Wat dragen samenwerkingspartners bij aan school?

KNOW | bijgewerkt op 04 juni 2013

De school heeft een veelheid aan potentiële partners in haar pedagogische en maatschappelijke taken. In de eerste plaats zijn dat de ouders: zie hierover de artikelen over ouderbetrokkenheid in po en vo. Daarnaast kan het gaan om de bso (bij het primair onderwijs), om kinder- en jongerenwerk van welzijnsinstellingen, velerlei vrijetijdsclubs, bibliotheken, instellingen voor kunsteducatie, sport en bewegen, wetenschap en techniek, natuur- en milieueducatie, enzovoort.

Ook bedrijven kunnen partners zijn, evenals buurtgenoten. Jeugd(gezondheids)zorg en politie komen vaak in beeld bij problemen, soms ook preventief of algemeen voorlichtend. De lokale overheid kan optreden als regisseur of intermediair tussen deze en gene.

De hoeveelheid aan mogelijke partners zorgt voor een voortdurende zoektocht naar optimale samenwerkingsconstructies tussen hen en de school, met vaak wisselende benamingen. ‘Brede school’ is al een tijd de algemene verzamelterm voor samenwerkingsvormen van school met meer of minder partners.

‘Integraal Kindcentrum’ wordt vooral gebruikt voor samenwerking tussen school en kinderopvang. Nog weer andere of eerdere termen duiden lokale varianten aan of een inhoudelijke richting. ‘Dagarrangementen’ staan soms alleen voor een organisatorische, soms ook voor een inhoudelijke inrichting. Datzelfde geldt voor het verschijnsel ‘Combinatiefuncties’.

Dit artikel betreft de ontwikkeling van duurzame partnerschappen die de basis vormen voor inhoudelijke, pedagogische en educatieve samenwerking tussen school en omgeving; het gaat hier dus niet om louter organisatorische aspecten van samenwerking.

Wat weten we?

Er is in Nederland nog weinig onderzoek naar de impact die (diverse vormen van) partnerschappen tussen scholen en andere organisaties hebben op de realisering van pedagogische en educatieve doelen.

Hier is een start gemaakt met verzameling van wel beschikbaar onderzoek, met nu nog voornamelijk onderzoek naar brede scholen en combinatiefuncties (waarbij functionarissen in dienst zijn van zowel een school als andere organisaties).

Landelijk onderzoek blijkt lastig vanwege de onduidelijkheid over de definitie of onderscheidende kenmerken van brede scholen; en de veelheid of ongedifferentieerdheid van doelen die partnerschappen veelal kenmerkt (zie hieronder Claassen e.a., 2008; Emmelot & Van der Veen, 2003).

Verder onderzoek op landelijke schaal beschrijft vooral trends in partnerschapsvorming, doelen en activiteiten. Daarnaast wijst lokaal onderzoek, dat met name in Groningen over langere periodes is gedaan, op het belang van kleinschaligheid voor duurzame inhoudelijke kwaliteit van het partnerschap.

Onderzoek naar brede scholen als manifestatie van partnerschap

Onderzoek naar brede scholen wordt verzameld via het Landelijk Steunpunt Brede Scholen.

Oberon publiceert sinds 2001 jaarberichten over de ontwikkeling van brede scholen in Nederland. De jaarberichten bevatten zowel cijfermatige gegevens (aantallen brede scholen, onderwijshuisvesting, financiën) als inhoudelijke informatie (visie, doelen, processen, opbrengsten). Uit het jaarbericht over 2011 bijvoorbeeld blijkt dat brede scholen zich met hun doelen en activiteiten meer en meer richten op kinderen en jongeren. In 2011 zijn er minder brede scholen die ouders en buurtbewoners als doelgroep beschouwen en activiteiten voor hen organiseren dan in voorgaande jaren. Brede scholen in het primair onderwijs zijn er doorgaans voor kinderen van 0-12 jaar. Driekwart richt zich nadrukkelijk ook op 0-4 jarigen met aandacht voor opvang, zorg en begeleiding, educatie, sport en bewegen. Het lijkt erop dat het programma van brede scholen enigszins wordt aangescherpt. In het po is de variatie in het aanbod iets minder groot, sommige activiteiten worden intensiever aangeboden. In het vo wordt het aanbod juist diverser.

Sport en bewegen springen zowel in het po als vo in het oog; ruim de helft van de brede scholen heeft een wekelijks aanbod op dit vlak. Ook educatieve activiteiten komen veelal wekelijks aan bod. Dat past bij het gegeven dat een toenemend aantal brede scholen de leeropbrengsten van kinderen wil verbeteren. Activiteiten op het gebied van kunst en cultuur worden minder frequent aangeboden: een derde van de brede scholen in het po en een kwart van de brede scholen in het vo heeft wekelijks aanbod op dit gebied.

