Onderprestatie bij hoogbegaafden

KNOW | bijgewerkt op 29 januari 2014

In de PO-scholen van Stichting Katholiek Onderwijs Leiden bestaat al enkele jaren een excellentieprogramma voor hoogbegaafde leerlingen. Binnen de VO-scholen was dit nog niet aan de orde. Daarom is het Bonaventura College in de onderbouw gestart met een project als stimulans voor cognitief getalenteerde VO-leerlingen. In het kader van de SLOA-regeling VO heeft de school onderzocht hoe je onderprestaties bij cognitief getalenteerde leerlingen signaleert en welke interventies hier een positief effect op hebben.

Wat weten we?

Hier vindt u informatie over het onderzoek van het excellentieprogramma De onderprestatie te lijf voor hoogbegaafde leerlingen, zoals de eindrapportage, een video waarin leerlingen zelf ingaan op de gegeven opdrachten en een video met de presentatie van de resultaten van het project.

Meer informatie staat in Herkend talent helpen ontwikkelen.

Dat betekent voor de praktijk

Het Bonaventura college in Leiden heeft gedurende twee jaar onderzocht welke risicofactoren er spelen bij onderpresterende cognitief getalenteerde leerlingen. Deze hoogbegaafde leerlingen werden gedurende het project begeleid door een tutor. Bekeken werd of deze hoogbegaafde leerlingen door de ondersteuning van een tutor beter zouden gaan presteren. Om dit te onderzoeken zijn verschillende instrumenten gebruikt. Er is een schoolvragenlijst (Vorst, C.M., & Smits, J.A.E., 1999) gebruikt die de motivatie, het welbevinden en het zelfvertrouwen van leerlingen met betrekking tot het onderwijs toetst. Daarnaast is er een prestatie-motivatie-test, tweede editie (Hermans, H.J.M., 2010) voor leerlingen gebruikt en is er een gedragsvragenlijst afgenomen. De tutoren die aan het project meewerkten hebben een schriftelijke verslaglegging van het tutoraat gemaakt en een eindevaluatie geschreven.

Risicoleerlingen
Met de hierboven beschreven instrumenten is onderzocht in hoeverre de leerlingen voor en na de interventies risicofactoren van onderpresteren vertoonden. De onderzochte risicofactoren zijn: motivatie, welbevinden, zelfconcept, negatieve faalangst, positieve faalangst en prestatie motivatie. Uit het onderzoek is gebleken dat door de interventies vijf van de zes risicofactoren een risicoverlagend effect hebben gehad. Alleen het zelfconcept van de leerlingen bleef ongewijzigd. Zelfconcept is een term uit de prestatiemotivatietest; het is een risicofactor die je kunt vertalen naar zelfbeeld.

Docentcompetenties
Aan 30 docenten is gevraagd welke kenmerken (zoals slechte concentratie, lage toetsresultaten of lage motivatie) zij toekennen aan onderpresterende leerlingen en hoe zij met onderpresterende leerlingen om zijn gegaan. De docenten die bevraagd zijn, hadden tussen de 1 en 31 jaar ervaring en gaven allen les aan leerlingen die voor het project geselecteerd waren. Uit het onderzoek onder de docenten blijkt dat zij hun kanttekeningen zetten bij de selectiecriteria voor onderpresteerders door het tutoraat. Docenten geven aan dat zij vooral leerlingen met lage cijfers zien als onderpresteerders. Hoogbegaafde leerlingen met redelijk tot goede cijfers zien zij dan ook niet als onderpresteerders. Docenten die dit aangeven merken ook op minder aandacht te besteden aan onderprestatie in de les. Veel docenten geven aan dat tijdgebrek in de les en tijdgebrek in de voorbereiding van lessen struikelblokken zijn bij de begeleiding van onderpresteerders. Van de 30 docenten geven er 26 aan dat zij tijdens het project wel bekwamer zijn geworden in de omgang met onderpresteerders. Zij relateren dat vooral aan een toegenomen bewustwording doordat alle gesignaleerde leerlingen zijn besproken.

Voor een volledige uitwerking van de resultaten zie de eindrapportage.

Handreikingen

Hoogbegaafde leerlingen die onderpresteren worden in het project ‘Onderprestatie te lijf’ begeleid door een tutor. Van deze tutor wordt verwacht dat hij/zij:

  • Eens per twee weken individuele gesprekken met de leerling voert
  • Door middel van cognitieve gedragstraining niet-helpende gedachten van de leerling helpt omzetten in wél productieve gedachten
  • Door middel van strategietraining de leerling laat inzien hoe hij of zij beter kan leren
  • Regelmatig (gemiddeld eens per maand) overlegt met de mentor, docenten, teamleider en ouders over het plan van aanpak en over de voortgang van de leerling
  • De cijfers en VAS-resultaten van de leerling in de gaten houdt en blijft vergelijken met cijfers van zijn/haar klasgenoten

In de handreiking wordt de rol van de tutor uitgebreid beschreven. Hier wordt ook toegelicht hoe deze taken ingevuld kunnen worden.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.