Toetsen van vloeiend lezen in het vo

KNOW | bijgewerkt op 20 december 2012

Toetsing is een belangrijk element voor succesvol onderwijs. Toetsen helpen leraren om vast te stellen of hun leerlingen goede vooruitgang boeken. Ze helpen ook om leerlingen op te sporen die meer ondersteuning nodig hebben. Daarnaast bieden toetsen, als zij voldoende gedetailleerde informatie opleveren, handvatten voor meer gerichte en/of individuele instructie.

In Nederland bestaan verschillende toetsen om het leesniveau van leerlingen in het voortgezet onderwijs te meten, zoals Diatekst en het Cito-VAS systeem. Het toetsen van leerlingen met deze toetsen is erg kostbaar, omdat voor elke te toetsen leerling betaald moet worden. Om die reden deed CSG Reggesteyn onderzoek naar een meer vrij toegankelijke toets die de leesprestaties van leerlingen in het VO op een eenduidige, betrouwbare en arbeidsvriendelijke wijze zou kunnen meten.

Dat betekent voor de praktijk

Om de leerwinst van brugklasleerlingen bij lezen te meten, bewerkte CSG Reggesteyn een Amerikaanse leestoets (Rasinski & Padak, 2005) voor de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. Rasinski en Padak ontwikkelden teksten waarmee op verschillende momenten in het schooljaar de leesvorderingen van leerlingen van een bepaalde leeftijd in kaart gebracht kunnen worden. Het instrument betreft een hardop leestoets om vast te stellen hoeveel woorden een leerling in een minuut hardop kan lezen en een percentage hoe nauwkeurig een leerling leest. Tevens wordt informatie verzameld over de vloeiend- en vlotheid waarmee een leerling kan lezen. Hier is een multidimensionale vlotheidsschaal voor ontwikkeld. Ten slotte bepaalt de docent een begripsscore nadat de leerling de tekst heeft gelezen en zo veel mogelijk van de tekst heeft naverteld in een logische volgorde.

Uit het onderzoek op CSG Reggesteyn (Mijs, Vernooy & Blaak, 2012) blijkt dat deze zogenaamde ‘Drie Minuten Leestoetsen’ geschikt zijn om de leesontwikkeling van brugklasleerlingen te volgen. Bij beide toetsen is gemiddeld genomen tussen de start- en de eindmeting een leerwinst waargenomen. Om te komen tot een norm voor beide toetsen zal de toets echter nog bij veel meer leerlingen op verschillende scholen moeten worden afgenomen. Nadeel van deze hardop leestoets is dat deze individueel door leraren moet worden afgenomen en zodoende arbeidsintensief is. Het voordeel van de leestoets is wel dat de docent de leerling hardop hoort lezen en dus specifiekere informatie krijgt over de leesvaardigheid van een leerling.

Ook de Johan de Wit scholengroep doet in het kader van een SLOA-project onderzoek naar een effectieve leestempotoets, de zogenaamde MAZE-toets. Het is een toets die leerlingen individueel maken en waarmee het leesbegrip van de leerling in relatie tot zijn/haar leessnelheid wordt gemeten. Dit onderzoek loopt op dit moment, dus de resultaten zullen later volgen.

Om de leerwinst van brugklasleerlingen bij lezen te meten, bewerkte CSG Reggesteyn een Amerikaanse leestoets (Rasinski & Padak, 2005) voor de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. Rasinski en Padak ontwikkelden teksten waarmee op verschillende momenten in het schooljaar de leesvorderingen van leerlingen van een bepaalde leeftijd in kaart gebracht kunnen worden. Het instrument betreft een hardop leestoets om vast te stellen hoeveel woorden een leerling in een minuut hardop kan lezen en een percentage hoe nauwkeurig een leerling leest. Tevens wordt informatie verzameld over de vloeiend- en vlotheid waarmee een leerling kan lezen. Hier is een multidimensionale vlotheidsschaal voor ontwikkeld. Ten slotte bepaalt de docent een begripsscore nadat de leerling de tekst heeft gelezen en zo veel mogelijk van de tekst heeft naverteld in een logische volgorde.

Uit het onderzoek op CSG Reggesteyn (Mijs, Vernooy & Blaak, 2012) blijkt dat deze zogenaamde ‘Drie Minuten Leestoetsen’ geschikt zijn om de leesontwikkeling van brugklasleerlingen te volgen. Bij beide toetsen is gemiddeld genomen tussen de start- en de eindmeting een leerwinst waargenomen. Om te komen tot een norm voor beide toetsen zal de toets echter nog bij veel meer leerlingen op verschillende scholen moeten worden afgenomen. Nadeel van deze hardop leestoets is dat deze individueel door leraren moet worden afgenomen en zodoende arbeidsintensief is. Het voordeel van de leestoets is wel dat de docent de leerling hardop hoort lezen en dus specifiekere informatie krijgt over de leesvaardigheid van een leerling.

Ook de Johan de Wit scholengroep doet in het kader van een SLOA-project onderzoek naar een effectieve leestempotoets, de zogenaamde MAZE-toets. Het is een toets die leerlingen individueel maken en waarmee het leesbegrip van de leerling in relatie tot zijn/haar leessnelheid wordt gemeten. Dit onderzoek loopt op dit moment, dus de resultaten zullen later volgen.

Handreikingen

Voor de Drie Minuten Leestoets van de CSG Reggesteyn zijn twee van de oorspronkelijk Amerikaanse teksten voor grade 7 (vergelijkbaar met de Nederlandse brugklas) vertaald naar het Nederlands (Mijs, Vernooy & Blaak, 2012). De toets is geschikt voor alle brugklasleerlingen,van vmbo-bbl tot gymnasium en bevat de volgende onderdelen:

  • De procedure voor het berekenen van de nauwkeurigheid van technisch lezen
  • Een kaart voor het meten van de leessnelheid
  • Een schaal om het vloeiend lezen/intonatie te scoren
  • Voorschriften voor het bepalen van het leesbegrip

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.