Steeds meer brede scholen richten zich op een sluitend arrangement van onderwijs en opvang voor kinderen van werkende ouders. Een relatief nieuwe term in dit verband is het (integraal) kindcentrum. Het kindcentrum is te beschouwen als een variant van de brede school die zich kenmerkt zich door intensieve samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. De helft van de brede scholen biedt kinderen inmiddels een volledig dagarrangement. Naast tussenschoolse en naschoolse opvang is opvang vóór schooltijd en in de vakanties in opkomst. Verschillende brede scholen werken ook aan de invoering van nieuwe schooltijden, waaronder het continurooster en het ‘vijf gelijke dagen model’.

Radisch (2009) wijst op vier condities waaronder dagarrangementen in brede scholen (Ganztagschule) de ontwikkeling van kinderen bevorderen: de kwaliteit van de leeromgeving, de verbinding tussen binnen- en buitenschools leren; de aansluiting bij individuele behoeften van kinderen; een positief klimaat (goede sociale verhoudingen).

Claassen, A., Knipping, C., Koopmans, A. & Vierke, H. (2008) vonden niet of nauwelijks effecten van de brede school, mede omdat zij geen kenmerken vonden waarmee brede scholen zich generiek onderscheiden van allerlei andere scholen.

Emmelot, Y. & Veen, I. van der (2003) signaleerden in het allereerste onderzoek naar brede scholen in Nederland: om brede scholen zinvol te kunnen evalueren, is er een differentiatie in doelen nodig, gekoppeld aan verschillende onderdelen van het werk.

Onderzoek naar brede scholen op lokaal niveau

Doornenbal, J. (2010) trok conclusies uit vier jaar praktijkonderzoek in de Groningse Vensterscholen. Haar aanbeveling is om de samenwerking tussen bredeschoolpartners ‘Triple S’ te houden: small (kwaliteit van de organisatie), smart (kwaliteit van de uitvoering), social (kwaliteit van de relaties). Dit sluit op hoofdlijnen aan bij eerder, hieronder genoemd, onderzoek naar de Vensterscholen.

Walrecht, E. (2006) onderzocht de invoeringsstrategie van de Vensterscholen.

Vegt, A. L. van der & Studulski, F. (2004) onderzochten de Vensterscholen acht jaar na de invoering.

Onderzoek naar combinatiefuncties

Uit onderzoek door Heijden, A. von, e.a. (2011) blijkt dat combinatiefunctionarissen een positief effect hebben op sport en cultuur. Sinds hun komst is het aanbod aan sport en cultuur in gemeenten toegenomen en heeft een aantal scholen een dagelijks sportaanbod. Ook het aantal leden van sportverenigingen is toegenomen. Bovendien zijn meer kinderen vertrouwd geraakt met kunst- en cultuurvormen. Tevens blijken betrokkenen zich behalve op de landelijke doelen ook te richten op diverse meer lokaal gespecificeerde doelstellingen. Een belangrijk neveneffect is meer aandacht voor lokale sport en cultuur en een hogere kwaliteit van aanbod. Een knelpunt blijkt een gebrek aan tijd te zijn bij de combinatiefunctionarissen, die zelf ook ‘afstemming over wederzijdse verwachtingen van betrokken organisaties’ noemen. Dit sluit aan bij de scholen en sportorganisaties die ‘onduidelijk taak/functie’ als knelpunt ervaren.
Een duidelijke visie lijkt van belang voor een goede uitvoering. Er lijkt tevens een positieve relatie te bestaan tussen de ervaren meerwaarde en de zichtbaarheid van de combinatiefunctionaris. Het belang van de competenties van de combinatiefunctionaris komt als bepalende factor voor het welslagen van Impuls naar voren.

Uit onderzoek door Oomen, C., Gramberg, P., Grinten, M., van der (2011) blijkt dat de werkzaamheden van de cultuurcoach meestal leiden tot meer uren cultuureducatie. Cultuurcoaches met een uitvoerend profiel zien meer inhoudelijke opbrengsten bij leerlingen, op het gebied van vaardigheden, creativiteit en persoonlijke ontwikkeling. Scholen zijn vooral te spreken over de samenwerking met de coach en de inhoudelijke expertise die aan het onderwijs wordt toegevoegd. De cultuurcoaches merken op dat de houding en aanpak van de school is veranderd na hun komst. Verbeterpunten liggen bij de variëteit in de invulling van de functie en het aantal scholen waar de coach werkzaam is. Cultuurcoaches die op minder scholen werkzaam zijn, sluiten meer inhoudelijk aan bij de leerlijn en de visie van de school. Ook werken zij vaker vraaggericht of werken zij samen met de school aan de ontwikkeling van activiteiten.

Dat betekent voor de praktijk

Onderstaande is nog slechts een summiere bronverzameling, die is aan te vullen met nadere inventarisatie van (onder andere) publicaties in diverse vakmedia.
Vooralsnog zijn hier bronnen verzameld over dagarrangementen, en partnerschappen met cultuureducatie en jeugdwelzijnswerk.
Zie daarnaast bij ‘Handreikingen’ websites over partners en partnerschappen, dagarrangementen en combinatiefuncties, informatie van en over buitenschoolse partners; waaronder verwijzingen naar onderzoek, beschouwingen en handreikingen.

