Mogelijkheden tot herkenning van talent

KNOW | bijgewerkt op 03 december 2013

Leerlingen hebben verschillende talenten, ze verschillen van elkaar in mogelijkheden, kennis, vaardigheden, attituden en motivatie om te leren. Een van de moeilijkste opgaven van leraren en het onderwijs als geheel is het omgaan met verschillen in aanleg en achtergrond van de leerlingen, en vervolgens te differentiëren van leermogelijkheden en – behoeften. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat goede scholen een grote invloed kunnen hebben op schoolprestaties (Marzano, 2007). Maar onderzoek wijst ook uit dat slechts 20 procent van de variantie in schoolresultaten van leerlingen schoolgebonden is, en dat de overige 80% individueel gebonden is en achtergrondkenmerken betreft, zoals thuissituatie, achtergrondkennis en motivatie.

Wat weten we?

Uit onderzoek in binnen- en buitenland blijkt een afname in de leermotivatie van jongeren in de leeftijd dat zij het voortgezet onderwijs bezoeken. Dat wordt verklaard door een afnemende fit tussen de school, en dan vooral het optreden van docenten, en de ontwikkeling van de adolescente leerling. Afname in motivatie kan samenhangen met een afnemende interesse in school, een afnemend belang van de school in de leefwereld van de leerling en een verminderd gevoel van uitdaging door de school. Het is niet eenvoudig om leerlingen in het voortgezet onderwijs betrokken te krijgen bij het leren voor en op school. Daarbij is de vrijetijdsbesteding een duidelijke concurrent van de inzet voor school. Verder is het voor de school van belang om alert te zijn op laatbloeiers, en te vroege conclusies ten aanzien van op het oog tekortschietende leerpotenties te voorkomen.

Docenten in het voortgezet onderwijs hebben een belangrijke rol in het herkennen van talent. In iedere klas zitten leerlingen die zich van de rest van de groep onderscheiden – en dus uitblinken. Door hun positieve werkhouding en hun goede resultaten zijn deze leerlingen gemakkelijk te herkennen. Wanneer de talenten van leerlingen (nog) verborgen blijven, staat de leraar voor een veel complexere opdracht. Doorgaans wordt van leraren verwacht dat zij twee dingen tegelijk doen: zij zijn niet alleen bezig met de vakinhoud, maar managen tijdens dat proces ook een groep (Doyle, 1986). Goed klassenmanagement is de basis om toe te kunnen komen aan een derde factor, namelijk het identificeren van individuele mogelijkheden. Dat vraagt in eerste instantie een bepaalde mate van bewustzijn, van overzicht: de leraar moet een groot aantal leerlingen (die in zeker opzicht op elkaar lijken) uit elkaar weten te houden en zich een beeld vormen van welke eigenschappen bij welk individu passen. De kennis die leraren nodig hebben om talenten te kunnen herkennen moeten zij zelf op de werkvloer verwerven. In iedere situatie moeten leraren weer ontdekken wie hun leerlingen zijn; via de wetenschappelijke literatuur valt daar niet achter te komen. Dit soort kennis wordt lokale kennis, of situationele kennis genoemd (Munby, Russell & Martin, 2004). Door ervaring leren leraren steeds meer zien, krijgen een ‘kijk’ op leerlingen en dat helpt bij het herkennen van talent (Kessels & Korthagen, 1996).

Leraren die met een gevarieerd scala aan opdrachten kunnen werken, hebben een grotere kans dat zij de specifieke talenten van een individuele leerling aanraken. Als zij daarnaast ook in staat zijn om te werken met open opdrachten, geven zij niet alleen de leerling de gelegenheid om iets origineels tot stand te brengen, maar ook zichzelf de kans om met de originaliteit van de leerling kennis te maken.

Daarbij helpt de traditionele organisatie van het voortgezet onderwijs niet: de meeste leraren ontmoeten een individuele leerling alleen maar in de klas. Dat betekent dat het individu zich altijd in dezelfde groep bevindt en slechts een korte periode blijft. Als het lesuur afgelopen is, verschijnt weer een nieuwe groep.

