Overgang naar het mbo

KNOW | bijgewerkt op 04 februari 2013

Een van de ambities van passend onderwijs is om doorlopende leer- en zorglijnen te arrangeren die de sectoren vve, po, v(s)o, vo en mbo met elkaar verbinden.

De auteurs van Een optimale overgang naar het mbo voor leerlingen van vmbo, vso en PrO richtten zich op de overgang van met name zorgleerlingen naar het mbo. Daarnaast staan dan ook lwoo-geïndiceerde vmbo-leerlingen, vso-leerlingen en leerlingen van het praktijkonderwijs die de overstap maken naar het mbo centraal.

Wat weten we?

Er vinden verschillende interventies plaats in het vmbo om een soepele overgang naar het mbo mogelijk te maken. Een aantal regio’s zet preventieve acties in waarbij de gehele groep schoolverlaters uit het vmbo wordt gescreend op daadwerkelijke vervolgschoolkeuze en inschrijving. Echter, de begeleiding bij het keuzeproces vindt over het algemeen op een (te) laat tijdstip plaats. Verschillende onderzoeken (o.a. Van Tilborg & Van Es, 2006) pleiten voor eerdere, meer en praktijkgerichtere aandacht voor beroeps- en studiekeuzebegeleiding.
Knelpunten in het vmbo zijn onder andere de omgang met zorgleerlingen door docenten (Van Lieverloo, 2008), een omschakeling naar een meer begeleidende, coachende benadering in plaats van informatieverstrekking en een gebrek aan evaluatie van het loopbaanleren. Dit geldt des te meer voor leerlingen met een lwoo-indicatie of leerlingen die uit het voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs komen. Naar deze specifieke doelgroepen is echter nog nauwelijks onderzoek verricht.

Wat betreft de samenwerking tussen vmbo en mbo gaat het in de praktijk vaak om afstemming over de overdracht van leerlingen, programmatische aansluiting en leerlingenzorg. Knelpunten in de samenwerking zijn de beperkte verantwoordelijkheid van partijen voor de samenwerking in de keten. (Inspectie van het Onderwijs, 2007).

Voor het mbo wordt in verschillende publicaties het goed in beeld brengen van een leerling bepleit (o.a. Van Schoonhoven, 2007). Bij instroom in het mbo worden leerlingen op basis van de examenresultaten op een passend niveau geplaatst. Het ontbreekt vaak aan een integraal overzicht van de voorgeschiedenis en levensloop van (risico)kinderen en -jongeren.
Zorgleerlingen dienen direct bij plaatsing in het mbo al begeleid te worden. De eerste maanden zijn volgens onderzoekers (Clijsen e.a., 2007) vaak cruciaal. Daarnaast vraagt preventie van voortijdig schoolverlaten andere eisen aan de professionaliteit van docenten.

Dat betekent voor de praktijk

Uit literatuuronderzoek komt naar voren dat er een veelheid aan activiteiten plaatsvindt om de overgang voor zorgleerlingen uit vmbo, v(s)o en praktijkonderwijs naar het mbo te optimaliseren. Vaak is er sprake van afspraken of procedures en minder vaak van interventies in het primaire proces. De auteurs van Een optimale overgang naar het mbo voor leerlingen van vmbo, vso en PrO hebben zich in hun eerste deelonderzoek met name op deze interventies gericht door middel van een veldraadpleging en interviews in enkele regio’s. Ze stelden hierbij succesfactoren en knelpunten vast. Als belangrijkste succesfactoren noemen zij de persoonlijke lijnen tussen instellingen en persoonlijk contact met de leerling, onder andere in de overdracht. Een succesfactor die daarmee samenhangt is de individuele begeleiding, waarbij perspectieven voor de leerlingen helder gemaakt worden en de ouders direct betrokken worden. Een belangrijk knelpunt is de borging van initiatieven en plannen. Deze vindt onvoldoende plaats door onduidelijkheid over de regie en de uitvoering van gemaakte afspraken, gebrek aan korte lijnen en onvoldoende kennis van elkaars systeem en onderwijs.

Voorts is er een kwalitatief verkennend onderzoek uitgevoerd naar de vraag welke factoren ertoe bijdragen dat ontvangende mbo-docenten op basis van de overdracht uit het vso, praktijkonderwijs of vmbo met lwoo van meet af aan in hun aanpak aansluiten op de ontwikkeling en de specifieke behoeften van de deelnemers. Als belangrijkste factor kwam naar voren dat het overdrachtsdossier volledig moet zijn, dat docenten over voldoende tijd beschikken om dit grondig door te nemen en te interpreteren onder begeleiding van een zorgteam, externe hulpverlener of loopbaanbegeleider. Het belang van een warme overdracht van informatie, nieuwe leerlingen snel leren kennen en nauwe contacten met collega’s, de vorige school, hulpverleners en ouders/verzorgers wordt door de docenten benadrukt. Verder wordt opgemerkt dat bij veel docenten de kennis ontbreekt van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

Handreikingen

Het ministerie van OCW heeft KPC Groep de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de belangrijkste aandachtspunten voor de overgang van vmbo, praktijkonderwijs en vso naar mbo. Welke punten doen er echt toe als we de leerlingen goed willen voorbereiden en begeleiden? De Standaarden optimale overdracht mbo, versie vmbo/PrO/vso en versie mbo bieden docenten, decanen en instroomcoördinatoren een gesprekskader om te komen tot een effectievere aanpak van de overgang naar het mbo.

De standaarden zijn gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek en een serie interviews met sleutelfiguren en medewerkers uit het vmbo, praktijkonderwijs of vso en het mbo en zijn opgebouwd aan de hand van vijf thema’s: leerling in beeld, overdracht leerling, doorgaande lijn, kennismaking mbo en evaluatie.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.