Kwaliteit van toetsen

NRO | bijgewerkt op 17 februari 2015

De ene goede toets is de andere niet: kwaliteitscriteria voor toetsen variëren.

Toetsen moeten van goede kwaliteit zijn. Maar om te kunnen bepalen of een toets kwalitatief goed is, moet je eerst weten wat het doel van de toets is. Ook zijn er verschillende aandachtspunten voor de verschillende fasen in de toetscyclus, zoals bij het opstellen van de toets, de afname en de beoordeling.

Een literatuurstudie van het Research Center voor Examinering en Certificering RCEC (Universiteit Twente en Cito) zet de bevindingen op een rij.

Toetsing is overal in het onderwijs aan de orde van de dag. Toetsen helpen bij het certificeren door aan te tonen of leerlingen genoeg hebben geleerd. En ze ondersteunen het leren, door te laten zien waarover leerlingen meer onderwijs nodig hebben.

Voorwaarde is dat de toetsen van goede kwaliteit zijn. Maar hoe herken je als leraar kwaliteit? Om uit te vinden aan welke kwaliteitscriteria een toets moet voldoen, bestudeerden onderzoekers van de Universiteit Twente en Cito wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur uit alle onderwijssectoren, van primair tot en met hoger onderwijs.

Wat weten we?

Eerst het toetsdoel vaststellen

Kwaliteitsaspecten blijken af te hangen van het toetsdoel. Daarom moeten leraren voordat ze gaan toetsen eerst het doel vaststellen.

Leraren kunnen bijvoorbeeld toetsen om een beoordeling te geven: dat is het summatieve toetsen. In dat geval zijn kwaliteitscriteria als ‘validiteit’ (meet de toets wat hij moet meten), ‘normering’ en ‘cesuur’ (wanneer scoort de leerling voldoende of onvoldoende) essentieel.

Leraren kunnen ook formatieve toetsen gebruiken om te meten in hoeverre de leerling de leerstof beheerst en wat hij nog moet leren. Dan is het belangrijk dat de toets een positieve invloed heeft op het lesgeven en leren.

Objectieve beoordeling

De kwaliteitscriteria voor een toets hangen ook af van de fase waarin de opsteller bezig is met de toets.

Een fase waarbij duidelijke kwaliteitsaspecten in de literatuur zijn gevonden, is de afname- en beoordelingsfase. Daarin wordt de toets afgenomen, beoordeeld en het resultaat teruggekoppeld. In deze fase zijn betrouwbaarheid van de toets en objectiviteit van de leraren belangrijk.

Betrouwbaarheid is een breed begrip. Het betekent dat de resultaten op een toets nauwkeurig en consistent zijn: als een leerling op maandag een toets maakt, zou het resultaat hetzelfde moeten zijn als wanneer hij op dinsdag de toets maakt.

Eén manier om betrouwbaarheid te borgen, is om als leraar objectief te zijn. Dat wil zeggen dat leraren de leerlingen beoordelen op grond van de antwoorden die ze tijdens de toets geven, en niet op basis van actief deelnemen aan de les.

Over het onderzoek

Dit onderzoek is één van drie reviewstudies rond ‘Kwaliteit van toetsen en beoordelen’, die het NRO financierde vanuit het praktijkgerichte onderwijsonderzoek.

Dat betekent voor de praktijk

Hoe kan ik als leraar kwalitatief goede toetsen maken?

Het onderzoek Kwaliteit van toetsen (2014) levert een aantal aangrijpingspunten op om rekening mee te houden bij het maken, afnemen en beoordelen van toetsen.

Deze zijn uitgewerkt in de brochure voor leraren Kwaliteit van toetsen binnen handbereik. Welke kwaliteitsaspecten zijn van belang bij een goede toets?. De brochure geeft een samenvatting van wat de wetenschap ons leert over de kwaliteit van toetsen en wat dat betekent voor de praktijk van de leraar.

Een paar voorbeelden:

1. Betrouwbaarheid en objectiviteit

  • Zorg ervoor dat je gebruik maakt van een beoordelingsvoorschrift bij het nakijken.
  • Laat je collega ook eens een paar toetsen nakijken en controleer of jullie op dezelfde score uitkomen.

2. Transparantie van een toets

  • Stel de leerlingen op de hoogte van de inhoud, vorm en het moment van de toets.
  • Geef ook informatie over de manier van beoordelen.

3. Doel van een toets

Welke kwaliteitsaspecten vooral belangrijk zijn, hangt af van het toetsdoel: summatief of formatief. Met summatieve toetsen geef je een eindbeoordeling over het niveau van een leerling. Met formatieve toetsen bepaal je welke onderdelen van de leerstof een leerling beheerst en aan welke onderdelen meer aandacht moet worden besteed. Bepaal met welk doel je toetst.

  • Bij summatief toetsen bepaal je secuur de normering en cesuur: wanneer is de leerling geslaagd?
  • Bij formatief toetsen houd je vooral rekening met het vervolgtraject voor de leerling op basis van de toetsresultaten: geef feedback en stem het onderwijs af op het resultaat van de toets.

Handreikingen

Om leraren te ondersteunen bij het ontwerpen, afnemen en beoordelen van toetsen, heeft het RCEC het hulpmiddel Eerste Hulp Bij Toetsen voor leraren in het voortgezet onderwijs ontwikkeld. Dit boekje behandelt belangrijke aspecten over toetskwaliteit.

referenties

In Gesprek

U kunt contact opnemen met de onderzoekers Nathalie Maassen en Dorien den Otter via rcec@utwente.nl.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

U kunt contact opnemen met de onderzoekers Nathalie Maassen en Dorien den Otter via rcec@utwente.nl.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.