onderzoek

Digitaal ondersteund voorlezen vergroot woordenschat en verhaalbegrip bij kleuters

NRO | bijgewerkt op 26 september 2016

  • PO

Digitaal voorlezen met ‘levende’ prentenboeken helpt om de woordenschat en het verhaalbegrip van kleuters te vergroten. 

Voor een goede taalvaardigheid is het essentieel dat kinderen over voldoende woordenschat beschikken. Kinderen met een rijke woordenschat leren nieuwe woorden makkelijker dan kinderen met een beperkte woordenschat. De laatsten lopen dan al gauw een achterstand op. Het programma Divo (Digitaal Ondersteund Voorlezen) helpt jonge kinderen aan de hand van gedigitaliseerde prentenboeken hun woordenschat en verhaalbegrip te vergroten.

Wat weten we?

In het programma Divo (Digitaal Ondersteund Voorlezen) krijgen leerlingen uit groep 1 t/m 3 gedigitaliseerde prentenboeken via het digibord voorgelezen. De leerkracht stelt de kinderen vervolgens vragen, die de verhaallijn en de gebruikte woorden moeten verduidelijken. Daarnaast oefenen kinderen hun woordenschat op de computer. Doel van het programma is het verhaalbegrip en de woordenschat van kinderen te vergroten.

Dat doel wordt bereikt, zo blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek werd verricht in het kader van Onderwijs Bewijs, een project van het ministerie van OCW waarin via wetenschappelijke experimenten kennis werd verzameld over wat wel en niet werkt.

Beter begrip

Leerlingen die aan Divo deelnamen en 2,5 jaar werden gevolgd, leerden meer woorden, hadden een beter begrip van de verhalen en konden beter relaties leggen tussen verhaalelementen. Ze haalden hogere scores op de methode gebonden toetsen (productieve woordenschat en verhaalbegrip) dan leerlingen die de reguliere lessen volgden.

En dat resultaat beklijft: vier maanden na de Divo-interventie scoorden de leerlingen uit de experimentele groep hoger op de retentietoets dan de controlegroep. Ook heeft het programma een positief effect op de receptieve woordenschat. De onderzoekers hebben niet kunnen aantonen of Divo effect heeft op algemene taalvaardigheid, begrijpend luisteren en begrijpend lezen.

Bereslim

Divo maakte gebruik van geanimeerde prentenboeken die interactief zijn gemaakt. De leraar introduceerde het filmpje op het digibord en na afloop gingen de kinderen aan de slag met de vragen.

Divo maakte gebruik van onder andere het digitale prentenboekenprogramma Bereslim. Digitale prentenboeken zijn een goed hulpmiddel bij taalverwerving (Bus, 2012), ze bevorderen de woordenschatontwikkeling en het verhaalbegrip. Daarvoor moeten deze prentenboeken wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Ze moeten interactief zijn, want kinderen leren meer met vragen en uitleg tussendoor. Daarbij geldt dat betekenis geven (making meaning) beter werkt dan uitleg krijgen (taking meaning). Het digitale prentenboek moet ook functioneel zijn, dus een goede balans hebben tussen plaatjes en tekst. Dat maakt het aantrekkelijker en verhoogt de betrokkenheid. En een goede feedback is essentieel. Die stimuleert de kinderen na te denken en het nog eens te proberen, en legt uit waarom een antwoord goed of fout is.

Dat betekent voor de praktijk

Het Divo-programma is geschikt voor de onderbouwleerlingen in een doorgaande leerlijn van vier tot en met zevenjarigen. De tot leven gebrachte prentenboeken bezitten, in vergelijking met de statische en papieren prentenboeken, extra multimedia effecten. De film wordt vertoond op een groot scherm en kan door alle leerlingen (klassikaal) worden bekeken.

Interactief voorlezen dat wordt toegepast bij Divo heeft zo zijn voordelen. Goede interacties zijn namelijk essentieel om kinderen uit te dagen voor een gesprek over het prentenboek. Daardoor gaan onbekende woorden leven en wordt de verhaallijn beter begrepen. Ook is er bij Divo sprake van herhaald voorlezen, waardoor kinderen woorden beter onthouden. En ze kunnen de structuur van het verhaal beter begrijpen dan wanneer ze het verhaal maar één keer horen.

Woordenschat

Voor Divo is een speciaal woordenschatprogramma ontwikkeld waarmee de leerlingen uit groep 1, 2 en 3 zelfstandig woorden en begrippen uit een behandeld prentenboek kunnen oefenen op de computer als aanvulling op de Divo-les. Het is een online programma waarin de verfilmde prentenboeken en de bijbehorende oefeningen zijn ingevoerd. Voor één prentenboek zijn voor drie dagen verschillende oefeningen bedacht. Hierdoor wordt de woordkennis van de kinderen positief beïnvloed. In groep 3 praten de kinderen samen over het verhaal. Zo wordt een omgeving gecreëerd waarin het gebruik van leesstrategieën wordt bevorderd.

Referenties

  • Bosker, R.J., De Jong-Heeringa, J.L. & Rekers-Mombarg, L.T.M. (2013).  Eindrapportage, Een experiment ter bepaling van het effect van langdurig gebruik van een digitaal ondersteund voorleesprogramma (DIVO) op de woordenschat, het verhaalbegrip en beginnend lezen in groep 1, 2 en 3. Onderwijs Bewijs.
  • Wijnsma, M.J. (2009). Het stimuleren van verhaalbegrip bij kleuters. Onderzoek naar de manier waarop verhaalbegrip gestimuleerd kan worden aan de hand van groepsgewijs digitaal voorlezen en het effect hiervan op de prestaties van kleuters.
  • Bus, A. (2012). Educatieve software voor jonge kinderen.In: 4W, uitgave 1-2012
  • Bereslim.nl. Beschrijving van onderzoek naar de effecten van computergebruik op de ontwikkeling van jonge kinderen.
In Gesprek
In Gesprek

Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met Marijke Mullender-Wijnsma, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen

Discussieer mee op LinkedIn
Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

geef jouw waardering:

(klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Gerelateerd