Hoe zit het met sociale media thuis en in de klas?

Kennisnet | bijgewerkt op 03 augustus 2017

WhatsApp, Youtube, Flickr, Instagram, Snapchat, Facebook, Periscope, Twitter: er zijn steeds meer mogelijkheden voor sociale interactie op internetplatforms en apps. 92% van de 12 tot 18-jarigen heeft een mobiele telefoon. In de meeste gevallen is dat een smartphone waarmee ze ook online kunnen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (2015) zitten de meeste jongeren 1 tot 3 uur per dag op sociale media. Hoe gaan jongeren om met sociale media en gebruiken ze het ook voor school? En hoe kun je sociale media inzetten in het onderwijs?
Jongen werkt op een tablet

Sociale media in vrije tijd en schoolwerk

Kennisnet en Mediawijzer.net onderzochten in de Monitor Jeugd en Media 2017 hoe jongeren media inzetten voor hun schoolwerk en in hun vrije tijd. Het onderzoek bestond uit een zelfrapportage die werd ingevuld door 1604 jongeren en een praktische toets over informatievaardigheden onder 1036 jongeren.

Toegang tot sociale media

  • 92% van de 10 tot 18-jarigen heeft een mobiele telefoon. Dat is in bijna alle gevallen een smartphone.
  • 68% van de 10-jarigen heeft een smartphone. Bij 12-jarigen is dat al 92% en bij 13-15-jarigen 98%.

In de basisschoolleeftijd van 10 tot en met 12 jaar, zijn de meeste kinderen ‘afhankelijk’ van wifi voor hun internettoegang. Van de 13- tot en met 15-jarigen heeft al meer dan de helft (62%) toegang tot mobiel internet. Van de 16- tot en met 18-jarigen heeft driekwart (74%) toegang tot mobiel internet.

De helft (51%) van de jongeren heeft een eigen laptop, bijna de helft  (47%) heeft een eigen tablet.

Gebruik sociale media
De meeste jongeren gebruiken hun smartphone vooral voor het versturen van berichtjes. Daarvoor gebruiken ze het vaakst Whatsapp, gevolgd door Facebook en Instagram. ‘Gewoon bellen’ is ook nog steeds populair. Ook smsjes zijn nog niet weg te denken. 35% van de jongeren gebruikt sms. Twitter is minder populair: 17% van de jongeren maakt hier gebruik van.

Huiswerk en sociale media
Bij het maken van hun huiswerk zetten jongeren sociale media op verschillende manieren in:

  • Een berichtje sturen aan een of meer klasgenoten om te vragen wat het huiswerk ook alweer was, komt het meeste voor (59%).
  • Een goede tweede is even een foto maken van huiswerk, aantekeningen of iets wat op het bord staat, en die foto verzenden naar een of meer klasgenoten (50%).
  • Elkaar overhoren via internet komt het minste voor (10%).
  • 48% kijkt naar YouTube-video’s ter ondersteuning van het huiswerk.

Hoe zit het met de nadelige gevolgen van sociale media?

Het overgrote deel van de jongeren heeft zijn internetgedrag prima onder controle, maar dat geldt niet voor iedereen. Onderzoekers van het IVO, het wetenschappelijk bureau voor verslaving, gaan in hun artikel Problematisch gebruik van internet en games in op het onderscheid tussen gezond enthousiasme en problematisch internetgebruik. Problematisch houdt in: de zes kernsymptomen (controleverlies, sociaal conflict, preoccupatie met de toepassing, onthoudingsverschijnselen, problemen en vluchtgedrag in de toepassing) meer dan ‘soms’ ervaren. De onderzoekers baseren zich op data uit 2012. Bij 6% van de ondervraagde jongeren is sprake van problematisch gebruik. Echt verslavend gebruik van sociale media, waarbij sprake is van zware problemen in het functioneren, komt zelden voor. Het zijn vaker meisjes dan jongens (9% tegenover 4%) die aangeven problemen te ervaren met sociale media; bij jongens is er eerder sprake van problematisch gamen. Problematisch internetgebruik hangt samen met psychologische en sociale problemen.

Volgens onderzoek van het CBS uit 2015 ervaren meisjes vaker dan jongens een negatieve invloed van sociale media op hun schoolresultaten, nachtrust en concentratievermogen.

