en hoe ga ik dat aanpakken, en terugkijken: heb ik gedaan wat ik moest doen) en ‘afleiders in kaart brengen’. Medio 2016 komt het basismateriaal van Leer het brein kennen beschikbaar voor breder gebruik op scholen.

Het BreinPlein! leert kinderen oplossingen te bedenken, onderzoekend leren, te plannen en ruimtelijk en technisch inzicht. Het materiaal bestaat uit ruimtelijke puzzels voor op de grond of op tafel, bouwblokken, (bamboe)stokken en allerhande complex bouwmateriaal waar soms metershoge bouwwerken van worden gemaakt. Medio 2016 komt BreinPlein! materiaal breder beschikbaar.

Referenties

www.breinplein/

www.hersenenenleren.nl

www.jellejolles.nl

In Gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit.  

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit.  

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.