Het herkennen van talenten is een zoekproces waarvan de uitkomst enerzijds onbeslist en anderzijds vol belofte is. De kennis en vaardigheden die docenten nodig hebben om talenten te herkennen hangen nauw samen met de reguliere pedagogisch- didactische vaardigheden die nodig zijn om een goede leraar te zijn. Hoe bekwamer leraren zijn in het leggen van pedagogisch-didactische relaties, des te gunstiger is de voedingsbodem die zij bieden waarop talenten zichtbaar kunnen worden.

Bij het coachen en begeleiden is een opbouwende attitude van leraren essentieel. Slechts een deel van de les is voor coaching beschikbaar. De tijd die binnen de les voor het coachen van individuele leerlingen over blijft, hangt rechtstreeks samen met het aantal leerlingen in de klas. Als een leraar met een klas van 25 leerlingen tijdens een les van 50 minuten (de meest gebruikelijke tijd) de helft van de tijd aan coaching besteedt, blijft er voor iedere leerling één minuut over. Die tijd is niet voldoende voor uitgebreidere vormen van coaching, zoals heuristisch coachen.

De mate waarin een leraar de ruimte heeft om verborgen talent door coaching tot ontwikkeling te brengen, hangt ook mede samen met het gedrag van de leerlingen. Pubers hebben nog veel externe sturing nodig (Crone, 2008). Als leerlingen veel aandacht van de leraar opeisen, gaat dit ten koste van de tijd voor individuele coaching.

Leraren die individuen coachen tijdens de les, doen dit ‘binnen het geheel van de activiteiten.’ Ze zijn met meerdere dingen tegelijkertijd bezig. Het coachen en begeleiden van leerlingen gericht op stimulatie en ontwikkeling van talent is ingebed in de taak van de leraar om leerlingen te motiveren. Terwijl leraren zich hiermee bezig houden, zijn ze ook verantwoordelijk voor de voortgang van de les als geheel. Leraren moeten dus meerdere dingen tegelijk doen: lesgeven, het groepsproces managen, het individuele talent ontwikkelen. Naast tijd die gemeten kan worden in minuten is dit ook een kwestie van intensiteit. In feite is de leraar de multi-tasker avant la lettre. In een klas met 25 levende wezens gebeurt ontzettend veel; een leraar moet in staat zijn om die informatie op een adequate manier waar te nemen en te verwerken. Dat vraagt een enorme alertheid en oplettendheid. Dit maakt lesgeven tot een zeer een intensief proces, niet in eerste instantie wat betreft tijd (want de duur van de les staat vast), maar wat betreft aandacht. Beginnende leraren komen niet aan individuele talenten toe. Zij hebben de handen vol aan hun vak en aan het managen van het groepsproces. Tijdens het coachen gaat de aandacht van de leraar in eerste instantie naar de leerling die storend optreedt, dan naar de leerling die zelf het initiatief neemt en actief met de les meedoet, dan naar de leerling die extra hulp nodig heeft en pas in laatste instantie naar de talentvolle leerling die door middel van coaching uit de tent gelokt moet worden.

Naarmate de leraar het groepsproces beter in de hand heeft – beter is in klassenmanagement – ontstaat er meer ruimte om zich met individuen bezig te houden. Connaisseurs zijn heel goed in dit proces. Zij hebben relatief weinig problemen met klassenmanagement, ze hebben relatief veel grip op het groepsproces (maar weten ook hoe moeilijk dat in sommige klassen kan zijn). Door het overzicht en de rust die de connaisseurs zelf scheppen, leren ze leerlingen snel kennen – of misschien is het andersom: doordat ze leerlingen snel leren kennen en hun uitstekende contactuele eigenschappen, ontstaat er rust, overzicht en vertrouwen, kortom een situatie waarin verborgen talenten zich kunnen openbaren. De vaardigheid om een klas goed te managen is ongetwijfeld een centrale vaardigheid die leraren nodig hebben om talentvolle leerlingen te coachen en te begeleiden.

Behalve om kennis en vaardigheden, gaat het echter ook hier om tijd en gelegenheid. Onderwijs is een groepsgebeuren.. De vraag is of het juist is dat in het onderwijs termen als ‘coaching’, die uit de wereld van de privéles afkomstig zijn, zijn geïntroduceerd. Door de introductie van dit soort termen worden veel leraren in een positie geplaatst waarin zij bij voorbaat falen. “Dit is fout in het onderwijs. Je hebt het gevoel dat je voortdurend tekort schiet”

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.