Motivatie van leerlingen

KNOW | bijgewerkt op 03 december 2013

Zijn kinderen van nature geneigd om te leren en om hun leren zelf te organiseren (intrinsieke motivatie)? Of hebben volwassenen de taak om kinderen aan te zetten tot leren en hun leerproces te sturen (extrinsieke motivatie)? Het behaviorisme is een voorbeeld van een extrinsieke motivatietheorie. Een leerling doet iets (niet) omdat ik hem of haar daarvoor beloon of straf. De laatste jaren is er binnen de onderwijspsychologische theorievorming een verschuiving opgetreden van extrinsieke naar intrinsieke motivatietheorieën. Intrinsieke motivatietheorieën gaan er vanuit dat leerlingen van nature gemotiveerd zijn om te leren.

Wat weten we?

Jolles en anderen (2006) stellen in Brain lessons dat ons schoolsysteem op dit moment niet in staat is om de blijvende interesse van gemotiveerde en intelligente kinderen aan te boren.

De intrinsieke motivatietheorie Self-Determination Theory van de Amerikaanse onderzoekers Ryan en Deci gaat er vanuit dat leerlingen van nature gemotiveerd zijn om te leren. Ze leren dan intrinsiek gemotiveerd, wat wil zeggen dat ze leren omdat ze iets interessant vinden. Uit veel onderzoek weten we inmiddels dat intrinsiek gemotiveerd leren leidt tot betere prestaties en vooral tot diepere verwerking. Extrinsiek gemotiveerd leren is niet altijd te vermijden, maar het leren is oppervlakkiger en het geeft een grotere kans op drop out of een lager gevoel van welbevinden. Het kan leiden tot een ‘zesjescultuur’. De Self-Determination Theory geeft aan dat een dergelijke extrinsieke houding ontstaat wanneer leerlingen het gevoel hebben weinig autonomie te hebben, dus zich sterk verplicht voelen tot iets. Ook een laag gevoel van competentie kan leiden tot een extrinsieke houding. De factor sociale verbondenheid speelt een rol. Leerlingen verliezen intrinsieke motivatie als ze het gevoel hebben niet gewaardeerd te worden door medeleerlingen of leraren.

Het onderwijs kan meer rekening houden met de van binnenuit gestuurde intrinsieke motivatie van leerlingen door in overleg met hen leerdoelen op diverse aantrekkelijke manieren vorm te geven in een gevarieerde leeromgeving binnen en buiten de school en hen keuzemogelijkheden te bieden. De rol van de leraar is daarbij van groot belang. Leraren kunnen autonome motivatie bewerkstelligen door structurerend en autonomierespecterend op te treden (Vansteenkiste e.a., 2007).

Dat betekent voor de praktijk

  • Autonomie voor leerlingen
    Een autonomie-respecterende leerkrachthouding, adequate ondersteuning en een goede relatie met de leerlingen draagt bij aan de intrinsiek motivatie van kinderen om te leren. Het artikel Autonomie voor leerlingen biedt naast een theoretische onderbouwing van dit pleidooi, informatie over wat dit vraagt van leerkrachten.
  • Motiveren van cultuurgebaseerd onderwijs
    Op het Amadeus Lyceum wordt sinds een aantal jaren gewerkt met cultuurgebaseerd onderwijs (CGO). Leerlingen worden uitgedaagd kennis en vaardigheden op te doen via competentiegerichte werkvormen waarbij kunst en cultuur zijn geïntegreerd in de reguliere vakken. Met CGO wil de school zijn leerlingen meer motiveren, spijbelen en uitval voorkomen en de sociale integratie bevorderen. Lees meer in het leraar24.nl artikel Motiveren met cultuurgebaseerd onderwijs.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.