Praktijk

Ervaringsgericht onderwijs

Redactie Leraar24 | Gepubliceerd op 27 oktober 2009

  • PO

ErvaringsGericht Onderwijs (E.G.O.) richt zich op het welbevinden en de betrokkenheid van leerlingen. Kinderen die met veel plezier naar school gaan en vaak betrokken werken, maken een goede ontwikkeling door.

Uitgangspunt
Ervaringsgericht onderwijs is meer dan een onderwijstheorie. Waar sommige scholen vooral uitgaan van vooraf vastgestelde onderwijsprogramma’s of van producten (testgegevens, zoals de Cito-toets), richt het E.G.O. zich op het proces dat zich afspeelt in kinderen, in de groep. Natuurlijk gaat het om het ‘resultaat’. Maar zich goed ontwikkelende kinderen merken tijdens de activiteit zelf al dat ze met zinvolle dingen bezig zijn.

Welbevinden en betrokkenheid
Het E.G.O. richt zich op de ‘ervaringsstroom’ van mensen. Dat betekent op het totaal van mogelijkheden. Er wordt rekening gehouden met alle relevante factoren die leerkrachten in kaart kunnen brengen: karakter, ontwikkeling, thuissituatie, relaties, leervermogen, enzovoort. Wat er zich in een leerling afspeelt, is zichtbaar in Welbevinden (‘hoe maakt iemand het’) en Betrokkenheid (‘hoe doet iemand het’).

Vormgeving
Om dat te bereiken is er veel aandacht voor een goed voorbereide omgeving: een prettige ruimte met vele overzichtelijke uitdagingen. Ook wordt veel ruimte gegeven aan initiatieven van kinderen. Daarvoor is het nodig dat de leerkracht en het kind goed, open en respectvol met elkaar communiceren. E.G.O.-scholen kennen vijf werkvormen:

  1. Kring & Forum
  2. Contractwerk: Tijdens het contractwerk gaan leerlingen zelfstandig of in groepjes aan de slag met de taken van die week, zoals rekenen en taal. De leraar is aanwezig om te begeleiden en te helpen bij problemen. Dit zijn momenten waarop een ervaringsgerichte dialoog door de leerkracht wordt ingezet.
  3. Projectwerk
  4. Ateliers: dit zijn aparte tijdblokken waarin kinderen de keuze hebben uit een ruim aanbod van activiteiten die bijzondere materialen, een bijzondere ruimte en soms een bijzondere begeleiding veronderstellen. Bij deze activiteiten ligt de klemtoon op het doen, het handelen, het actief bezig zijn.
  5. Vrije activiteit

Bijlagen

  • Welbevinden, betrokkenheid, competentie | PDF In het E.G.O. zijn de procesvariabelen (criteria) voor een goede ontwikkeling welbevinden en betrokkenheid. Als welbevinden en betrokkenheid belangrijke criteria zijn, moet je die kunnen beoordelen. In dit artikel een korte kijk op het scoren van welbevinden, betrokkenheid en competentie.
  • De werkvormen | PDF In het E.G.O. wordt gebruik gemaakt van een vijftal werkvormen, die deels natuurlijk ook gebruikt worden in andere onderwijsconcepten. In deze bijlage een overzicht van de werkvormen, zoals ze in het E.G.O worden toegepast, gekoppeld aan specifieke voorbeelden.

Reacties (0) en waardering

Totale waardering artikel:
(74 waarderingen)

Schrijf zelf een reactie

Als u uw emailadres invult kunnen wij reageren op uw reactie. Het emailadres wordt niet op de site getoond.

Leraar24 staat het delen, aanpassen en gebruiken van de gepubliceerde content op deze website toe, tenzij anders aangegeven, onder de voorwaarden in de Disclaimer

Gerelateerd