Mbo’ers goed begeleiden bij doorstroming naar hbo

NRO | 29 november 2018

Studenten vanuit het mbo hebben meer kans van slagen op het hbo als ze goed worden voorbereid en begeleid. Proefstuderen, begeleiding door coaches en/of mentoren en loopbaanoriëntatie kunnen hierbij helpen. Het is wel zaak om dit soort initiatieven structureel in de opleidingen op te nemen.

Dat zijn belangrijke conclusies uit het onderzoek naar een betere aansluiting tussen het mbo en het hbo, dat is uitgevoerd onder leiding van José Mulder, nu werkzaam bij ResearchNed en daarvoor bij ecbo. Aanleiding voor het onderzoek was het gebrekkige studiesucces en de relatief hoge uitval van mbo-studenten op het hbo.

Onderdeel van de studie was om precies in kaart te brengen hoeveel mbo-studenten naar het hbo gaan, welke opleiding zij daar volgen en met welk succes. Uit dit onderzoek blijkt dat in de periode 2005-2016 aanvankelijk elk jaar meer studenten vanuit het mbo naar het voltijd-hbo gingen; vanaf 2013-2014 zette een daling in, naar zo’n 24.000 eerstejaars in 2015-2016. Het aandeel mbo’ers in de totale instroom in het hbo was over de jaren heen redelijk constant: ruim 30%.

Een op de vijf mbo4-studenten stopt na het eerste jaar

De afgelopen tien jaar stopte gemiddeld 16% van die mbo4-studenten definitief met het volgen van onderwijs na het eerste jaar in het hbo. Nog eens 3% stopte tijdelijk. Circa 20% wisselde van niveau, studie en/of instelling. Ter vergelijking: van de havisten stopte gemiddeld 9% definitief of tijdelijk, en wisselde gemiddeld 31%.

Verder constateren de onderzoekers grote verschillen tussen hogescholen onderling. Met name economische hbo-opleidingen kennen een relatief hoge uitval of switch van studenten die uit het mbo komen. Bij de vaak kleinschaliger groene en kunstopleidingen ligt het aantal stoppers en studiewisselaars beduidend lager.

Niet één oplossing voor beteugelen studie-uitval

Veel factoren blijken een rol te spelen bij de uitval en switch van mbo-studenten op het hbo, zoals het type opleiding, de locatie van de hbo-instelling, de sociaal-economische achtergrond van de student, de binding met docenten en medestudenten op het hbo en de voorbereiding die ze kregen op het mbo. Een doorslaggevende factor voor studiesucces dan wel –falen is dan ook niet aan te geven. En er is dus ook niet één oplossing waarmee de aantallen uitvallers en switchers flink kunnen worden teruggedrongen.

In de loop der jaren zijn er veel trajecten opgezet om te zorgen voor een betere doorstroming van mbo-studenten naar het hbo. Omdat ze veelal kleinschalig van aard zijn en vanwege een gebrek aan gegevens over de deelnemers is vaak niet te zeggen hoe effectief die programma’s zijn; hiernaar is meer onderzoek nodig. Wel bevelen de onderzoekers aan om de initiatieven een structureel karakter te geven, opdat de opgedane kennis en ervaring niet verloren gaat.

Wil je meer weten over dit onderzoek? Kijk dan op de projectwebsite Verbeterde aansluiting mbo-hbo. Wat werkt? of lees het uitgebreide onderzoeksrapport. Zie verder een ingezonden stuk in Trouw van 26 april 2016 van de onderzoekers.

In gesprek

Dit onderzoek is uitgevoerd onder leiding van José Mulder, senior onderzoeker bij ResearchNed.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Dit onderzoek is uitgevoerd onder leiding van José Mulder, senior onderzoeker bij ResearchNed.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.