Leerlingen worden beter in wiskunde door metacognitieve vaardigheden te trainen

NRO | 23 februari 2017

Naarmate wiskundige problemen complexer worden, hebben leerlingen vaker metacognitieve vaardigheden nodig zoals oriënteren, controleren, reguleren en monitoren. Veel leerlingen ontwikkelen deze vaardigheden onbewust, mede omdat maar weinig leraren er expliciet aandacht aan besteden. Wiskundeleraren Rodica Ernst-Militaru en Plonie Nijhof wilden weten of leerlingen beter zouden presteren wanneer er wel expliciete aandacht voor deze vaardigheden zou zijn. Zij ontwikkelden de META-methode, pasten die toe en ontdekten dat de resultaten van leerlingen bij wiskunde vooruit gingen.

De META-methode laat leerlingen binnen de les oefeningen maken die hen helpen een wiskundig probleem in stapjes aan te pakken. Zo komen diverse metacognitieve strategieën aan de orde. Daarmee is de META-methode ruimer en actiever dan het veelgebruikte ‘modeling’ waarbij de leraar het probleemoplossen alleen zelf voordoet.

META-methode geeft leerlingen meer grip op probleem

Een van de oefeningen heeft tot doel leerlingen te trainen in het zichzelf vragen stellen over het probleem met behulp van de META-kaart. Zo leren zij te identificeren in welke fase van het oplossen ze vast zijn gelopen en wat ze kunnen doen om het probleem verder op te lossen (monitoren). Ernst-Militaru en Nijhof zien dat leerlingen dit in het begin lastig vinden omdat het hun werktempo vertraagt. Maar naarmate leerlingen meer gewend raken aan de aanpak, wordt de weerstand minder.

Nijhof: ‘Een aantal leerlingen vroeg specifiek naar een nieuwe kaart aan het begin van een nieuw hoofdstuk.’ Ook ontwikkelen leraren en leerlingen samen een vocabulaire om over het proces van oplossen te praten. Doordat de leerling zelf benoemt welke signaalwoorden hij/zij heeft gezien en de keuze van zijn/haar oplosmethode kan toelichten, ziet de leerling ook beter dat bewuste stappen gezet moeten worden om tot een goed antwoord te komen. Het maakt dat leerlingen meer grip krijgen op het oplossingsproces.

Onderzoek naar methode toont positieve resultaten

In het onderzoek dat de leraren samen met Maastricht University uitvoerden, is gekeken of het gebruik van de META-methode verbetering brengt in het gebruik van metacognitieve vaardigheden en de leerresultaten van leerlingen bij wiskunde. Het onderzoek werd opgezet als een experiment onder ruim 700 leerlingen van twee scholen. Met een vragenlijst (de Motivated Strategies for Learning Questionnaire) is gekeken of de inzet van deze metacognitieve vaardigheden was toegenomen gedurende het jaar.

Door het gebruik van de zelfontwikkelde META-kaarten, mindmaps en de expliciete bespreking van het nut van de inzet van metacognitie werd de score op metacognitieve zelfregulatie, kritisch denken, elaboreren en reguleren van inspanning significant hoger. Een deel van de leerlingen haalde betere cijfers voor wiskunde, met name de leerlingen met een score in het tweede kwart van de klas (net onder het gemiddelde). De methode werd ook gebruikt bij economie en m&o (management en organisatie). Daar werden geen resultaten gevonden, maar dat kan komen omdat het aantal leerlingen dat meedeed aan het onderzoek (te) klein was.

Trainen van leraren heeft tijd nodig

Het aanleren om expliciet aandacht te besteden aan metacognitieve vaardigheden is best lastig. Pas als de leraar zelf metacognitief vaardig is, kan hij/zij deze vaardigheden overdragen op de leerlingen.

Het trainen van de leraren is een proces dat tijd nodig heeft. Nijhof en Ernst-Militaru trainden zelf hun collega’s. Collega’s vertelden: ‘Ik heb telkens expliciet aandacht moeten besteden aan de methode. Het ging eigenlijk nooit vanzelf. Dat was wel vermoeiend en niet altijd even motiverend.’ ‘Old habits die hard …’ De vier trainingen waren daarom van groot belang voor de onderlinge uitwisseling van ervaringen, theoretische ondersteuning en motivatie van de deelnemende leraren.

Nijhof en Ernst-Militaru verwachten dat de leerresultaten voor meer leerlingen beter kunnen worden als leraren, ook bij andere vakken, de methode langer en intensiever gaan inzetten.

Aanbeveling

Het ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden zorgt volgens Hattie (2009) voor significant betere leerresultaten. Omdat het onderwijzen daarin nog onvoldoende gedaan wordt (Kistner et al, 2010) is het belangrijk dat beleidsmakers, schoolleiders en leraren de theorie en praktijk van zelfsturing beter leren kennen en toepassen. Een kennismaking met de META-methode kan een eerste stap in die richting zijn.

Het onderzoek werd uitgevoerd door een consortium bestaande uit Rodica Ernst-Militaru (Udens College), Plonie Nijhof (Hermann Wesselink College) en Joris Ghysels (Maastricht University) en gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Rodica-Ernst Militaru ontving voor het gebruik van onderzoek ter verbetering van het onderwijs de NRO-onderwijsprijs 2016.

Publicaties

Meer lezen

In gesprek

Voor vragen over de META-methode en het onderzoek kunt u contact opnemen met Rodica Ernst-Militaru MSc, Udens College, Plonie Nijhof, Hermann Wesselinkcollege of Joris Ghysels, Universiteit Maastricht

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Voor vragen over de META-methode en het onderzoek kunt u contact opnemen met Rodica Ernst-Militaru MSc, Udens College, Plonie Nijhof, Hermann Wesselinkcollege of Joris Ghysels, Universiteit Maastricht

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.