Gymles: één of twee keer per week?

Kennisrotonde | bijgewerkt op 01 juli 2016

Wat is beter voor de lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen: 2x per week een gymles van 45 minuten of 1x per week een gymles van 90 minuten?

Wat weten we?

Regelmatig bewegen is van groot belang voor de lichamelijke gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Internationaal onderzoek raadt aan kinderen dagelijks tenminste 60 minuten matig tot intensief te laten bewegen. Drie keer per week wordt gezien als een minimum. Wat niet wil zeggen dat deze beweging uitsluitend op school en in de gymles plaatsvindt. De beschikbare tijd voor bewegingsonderwijs verdelen over enkele lessen per week heeft de voorkeur. Daarbij speelt de kwaliteit van de lessen een rol.

In de kerndoelen uit de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) staat niets over de gewenste duur of frequentie van het bewegingsonderwijs. Wel is in artikel 117 van de WPO opgenomen dat een ruimte voor lichamelijke oefening per week minstens 1,5 uur voor basisscholen en 2,25 voor speciale scholen voor basisonderwijs beschikbaar moet zijn.

In het basisonderwijs lijkt de norm voor bewegingsonderwijs: twee lessen per week van 45 minuten. Op driekwart van de scholen krijgt groep 3 t/m 8 twee lessen bewegingsonderwijs (Reigersberg e.a., 2013). Ongeveer 20 procent van de scholen geeft één les per week en de overige 5 procent meer dan twee lessen per week. Een les duurt gemiddeld 48 minuten en de totale lestijd voor de groepen 3 t/m 8 is gemiddeld 87 minuten. In de groepen 1 en 2 is dit aanmerkelijk meer: 144 minuten per week.

Motorische en sociale vaardigheden

Er is weinig onderzoek gedaan naar de effecten van de frequentie van bewegingsonderwijs op (motorische of sociale) vaardigheden van leerlingen. Een reviewstudie in Australië (Okely e.a., 2012) laat wel zien dat er een verband is tussen meer bewegen en de motorische ontwikkeling van kinderen.

Zo toont een meta-analyse van Logan e.a. (2012) een positief causaal effect aan tussen activiteiten gericht op motorische vaardigheden en de verbetering van deze vaardigheden. Er werd geen significant effect gevonden voor de duur van de interventie; een interventie die langer duurde had niet meer effect dan een kortere interventie (Logan e.a., 2012).

De effecten van sport en bewegen op school op sociaal-emotionele vaardigheden zijn niet eenduidig (Collard e.a., 2014). Naast positieve effecten worden er ook negatieve effecten gevonden van sport en bewegen op sociaal gedrag, zelfbeeld of zelfvertrouwen. Zowel de vakdocent of opgeleide trainer (Bailey, 2006) als een gestructureerd sociaal klimaat spelen een rol bij het effect op sociaal-emotionele vaardigheden (Bailey e.a.,2006 en 2009).

Regelmatig bewegen

Het effect van sport en bewegen is afhankelijk van de frequentie, duur, intensiteit en type van de activiteit, en kwaliteit van de instructie (Okely e.a., 2012 en Collard e.a., 2014). De aanbevelingen uit internationaal onderzoek zijn tamelijk algemeen. De boodschap is tweeledig: 1) kinderen dienen regelmatig te bewegen, meerdere malen per week, 2) de activiteiten duren tenminste een uur per dag. Daarmee is niet gezegd dat deze beweging uitsluitend op school en in de gymles plaatsvindt.

Bij de vraag hoe de totale lestijd het beste kan worden verdeeld over de week speelt ook een heel praktische overweging een rol: het beperken van de niet-effectieve lestijd (onder andere verplaatsen naar de sportaccommodatie). De totale hoeveelheid ineffectieve lestijd neemt dus toe naarmate de totale lestijd wordt verdeeld over een groter aantal lessen per week.

Op basis van wat hierboven is beschreven, concluderen we dat de beschikbare tijd voor bewegingsonderwijs het beste kan worden verdeeld over enkele lessen per week. Twee opmerkingen daarbij: 1) twee maal 45 minuten per week is volgens deze adviezen niet voldoende. 2) Bij de verdeling over verschillende lesmomenten wordt uitgegaan van 90 minuten effectieve lestijd. We kunnen echter niet vaststellen dat het spreiden van tijd voor bewegingsonderwijs over meerdere lessen per week leidt tot betere motorische of sociaal-emotionele vaardigheden. Daarbij speelt namelijk ook de kwaliteit van het aanbod een rol.

Meer weten?

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Jessica van der Linden en Anne Luc van der Vegt.

 

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde!

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.