  • 29% van de meisjes en 25% van de jongens geeft aan bang te zijn dingen te missen als ze niet op sociale media kijken.
  • 12 tot 18-jarigen hechten volgens het onderzoek meer waarde aan het hebben van veel online contacten dan 18 tot 25-jarigen.
  • 47 % van de 12 tot 18-jarigen geeft aan dat dit hun een goed gevoel bezorgt. Bij de 18 tot 25-jarigen gaf een derde dit aan.
  • 1 op de 6 jongeren in Nederland stelt volgens het onderzoek dat zij verslaafd zijn aan social media.

Voor de Monitor jeugd en media 2015 legden de onderzoekers jongeren vragen voor over hun opvattingen over sociale media in het dagelijks leven. Met de antwoorden worden veel mythes over jongeren en sociale media ontkracht. Zo zegt het merendeel van de jongeren dat je heus niet altijd op sociale media hoeft te reageren en dat ze prima zonder hun laptop of telefoon kunnen. Ook geven de meeste jongeren aan dat zij het liefst face-to-face contact hebben. Jongeren van lagere onderwijsniveaus blijken zich meer houden aan dwingende gedragsregels voor sociale media, zoals snel reageren, meteen liken of retweeten et cetera.

Een veilig digitaal klimaat

Scholen zijn verplicht om te zorgen voor een sociaal veilig klimaat; offline en online. Leraren spelen daarbij een belangrijke rol. Het is een taak van scholen om afspraken te maken met leerlingen over het gebruik van sociale media op en om school.

In hoofdstuk drie van het Handboek Digitale geletterdheid van Kennisnet vind je uitgebreide informatie en verschillende tips om aan de slag te gaan met een veilig digitaal klimaat op school. Ook wordt ingegaan op de belangrijke rol van leraren bij het creëren van een sociaal-veilig klimaat: ‘Zij kunnen grensoverschrijdend gedrag tijdig signaleren, en adequaat ingrijpen. Ook zijn zij het die de normen en waarden van de school uitdragen, en het goede voorbeeld geven. Dit alles vereist pedagogisch vakmanschap.’

Sociale media inzetten voor het onderwijs

Veel scholen en leraren zetten sociale media in. Bijvoorbeeld om contact te onderhouden met ouders, voor communicatie tijdens stages op het mbo of als inspirerende aanvulling op bestaande lesmethodes. Voordat je aan de slag gaat met sociale media in je lessen is het goed om hierover het gesprek te voeren op je school. Leerlingen laten werken met sociale media betekent ook dat je ze gegevens laat delen met bedrijven als Facebook of Twitter. Wat vinden jullie daarvan? Vanaf welke leeftijd mogen de leerlingen een profiel maken op de platforms? Zijn er misschien alternatieve tools te vinden waar hetzelfde mee mogelijk is en waarbij de privacy beter gewaarborgd is?

Met deze tips kun je zelf aan de slag met sociale media in de les:

  • Start een fotoproject in de klas en gebruik Instagram als social media-tool om het resultaat te presenteren
  • Stel een ‘sociale media spreekuur’ in waarin leerlingen online vragen aan de leraar kunnen stellen
  • Laat leerlingen een samenvatting van een tekst maken in een tweet (140 tekens) via het twitteraccount van de klas. Door het formuleren van pakkende tweets komt taal vanzelf aan de orde.
  • Een Learning Circle is een tijdelijke leergemeenschap, waarin leerlingen en leerkrachten uit verschillende landen samenwerken en samen leren met behulp van sociale media. Elke groep stelt één vraag aan de andere groepen. Alle leerlingen gaan dan op onderzoek om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden met teksten, foto’s, tekeningen, filmpjes en presentaties. Die worden verzameld in een wiki, een soort weblog waarin alle deelnemers kunnen samenwerken.
  • Door klassen uit verschillende landen via Skype of Facetime contact met elkaar te laten leggen, leren leerlingen vreemde talen beter spreken.

Meer weten over sociale media in de klas?

referenties

Kennisnet

Laat ict werken voor het onderwijs.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Kennisnet

Laat ict werken voor het onderwijs.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.