Hoe houd je vriendelijk orde?

lerarenredactie | 02 oktober 2017

Ordeproblemen komen vaak voor en de behoefte aan kennis en tips over orde houden is groot. Op Pieter Nieuwland College zochten leraren naar een goede manier om orde te houden zonder boos te hoeven worden. Na kennisuitwisseling met verschillende onderwijsexperts en Stichting Rapucation hebben zij daar de aanpak Vriendelijk orde houden voor gevonden. De aanpak voorkomt frustraties over het lesgeven en zorgt voor een betere sfeer en effectievere lestijd.
Tekening over orde houden met personen en een flaptekst.

De rol van politieagent lijkt onlosmakelijk verbonden met rust in de klas. Toch is het mogelijk vriendelijk te blijven én duidelijk je grenzen aan te geven.

De methodiek Vriendelijk orde houden bestaat uit zes duidelijke richtlijnen en een competentieprofiel. Iedere leraar kan de richtlijnen naar eigen inzicht inzetten, onafhankelijk van doelgroep en persoonlijkheid. Leerlingen vinden deze manier van orde prettiger dan wanneer leraren boos zijn en er geen orde is in de klas.

Actief orde houden

De eerste denkstap die je als leraar moet zetten, is verandering van tactiek: van passief orde houden naar actief orde houden. Van afwachten tot conflicten en reageren vanuit emotie, naar werken met een eigen systeem voor klassenmanagement. Iedere leraar is anders en dat maakt onderwijs ook zo mooi. Leraren maken daarom zelf een vertaling van Vriendelijk orde houden naar een persoonlijk ontwikkelplan, aan de hand van richtlijnen en met als doel het verbeteren van de relatie met de leerlingen.

Richtlijnen

Verwachtingsmanagement

  • Zorg ervoor dat je leerlingen het gewenste gedrag kennen.
  • Geef duidelijk instructie en wees duidelijk in wat je van je leerlingen verwacht.

Wees altijd vriendelijk

  • Lichaamstaal is 55% van de boodschap. Gebruik je eigen lichaamstaal en observeer die van de leerlingen.
  • Wees vriendelijk en meelevend.
  • Zorg voor een veilige en ontspannen sfeer.

Zoek verbinding

  • Geef je leerlingen een hand bij binnenkomst.
  • Toont interesse in je leerlingen.
  • Besteed aandacht aan de kennismaking.
  • Werk aan de relatie door meer over de interesses en hobby’s van je leerlingen te weten te komen. En je leerlingen verbinden zich zo ook met elkaar.

Zorg voor een duidelijke communicatie

  • Gebruik gebaren bij het lesgeven, ook bij reprimandes.
  • Observeer de lichaamstaal van je leerlingen.

Waarschuw efficiënt

  • Waarschuw weinig (maximaal drie keer).
  • Observeer of iedereen de waarschuwingen opmerkt.
  • Stuur onacceptabele verstoringen bij met een (beperkt) aantal non-verbale waarschuwingen.
  • Zorg dat je leerlingen weten wanneer er (bijna) een grens is bereikt en wat de consequentie is overschrijden van deze grens.
  • Noteer de waarschuwingen.

Stuur gedrag effectief bij

  • Geef een effectieve sanctie.
  • Gebruik sancties die de leerling tijd kost en het probleem oplost bijvoorbeeld een reflectieverslag.
  • Geef de sanctie op een vriendelijke manier.

Vervolgens maak je als leraar aan de hand van alle richtlijnen een eigen systeem dat past bij je doelgroep, persoonlijkheid en omgeving.

Competentieprofiel

Nadat je als leraar een persoonlijk systeem hebt ontwikkeld, begint het échte werk pas. Het systeem toepassen tijdens de lessen en doorzetten! Dit vraagt om enkele belangrijke competenties. De methode Vriendelijk orde houden beschrijft deze in een competentieprofiel.

Het profiel bestaat uit vijf competenties met concreet waarneembaar gewenst gedrag. Je kiest als leraar maximaal drie concrete gedragingen als ontwikkelpunt. Na een half jaar bepaal je aan de hand van een feedback formulier of dit is verbeterd. Daarna kies je weer drie nieuwe competenties.

Competentie 1: Veranderen en innoveren
Bijvoorbeeld ‘Ik sta open voor feedback van leerlingen en collega’s’ of ‘Ik treed buiten mijn comfortzone’.

Competentie 2: Doorzetten
Bijvoorbeeld ‘Ik volg geruime tijd een ingeslagen weg’ of ‘Ik vat gedrag van leerlingen niet persoonlijk op’.

Competentie 3: Observeren
Bijvoorbeeld ‘Ik weet welk gedrag ik wens van mijn leerlingen’ of  ‘Ik observeer de leerlingen individueel zodat ik verstoringen van de les snel weet te plaatsen’.

Competentie 4: Voorbeeldfunctie
Bijvoorbeeld ‘Het gedrag dat ik van mijn leerlingen vraag, toon ik tijdens de les aan de leerlingen’ of ‘Ik erken fouten die ik maak en bespreek deze met de leerling of met de klas’.

Competentie 5: Consequent en efficiënt bijsturen van gedrag.
Bijvoorbeeld ‘Ik vervang gesproken orde-maatregelen door non-verbale actie’ of ‘Voordat we echt aan het werk gaan leg ik duidelijk uit welk gedrag ik van de leerlingen vraag’.

Succesverhalen

Wil je meer weten over de resultaten van deze methodiek? Op de website Vriendelijk orde houden lees je verhalen en ervaringen van verschillende onderwijsexperts, filosofen, leraren en leerlingen. Meer tips over het houden van orde kun je lezen in de serie Orde houden en de publicatie Schooltalk over orde houden.

Dit artikel is in samenwerking met Wietske Tijssen van Stichting Rapucation tot stand gekomen.

Meer weten?

Voor vragen over deze methodiek kun je contact opnemen met Wietske Tijssen.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Meer weten?

Voor vragen over deze methodiek kun je contact opnemen met Wietske Tijssen.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.