onderzoek

Nederlands als tweede taal leren

Kennisrotonde | 15 maart 2017

  • PO
  • VO

Wat zijn effectieve methoden om (migranten)kinderen in het basisonderwijs Nederlands als tweede taal aan te leren? En welke ict-middelen kunnen daarbij helpen?

Wat weten we?

Leerkrachten en ouders kunnen leerlingen die Nederlands als tweede taal leren (NT2) helpen door de ontwikkeling van hun woordenschat in zowel de eerste als tweede taal te ondersteunen. Geanimeerde prentenboeken en digitale taalspelletjes blijken goed te kunnen helpen bij de ontwikkeling van lees- en taalvaardigheden van NT2 leerlingen. Belangrijke criteria bij de keuze van een digitaal leermiddel zijn de motiverende werking, de kwaliteit van het programma en de inhoudelijke aansluiting tussen verschillende informatiebronnen (verbale en non-verbale elementen).

Kinderen leren taal in veilige en interactieve contexten waarin veel wordt gepraat, bijvoorbeeld thuis en op school. Voorlezen is een belangrijke manier om taalinteractie te stimuleren. Regelmatig met kinderen lezen heeft al vanaf jonge leeftijd een positief effect op het ontwikkelen van woordenschat, leesvaardigheid en academische vaardigheden.

De woordenschat in de eigen taal (L1) stimuleren, kan de taalontwikkeling in een tweede taal (L2) bevorderen. Het advies is daarom aandacht te hebben voor de eigen taal en cultuur van het kind en zowel talige interactie in de eerste als in de tweede taal te stimuleren. Op leesplein.nl is een overzicht te vinden van bibliotheekboeken die in verschillende talen beschikbaar zijn. Door samen met kinderen boeken in zowel L1 als L2 te lezen, kunnen leerkrachten en ouders hen helpen hun woordenschat in de eerste en tweede taal op te bouwen. Ouderparticipatie is dan ook belangrijk voor het leren van NT2 leerlingen.

Digitale leermiddelen

Multimedia kunnen een positieve bijdrage leveren aan de taalontwikkeling van kinderen. Geanimeerde boeken bijvoorbeeld kunnen de taalontwikkeling van NT2 leerlingen bevorderen. In geanimeerde boeken worden videoanimaties, geluiden en muziek toegevoegd aan beeldmateriaal (zie bijvoorbeeld: www.bereslim.nl). Geanimeerde boeken hebben, wanneer multimedia-effecten inhoudelijk aansluiten op het verhaal, zelfs meer effect op verhaalbegrip en taalvaardigheid van NT2 leerlingen dan statische boeken zonder multimedia. NT2 leerlingen profiteren tijdens het lezen van geanimeerde boeken van de manier waarop non-verbale elementen aansluiten op verbale elementen in het verhaal. Terwijl de computerstem het verhaal voorleest, vestigen non-verbale elementen de aandacht op bijpassende details in de illustraties.

Geanimeerde prentenboeken steeds opnieuw lezen (vier á vijf keer) is het meest effectief. Kinderen hebben zo meer aandacht voor details en leren woordbetekenissen in de context van het verhaal. Naast geanimeerde boekverhalen kunnen ook digitale taalspelletjes die inhoudelijk aansluiten op het verhaal de taalontwikkeling van NT2 leerlingen effectief ondersteunen. Digitale leermiddelen met veel interactieve opties (ontdekspelletjes, hotspots, digitale woordenboeken) leiden af, zelfs wanneer deze opties inhoudelijk aansluiten op het verhaal. Wees dus voorzichtig met het gebruik van dit soort programma’s.

Adaptieve digitale leermiddelen

Er zijn ook veel andere adaptieve digitale leerprogramma’s. Wentink en Van den Berg (2016) beschrijven digitale leermiddelen waarvan in Nederland wetenschappelijk is onderzocht of deze effect hebben. Maar vaak zijn leerkrachten genoodzaakt om te kiezen voor een programma dat niet wetenschappelijk is onderzocht. Waar moeten zij dan op letten?

Belangrijkste kwaliteitscriteria digitale leermiddelen NT2 leerlingen:

  • Multimedia in programma’s hebben het sterkst effect op de taalontwikkeling wanneer meerdere vormen van input (verbaal en non-verbaal) inhoudelijk op elkaar aansluiten.
  • De kwaliteit van een digitale leermethode is belangrijk. Multimedia leveren bijvoorbeeld alleen een nuttige bijdrage aan verhaal-/taalbegrip als er nauwe aansluiting is tussen de inhoud van het verhaal en de toegevoegde multimedia-elementen. Programma’s met veel interactieve elementen leiden vooral af.
  • Herhaaldelijk lezen is het meest effectief voor NT2 leerlingen. Daarom is het belangrijk dat het programma een motiverende werking heeft, zodat leerlingen worden uitgelokt het meerdere keren te gebruiken. Feedbackelementen kunnen daarbij helpen.
  • Het is belangrijk dat een leerkracht of andere volwassene het gebruik van de middelen ondersteunt en controleert.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Voor de Kennisrotonde heeft Heleen van den Berg de Handreiking effectieve digitale leermiddelen voor taal en Nederlands voor het primair en voortgezet onderwijs van Hanneke Wentink (2012) geactualiseerd. (september 2016).

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Heleen Wienen – van den Berg (vraagbeantwoording) en Hanneke de Weger (kennismakelaar). Zij hebben hiervoor prof. dr. Adriana Bus (Universiteit Leiden) en dr. Hanneke Wentink (Saxion) geconsulteerd.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

In Gesprek
In Gesprek

Deze vraag is beantwoord door de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van kennisvragen uit en over het onderwijs.

Kennisrotonde
Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

geef jouw waardering:

(klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Gerelateerd