Netwerkleren van de leraar

KNOW | bijgewerkt op 03 december 2013

Binnen het domein van de professionele ontwikkeling zijn leraren in het verleden vaak benaderd als passieve consumenten van voorverpakte kennis, die hen aangeboden werd op de opleiding en via nascholingsdagen. Maar leren is altijd een natuurlijk onderdeel van de schoolpraktijk geweest; leraren lossen in hun praktijk voortdurend problemen op. Onderzoek toont aan dat leren voornamelijk gebeurt wanneer leraren kennis inwinnen via hun dagelijkse contacten (De Laat, 2012). Meer aandacht voor de manier waarop sociaal leren plaatsvindt, ondersteund kan worden en de waardering voor dit leerproces, kan dus veel opleveren voor de kwaliteit van het onderwijs. Netwerkleren is een vorm van sociaal leren die aansluit bij vormen van leren die vaak al op de werkplek plaatsvinden en waarbij de relaties en interacties tussen leraren centraal staan.

Wat weten we?

Leraren lossen samen problemen op, wisselen voortdurend kennis met elkaar uit en onderhouden waardevolle contacten. Ze zijn daarbij voortdurend, bewust en onbewust, in wisselende sociale verbanden aan het leren. Leernetwerken en communities (leer-werkgemeenschappen) zijn voorbeelden van sociale structuren, waarbinnen sociaal leren plaatsvindt. Bij netwerkleren ligt de nadruk op de relaties en interacties tussen leraren; netwerken faciliteren informatiestromen, het gezamenlijk oplossen van problemen, kenniscreatie en leren. Het concept ‘community’ benadrukt de gedeelde drijfveer om samen te werken aan een gedeeld (kennis)domein of een gedeeld probleem. Wanneer leernetwerken en communities samen vallen kan sociaal leren optimaal plaatsvinden (voor meer hierover, lees Wenger, Trayner en De Laat, 2011).
Netwerkleren heeft verschillende voordelen voor leraren ten opzichte van meer formele vormen van professionaliseren. Omdat het een informele manier van professionaliseren is, beslissen leraren zelf of ze deelnemen aan een netwerk. Netwerkleren ontstaat spontaan, vanuit een behoefte naar het vergaren van kennis rondom een bepaald vraagstuk of probleem. Binnen een netwerk is er geen rangorde; iedereen levert een gelijkwaardige bijdrage. Dit geeft een meer informele sfeer waardoor het leren op een natuurlijke manier zal verlopen. Doordat netwerkleren spontaan ontstaat is het niet tijdgebonden en als er eerst binnen de eigen school of scholengroep gezocht kan worden naar aanwezige expertise kan netwerkleren ook kostenbesparend werken. Verder is een zeer groot voordeel dat leren plaatsvindt in de praktijk; het geleerde kan snel worden toegepast. Deze voordelen werken zeer motiverend voor de deelnemers.
Het informele element maakt de waarde van het geleerde moeilijk grijpbaar. Wenger, Trayner en De Laat (2011) stellen voor om naar netwerkleren te kijken in termen van waardecreatie. Er kunnen verschillende soorten waarde ontstaan:

  • Productieve activiteiten, waarbij deelnemers ontmoetingen als leuk, zinvol of productief ervaren
  • Het kenniskapitaal dat besloten ligt in tips en materialen, maar ook in de contacten
  • Veranderde praktijk
  • Zichtbare opbrengsten, die waardevol zijn voor de betrokkenen
  • Nieuwe inzichten, waardoor deelnemers anders tegen dingen aan gaan kijken

Dat betekent voor de praktijk

Wanneer leraren binnen hun school netwerkleren willen inzetten voor hun professionele ontwikkeling vergt dit zowel van de leraren zelf als van de schoolleiding een bepaalde houding ten opzichte van deze manier van leren (de Kruif & Korenhof, 2012, p.15; Goes, Berkers, Hulsebosch & Coenders, 2011, p.7). Het is nuttig deze houdingen kenbaar en inzichtelijk te maken (bijvoorbeeld door het toepassen van de ‘Begrippenkaart’ of de ‘Quiz’. Zie hiervoor de handreikingen).

Daarnaast is het verstandig wanneer de staat van het leernetwerk regelmatig opnieuw bekeken wordt (bijvoorbeeld door toepassing van de ‘Contactenkaart’, of ‘Netwerk in Beeld’ – Zie de handreikingen en zie Korenhof, Schreurs, Meijs en de Laat, 2010).

