Voorlezen en vertellen is belangrijk

lerarenredactie | bijgewerkt op 20 juli 2016

Met op elkaar geperste lippen, gespitste oren, grote ogen en ingespannen gezichten luisteren de leerlingen naar hun leraar. Er wordt een spannend verhaal verteld.
Als een leraar goed kan vertellen of voorlezen, vinden leerlingen het prachtig om te luisteren. Daarbij is het ook nog eens goed voor de taalontwikkeling van de leerlingen. Zeker jonge leerlingen kunnen er veel van leren. Maar niet alleen voor jonge leerlingen is luisteren naar mooie verhalen goed. Ook oudere leerlingen en leerlingen op het voorgezet onderwijs leren van het luisteren naar verhalen en ze genieten net zo veel.

Belang van voorlezen en vertellen

Voorlezen of vertellen is een activiteit die breder ingezet moet worden dan zomaar even tussendoor,  in de pauze of aan het einde van de dag. Met een mooi en goed verteld verhaal dat op het goede moment ingezet wordt, kan veel bereikt worden. Door het luisteren naar verhalen, ontwikkelen leerlingen luistervaardigheid, kan de woordenschat en ook het concentratievermogen vergroot worden. Als leerlingen zich betrokken voelen bij het verhaal, stimuleert dat het denken over hoe je een probleem aan kunt pakken. Uiteraard stimuleert het de verbeeldingskracht, maar het bevordert ook het gevoel voor taal en spreekvaardigheid.

Blijf voorlezen

Verder kunnen spannende, gekke of grappige verhalen leerlingen motiveren om zelf te gaan lezen. Toch is het belangrijk om ook te blijven voorlezen aan leerlingen. Zowel aan leerlingen die zelf al kunnen lezen als aan leerlingen die nog moeite hebben met de techniek van het lezen. Voorlezen kan namelijk de afstand overbruggen tussen wat een leerling (technisch) aankan en wat het graag zou willen lezen en leerlingen blijven lezen associëren met iets dat leuk is.

Voorlezen

Als een leraar het voorlezen goed inzet kan hij veel bereiken bij leerlingen. Het is daarbij wel belangrijk om te weten hoe je het meeste resultaat haalt.

  • Kies een boek dat past bij de ontwikkeling en belangstelling van de leerlingen.
  • Lees het boek zelf van tevoren een keer door.
  • Zorg dat er rust is in de klas en weinig afleiding.
  • Vertel vooraf in het kort iets over de inhoud van het verhaal.
  • Lees de tekst rustig en duidelijk voor.
  • Maak gebruik van de mogelijkheden van je stem, maar let op dat je niet overdrijft.
  • Maak tijdens het voorlezen af en toe gebaren om de woorden te verduidelijken.
  • Breng tijdens het voorlezen af en toe een pauze aan.
  • Wanneer duidelijk is dat de aandacht verslapt, stop dan met voorlezen.
  • Kies een ander moment, of een ander boek als de aandacht verslapt.
  • Let op dat je gezicht tijdens het voorlezen duidelijk zichtbaar blijft.

Natuurlijk helpt een spannende stem om een verhaal erg mooi voor te lezen, maar er zijn meerdere manieren om de aandacht vast te houden. Een alternatief is interactief voorlezen; wat inhoudt dat je de leerlingen actief betrekt bij het verhaal. Hierdoor is er extra aandacht voor de taalontwikkeling. Het gebruik van de Verteltas is nog een andere manier om voor te lezen. Hierbij betrek je allerlei attributen uit de tas bij het verhaal waardoor het verhaal tot leven komt.

Vertellen

Hoewel voorlezen en vertellen in het eerste opzicht op elkaar lijken, kunnen ze een heel ander effect hebben op de leerlingen. Een verteller kan namelijk rondlopen, zijn lijf gebruiken, zijn handen gebruiken. Hierdoor heeft hij de mogelijkheid om meer dan iemand die voorleest een ervaring te creëren. Vertellen is een kunst apart, maar er zijn een aantal vaardigheden die je kunt leren.

  • Zorg voor een gedegen voorbereiding.
  • Probeer het verhaal te zien (vertellen is laten zien). Zie en voel het verhaal. Begrijp het verhaal dat je over wilt dragen.
  • Kies hoe je het verhaal vertelt. In de eerste (ik), tweede (jij) of derde (hij) persoonsvorm. Het maakt niet uit welke vorm je kiest, maar voer het consequent door.
  • Gebruik eenvoudige woorden en spreek in korte zinnen.
  • Je stem is het gereedschap bij het vertellen. Spreek soms luid, dan weer zacht of fluisterend.
  • Las pauzes in om het verhaal spannender te maken.
  • Gebruik bescheiden bewegingen en gebaren om het verhaal te ondersteunen. Bewegingen mogen niet afleiden.
  • Vertel niet langer dan je de leerlingen kunt boeien. Houd voor kleuters 5 minuten, voor leerlingen tot 8 jaar 10 minuten en voor oudere leerlingen maximaal 15 minuten aan.

Door vragen te stellen tijdens het verhaal kun je de betrokkenheid van de leerlingen verhogen, maar zorg dat de vragen het verhaal niet teveel onderbreken.

Meer lezen

bijlagen

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.