Leerrendement differentiatie

Kennisrotonde | bijgewerkt op 14 november 2016

Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?

Wat weten we?

Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen en bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen centraal. Van belang is het werken met kleine groepen. Docenten moeten de niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij helpen. Vooral laag presterende leerlingen lijken te profiteren van het werken in heterogene groepen.

Differentiatie

In het voortgezet onderwijs is de leerlingenpopulatie homogener dan in het basisonderwijs. Leerlingen worden via het schooltype al ingedeeld op basis van hun cognitieve vermogen. Binnen klassen wordt vervolgens vaak convergente differentiatie toegepast. De docent richt zich dan op minimumdoelen die alle leerlingen moeten bereiken. Om de leerlingen de gemeenschappelijke einddoelen te laten bereiken, maakt de docent gebruik van verschillende vormen van differentiatie: naar niveau, leefstijl en tempo. Laag presterende leerlingen krijgen bijvoorbeeld extra instructies en begeleiding.

Bij divergente differentiatie ligt de focus op de individuele leerling. Leerlingen doorlopen een eigen leerroute met passende doelen, instructies en begeleiding. Zowel laag als hoog presterende leerlingen worden zo gestimuleerd om voor henzelf een zo hoog mogelijk niveau te behalen. Hierdoor nemen bij divergente differentiatie de verschillen tussen goed en minder presterende leerlingen toe.

Groepsgrootte en prestaties

De effecten van convergente en divergente differentiatie zijn niet eenduidig. Dit maakt het lastig om te bepalen welke vorm de docent het beste kan gebruiken. Omdat landen het voortgezet onderwijs verschillend vormgeven en leerlingen op verschillende leeftijden daaraan deelnemen, is het moeilijk om resultaten tussen landen met elkaar te vergelijken.

De gunstigste effecten zijn te vinden als convergente differentiatie gepaard gaat met heel goede instructie, in flexibele, kleine, heterogene groepen. Doordat leerlingen dezelfde minimumdoelen moeten halen, krijgen zwak presterende leerlingen de kans om achterstanden in te lopen. Daarnaast heeft verkleining van de groepsgrootte positieve effecten op de leerprestaties van leerlingen. Dit komt doordat leraren in kleine groepen makkelijker kunnen signaleren welke leerlingen extra hulp nodig hebben. Een aanpassing van instructie of tempo is dan eenvoudiger te realiseren. Bovendien is er in kleinere groepen meer interactie tussen leerkrachten en leerlingen mogelijk. Door leerlingen in kleine heterogene subgroepen te laten werken, met bijvoorbeeld extra onderwijspersoneel, worden zwak presterende leerlingen uitgedaagd de gestelde doelen te halen. Alle leerlingen kunnen van de docent instructies krijgen die aansluiten bij hun behoefte.

Differentiatie en ict

Het afstemmen van het onderwijs op verschillen tussen leerlingen is voor veel docenten een hele opgave. Belangrijk zijn daarbij een goede diagnose van onderwijsbehoeften van individuele leerlingen en het inschatten van hun individuele niveaus. Daarnaast moet de docent vaststellen wat de leerlingen met de verschillende niveaus behoren te leren. Bekend is dat docenten leerlingen verschillend behandelen door (onbewuste) verwachtingen over hun mogelijkheden. Door middel van assessments kan ict docenten helpen bij het diagnosticeren van leerlingen. Door de assessments worden de vaardigheden en kennis van leerlingen in kaart gebracht. Op deze manier krijgt de docent inzicht in de onderwijsbehoeften van leerlingen. Op basis hiervan kan de docent de differentiatievorm bepalen.

Voor veel typen digitale leermiddelen is nog weinig bewijs gevonden voor hun effectiviteit. Over een aantal digitale leermiddelen valt wel uitspraken te doen. Zo hebben adaptieve methoden bij digitale oefeningen voor rekenen vaak een positief effect op de rekenprestaties van leerlingen. Individuele adaptieve ict-oefenprogramma´s hebben een gunstig effect op de rekenvaardigheden van leerlingen. Dit geldt voor zowel vmbo-t als voor havo- en vwo-leerlingen. De effecten bleven ook overeind na controle voor de houding van de docent, het oefengedrag van leerlingen, het niveau en achtergrondkenmerken van de leerling. In het programma kregen leerlingen eigen oefeningen, die een paar keer per maand aan de behoeften van de leerling werden aangepast (adaptief). Daarnaast kreeg de leerling bij de start een uitgebreide uitleg, en na het invullen van de antwoorden feedback op zowel de goede als foute antwoorden.

Voorts is gebleken dat de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs omhoog gaan door computerinstructies. Voortgangsrapporten van computersystemen geven inzicht in het presteren van de leerlingen. Aan de hand hiervan kunnen docenten extra ondersteuning geven aan leerlingen die het nodig hebben. Voor het slagen van de programma’s zijn schoolorganisatorische condities eveneens van belang, zoals visie, inrichting van het schoolgebouw en ict-voorzieningen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Lees ook:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Richard Defourny, Devorah van den berg, Cisca Joldersma en Ruud van der Aa (allen werkzaam bij CAOP)

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

 

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jou onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde! 

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jou onderwijs? Stel dan je vraag aan de Kennisrotonde! 

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.