Omdat er bepaalde condities zijn die van invloed zijn op het succes van netwerkleren (zoals de betrokkenheid van het management, de facilitatie met uren voor de docenten en een lichte projectorganisatie), maar ook omstandigheden waaronder netwerkleren kan falen (Goes, Delea en de Laat, 2010, p.13), moeten dezen ook goed in de gaten gehouden worden.

Waardecreatie in netwerken kan het beste worden vastgelegd in zogenaamde waardecreatieverhalen, die worden verteld door de deelnemers. Recent onderzoek heeft laten zien dat een waardecreatieverhaal inzichtelijk kan maken welke soorten waarde er door deelname in een netwerk wordt gecreëerd (Nijland & Van Amersfoort, 2013). Bovendien kregen leraren extra inzicht in hun leerproces door het vertellen van hun eigen waardecreatie verhaal.

Handreikingen

Hoe organiseer ik een netwerklerende school (Wassink & Goes, 2011; Poorthuis, Putter, van Amersfoort, & Hooijer, 2012)? De onderstaande handreikingen kunnen u helpen bij het beantwoorden van vragen als deze.

Faciliteren van leernetwerken
Voor het faciliteren van netwerkleren kan de Toolkit Netwerkleren (Korenhof, Coenders & De Laat, 2011) gebruikt worden. Deze toolkit is erop gericht om het leren in netwerken in de dagelijkse onderwijspraktijk te faciliteren en biedt vele handvatten, werkvormen en reflectie-instrumenten voor leraren om zelf met netwerkleren aan de slag te gaan. De toolkit is opgebouwd volgens drie ontwikkelingsstadia in netwerkleren: zaaien, cultiveren en oogsten. Deze toolkit is als mobiele applicatie te verkrijgen via een app winkel en te vinden onder de zoektermen netwerkleren toolkit onderwijs.

Kenmerken van netwerkleerders
Voor het in beeld brengen van belangrijke kenmerken bij de deelnemers aan netwerkleren kan de begrippenkaart worden gebruikt om te bekijken hoe ver de leraren zijn in het vormen van een referentiekader rondom netwerkleren. Tevens kan worden bekeken op welk aspect van netwerkleren zij de meeste nadruk leggen en of ze verbanden zien tussen de verschillende aspecten van netwerkleren (Zie Toolkit Netwerkleren voor instrument).

Kenmerken van leernetwerken

Voor het in beeld brengen van belangrijke kenmerken van de leernetwerken als geheel kunnen de volgende instrumenten gebruikt worden:

  • Netwerkbarometer: met dit instrument krijg je zicht op thema’s binnen het netwerk, de sociale samenhang, de aansluiting met de praktijk, benodigde vaardigheid en kennis, de planning en de belangen van het netwerk. De meting kan over tijd herhaald worden om veranderingen in kaart te brengen. Ook kan het instrument ingezet worden om te zien of tussentijdse interventies effect hebben gehad op minder goed lopende aspecten van het netwerk. De barometer kan opgevraagd worden via Maarten.deLaat@ou.nl.
  • Contactenkaart: dit is een instrument dat nagaat: (a) met wie er contacten zijn binnen een netwerk/community/team (samenwerkingsverbanden), (b) waarover de contacten gaan en (c) hoe vaak de contacten plaatsvinden. Dit instrument is opgenomen in de Toolkit App (zie voor de beschrijving van de app ‘Facilteren van leernetwerken’). Zie de Toolkit Netwerkleren voor het instrument.
  • Netwerkscan: dit is een vragenlijst die zowel online als op papier ingezet kan worden om de manieren waarop er al actief ‘genetwerkt’ wordt inzichtelijk te maken. De scan geeft onder andere inzicht in de reden voor leren en ontwikkelen binnen de organisatie, de manier waarop een leraar het liefst aan de eigen ontwikkeling werkt en in innovatief gedrag. Daarnaast geeft de scan zicht op de tijd die een leraar al besteedt aan netwerken, hoeveel netwerkrelaties een leraar gebruikt en voor wat voor doeleinden het netwerk dan wordt ingezet in relatie tot leren, de motivatie en capaciteit om te netwerken, de waarde van het inschakelen van anderen en de ruimte en ondersteuning die leraren ervaren. De netwerkscan kan opgevraagd worden via Maarten.deLaat@ou.nl.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.