Fysieke activiteit en leerprestaties

NRO | bijgewerkt op 12 juli 2016

Fysiek actieve adolescenten presteren beter op aandachtstaken, maar halen geen hogere schoolcijfers. Daarnaast blijkt dat meisjes in het voortgezet onderwijs die naar school lopen of fietsen zich beter kunnen concentreren op school dan meisjes die met de auto of bus komen.

Dit concludeerde Martin van Dijk (Open Universiteit) na onderzoek naar de relaties tussen lichamelijke activiteit en schoolprestaties, cognitieve prestaties en mentaal welbevinden. Zijn onderzoek werd mogelijk gemaakt met financiering van het NWO regieorgaan voor hersenen en cognitie (NIHC).

Wat weten we?

Martin van Dijk deed objectief en observationeel onderzoek. Om het beweeggedrag te meten, droegen 440 proefpersonen een week lang, 24 uur per dag een bewegingsmeter op hun bovenbeen. Eén keer in de klassen 1 en 3 van HAVO en VWO en één jaar later in diezelfde groepen nogmaals, toen de leerlingen in klas 2 en 4 van het Bernardinuscollege in Heerlen zaten.

Meer bewegen, betere concentratie

Uit het onderzoek van Van Dijk blijkt dat actieve leerlingen beter presteren op taken waarin ze zich goed moeten concentreren dan hun minder actieve leeftijdsgenoten. Toch is er voor de hele groep geen directe relatie gevonden tussen fysieke activiteit en schoolprestatie (gemeten door te kijken naar het gemiddelde schoolcijfer voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde). De positieve invloed die bewegen heeft op aandachtstaken wordt teniet gedaan door andere factoren. “Mogelijk besteden actieve adolescenten minder tijd aan huiswerk, wat een negatieve invloed heeft op de schoolprestaties”, geeft Van Dijk hiervoor als verklaring.

Fietsende meisjes presteren beter op school

Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat meisjes zich op school beter kunnen concentreren als ze naar school lopen of fietsen dan wanneer ze bijvoorbeeld met de auto worden gebracht. Bij jongens werd geen verband gevonden. Een mogelijke uitleg voor dit verschil tussen jongens en meisjes is wellicht dat meisjes gevoeliger zijn voor stressvolle factoren op school, zoals toetsen. “De inspanning voor school kan zorgen voor ontspanning op school en zodoende een betere concentratie.”

Scholieren bewegen onder aanbevolen norm

Uit de metingen blijkt ook dat scholieren tussen de eerste en tweede klas van de middelbare school veel minder (20%) gaan bewegen. Daarnaast zijn adolescenten fysiek minder actief in het weekend dan op doordeweekse dagen, met name op zondag bewegen ze ver (40%) onder de Norm Gezond Bewegen.

Dat betekent voor de praktijk

Op zoek naar concrete interventies

De onderzoeker zou de observationele onderzoeksbevindingen graag omzetten naar concrete interventies. “Het zou toch mooi zijn als je bijvoorbeeld leerprestaties van kinderen kunt verbeteren door ze meer gymlessen te geven of regelmatiger met de fiets naar school te laten komen? Daar zet ik me in de komende jaren graag voor in.”

Onderzoeksprogramma ‘Bewegen en leerprestaties’

De effectiviteit van concrete interventies is een belangrijke focus van het NRO-onderzoeksprogramma ‘Bewegen en leerprestaties’.

Centrale vraag van dit onderzoeksprogramma is: is er een causale relatie tussen bewegen op school en cognitieve onderwijsprestaties, verzuim en schooluitval?

referenties

In Gesprek

Praat mee in de Leraar24 LinkedIn groep, of volg onderzoeker Martin van Dijk via Twitter: https://twitter.com/MvDwl

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Praat mee in de Leraar24 LinkedIn groep, of volg onderzoeker Martin van Dijk via Twitter: https://twitter.com/MvDwl

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.