Rekenen in groep 3 en 4

lerarenredactie | bijgewerkt op 02 oktober 2017

In groep 3 gaan de leerlingen echt leren rekenen. Aan dit formele rekenen gaan verschillende activiteiten vooraf. Kinderen leren getallen herkennen, getallen schrijven en leren via ‘pijlentaal’ kennismaken met de begrippen ‘erbij’ en ‘eraf’. Vervolgens worden de plus- en mintekens geïntroduceerd en ontstaan er echte sommen.

Rekenen tot twintig

Meestal lossen leerlingen opgaven bij rekenen tot twintig op door te tellen. Niet zelden zien we leerlingen hun vingers gebruiken om de tel bij te houden. In groep 3 wordt via verschillende strategieën ook geleerd om van dit tellen af te zien. Dit gebeurt hoofdzakelijk op twee manieren: dubbelen en ordenen volgens vijven. De vijfstructuur kennen de leerlingen van hun handen: 5 is een hele hand, en met nog drie vingers daarbij, zijn het er 8. Na wat oefenen hoef je dat niet meer te tellen, dat wéét je gewoon.

Oefenen

Hierna komt het formele rekenen echt op gang. Door veel te oefenen leren de kinderen optellingen en aftrekkingen uit het hoofd. Dit uit het hoofd leren is belangrijk voor het verdere rekenen. De getallen worden immers te groot om tellend te rekenen. Het is hierbij belangrijk voor leerlingen om gericht te oefenen, dat is effectiever dan om alles maar te blijven oefenen.

Rekenen tot honderd

Rekenen tot honderd vormt de voedingsbodem van het verdere rekenen met hele getallen, kommagetallen, breuken, verhoudingen en procenten. In groep vier krijgen de kinderen grondige kennis van de structuur van getallen en vaardigheden van het flexibele rekenen, maar verwerven ze ook inzicht in rekenstrategieën en een wiskundige houding.

Verder tellen

Het leren tellen gaat ook verder in groep 4, immers: als er gerekend moet worden tot 100, is inzicht in de telrij tot 100 belangrijk. Dit kan het beste door eerst apart de grote telrij van tienen in te prenten en daarna pas de totale getallenrij in te oefenen.  Omdat je een groot getal anders uitspreekt dan dat je het opschrijft, is het belangrijk om aandacht te hebben voor het uitspreken van geschreven getallen.

Oefenen

Ook in groep 4 is het belangrijk om verder te gaan met het memoriseren van optellingen en aftrekkingen tot en met 20. Elke dag vijf tot tien minuten automatiseringsoefeningen doen, is aan te raden. Het Freudentalinstituut ontwikkelde hier het zOEFi-project voor. Aan het eind van groep 4 kunnen de kinderen ook vlot optellen en aftrekken tot 100. Bij het vermenigvuldigen en delen ligt het einddoel in het memoriseren van de tafels en het toepassen van deze kennis in contextopgaven.

Meer video’s over rekenonderwijs:

Bijlagen

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.