Publicaties over dagarrangementen
Vertegenwoordigers van onderwijs, kinderopvang, ouders, werkgevers, werknemers en wetenschappers stelden op een symposium een landelijke werkagenda op voor de inrichting van ‘andere tijden in onderwijs en opvang’. Oberon (2009) heeft de uitkomsten van het symposium gerangschikt in een brochure. De brochure bevat goede praktijkvoorbeelden, toespraken, citaten en natuurlijk ook de werkagenda zelf, voorzien van een toelichting. Achterin zijn overzichten opgenomen van relevante websites, organisaties en publicaties.

Schreuder, L., Valkestijn, M. & Mewissen, S. (2008) beschreven dagarrangementen met het oog op de pedagogisch-didactische samenhang in onderwijs, opvoeding, ontwikkeling, opvang en ontspanning; aan de hand van Nederlandse en buitenlandse voorbeelden.

Publicaties over cultuureducatie en onderwijs
Lieftink, J. & Wervers, E. (2007)
Monsma, D. & Muiderman, H. (2010)

Publicaties over jeugdwelzijnswerk en onderwijs
Oenen, S. van & anderen (2011)
Sonneveld, J. (2011)

Handreikingen

Diverse websites bieden informatie over partners en partnerschappen, dagarrangementen en combinatiefuncties; waaronder verwijzingen naar onderzoek, beschouwingen en handreikingen.
Andere handreikingen zijn hier nog alleen verzameld over verschillende aspecten van brede school als partnerschap: kwaliteitscriteria, evaluatiemodel, handboek en verschijningsvormen. Deze zijn deels gebaseerd op onderzoek, en deels op praktijkervaringen in diverse locaties.

Websites
Het Landelijk Steunpunt Brede Scholen geeft informatie voor leerkrachten en schoolleiders, jeugdwerkers, zorgverleners, ambtenaren, en ouders. In opdracht van diverse ministeries en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een dossier ‘Brede school’. Over pedagogische kwaliteit in de bredeschoolontwikkeling; verzameling van (inter)nationale inzichten, onderzoek en handreikingen hieromtrent.
Het Project Andere Tijden is een samenwerkingsverband van Het Kinderopvangfonds, VOS/ABB, de MOgroep Kinderopvang, BOinK en de PO-raad. Het is een vraagbaak voor iedereen die is geïnteresseerd in de mogelijkheden van andere schooltijden, die meer rust en kwaliteit kunnen brengen in de dagindeling van kinderen, ouders en leerkrachten.
Combifuncties Onderwijs verspreidt kennis en informatie voor en over combinatiefuncties/buurtsportcoaches betrokken bij het onderwijs.
KPC Groep heeft een Programmalijn Onderwijs en samenleving, waarbinnen aandacht wordt geschonken aan de samenwerking met ouders en jeugdzorg.

Het Landelijk Kennisinstituut voor Cultuureducatie en Amateurkunst legt verbindingen tussen kunst, cultuur en onderwijs.
Stichting Opvoeden beheert en borgt gevalideerde en eenduidige online-informatie over opvoeden, opgroeien en gezondheid voor ouders en opvoeders via de CJG-informatiebank. De informatie komt van grote content-aanbieders, zoals GGD-Amsterdam, vCJG en Biblionet ID, en is door kennis- en thema-instituten als het NJi gevalideerd. Gemeenten en CJG’s kunnen de informatie gratis op hun CJG-website plaatsen.

Andere publicaties / bronnen

  • Kwaliteitsciteria brede school

Er zijn op internationaal niveau kwaliteitscriteria ontwikkeld om de pedagogische kwaliteit van de brede school in beeld te krijgen en te verbeteren, door een aantal organisaties aangesloten bij het International Centre of Excellence for Community Schools.

  • Evaluatiemodel brede school

Een door Oberon ontwikkeld evaluatiemodel is downloadbaar op de website van het Landelijk Steunpunt Brede School.

  • Handboeken brede school en subgebieden

Een Handboek Brede School wordt ter beschikking gesteld door Oberon. Daarnaast zijn er handboeken op allerlei subgebieden: zie www.bredeschool.nl

  • Verschijningsvormen brede scholen

Met de publicatie Verschijningsvormen brede scholen 2013 brengt het Landelijk Steunpunt Brede scholen in kaart welke soorten brede scholen er bestaan. Een bijbehorende poster helpt brede scholen te zien waar ze staan, en wat ze zouden kunnen doen om naar een andere vorm te groeien.

  • Integrale Kindcentra

Sardes Kenniscentrum Kindcentra (publicaties F. Studulski, 2012) Handout ontwikkeling IKCFAQ IKCPortretten IKC – Literatuur
Downloadbaar: een handout om een Integraal Kindcentrum op te richten, veelgestelde vragen, IKC-portretten en literatuur om verder te lezen.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.