Historisch Tijdsbesef

lerarenredactie | bijgewerkt op 12 maart 2015

Marjan de Groot-Reuvekamp heeft in 2011 een promotiebeurs gekregen van het NWO. Het onderwerp van haar onderzoek is: Bevorderen van het historisch tijdsbesef van leerlingen van 6 tot 12 jaar.

In Nederland beginnen we in het onderwijs pas op 8-9 jarige leeftijd met geschiedenis, gebaseerd op de theorie dat kinderen eerst het dagelijks tijdsbesef moeten ontwikkelen (Piaget). In Engeland krijgen kinderen van vijf jaar al geschiedenisonderwijs. Daar zijn ze van mening dat de ontwikkeling van dagelijks tijdsbesef veel minder met het historisch tijdsbesef te maken heeft. Jonge kinderen hebben wel degelijk al een besef van geschiedenis voordat ze bijvoorbeeld klok kunnen kijken. Ze weten dat een afbeelding van een stoomtrein hoort na een afbeelding van een kasteel. Ze kunnen geen jaartallen geven (wel aanduiden dat iets lang geleden is en soms ook periodes, zoals Middeleeuwen), maar kennen wel de volgorde in de tijd.
Historisch tijdsbesef is niet alleen belangrijk voor geschiedenisonderwijs, maar ook essentieel voor de algemene ontwikkeling van kinderen. In een tijd waarin informatie altijd en overal beschikbaar is heb je historisch tijdsbesef nodig om historische en hedendaagse gebeurtenissen te kunnen begrijpen. Hierdoor leren kinderen op een steeds hoger niveau historisch redeneren, het heden begrijpen en kritisch denken. 

Marjan voert wetenschappelijk onderzoek uit om met de resultaten een methodiek te ontwikkelen die het historisch tijdsbesef van kinderen stimuleert. Deze methodiek wordt op een aantal scholen al toegepast, als onderdeel van het onderzoek.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.