onderzoek

Welk effect heeft de schoolleider op de prestaties van mbo-studenten?

Kennisrotonde | bijgewerkt op 15 november 2016

  • MBO

Wat is bekend over de relatie tussen schoolprestaties van studenten en onderwijskundig leiderschap in het mbo?

Wat weten we?

Hoewel algemeen wordt aangenomen dat goed onderwijskundig leiderschap essentieel is voor een effectieve school, is er weinig empirisch bewijs voor de relatie tussen leiderschap en resultaten van leerlingen. Uit onderzoek binnen het primair en voortgezet onderwijs blijkt dat de impact van de schoolleider vooral indirect verloopt, via factoren in de klas en de school. Het gaat dan vooral om de invloed van de schoolleider op de docenten: opvattingen, waarden, motivatie, kennis, vaardigheden en werkcondities.

Hoewel er geen empirisch bewijs is voor de relatie tussen leiderschap en resultaten van leerlingen, is er veel aandacht voor dit thema in het mbo. Zie bijvoorbeeld het bestuursakkoord professionalisering waarin afspraken zijn gemaakt voor het mbo.

Er is vooralsnog weinig onderzoek gedaan naar leiderschap binnen het mbo. Het is bovendien lastig kennis hierover uit andere sectoren te gebruiken. Leiderschap in het beroepsonderwijs wijkt namelijk op een aantal punten af van leiderschap in het ‘regulier’ onderwijs. Het beroepsonderwijs heeft een sterke relatie met de arbeidsmarkt en met een brede groep belanghebbenden. De schoolleider moet zowel sociale partners, het ministerie als ‘klanten’ (studenten en werkveld) tevreden houden.

Onderwijskwaliteit

Ook vragen andere kenmerken van het mbo om andere competenties van de schoolleider. Die kenmerken zijn een hoog niveau van innovatie en een voortdurend veranderende leerinhoud, de dynamische samenstelling van het personeel en de verantwoordelijkheid voor inclusief onderwijs. In deze context zijn strategisch leiderschap, visie en positionering van het bestuur belangrijk.

Het niveau van onderwijskwaliteit hangt wel samen met het bestuurlijk vermogen van een mbo-instelling, zo wijst een onderzoek van de Onderwijsinspectie uit. Instellingen die goed presteren op organisatie-effectiviteit en kwaliteitszorg (twee dimensies van goed bestuur) leveren kwalitatief goed onderwijs (Inspectie, 2010).

Leiderschap en leerprestaties

Het is moeilijk om de relatie tussen leiderschap en het succes van een organisatie hard te maken. De invloed van een leider is immers moeilijk te onderscheiden van andere organisatorische componenten en context variabelen: wat is oorzaak en wat is gevolg? Daarom pleit Scheerens (2016) ervoor om verschillende niveaus van onderwijseffectiviteit (systeem, school, klas, leerling) in samenhang weer te geven. De samenhang tussen deze niveaus leidt tot verschillende scenario’s voor verbetering van kwaliteit.

Aangenomen wordt dat de impact van de schoolleider vooral indirect verloopt, via factoren in de klas en de school. Het gaat dan met name om de invloed die de schoolleider heeft op de docenten: opvattingen, waarden, motivatie, kennis, vaardigheden en werkcondities. Voor een directe invloed is weinig bewijs.

Effectief leiderschap

Er is een viertal vormen van leiderschapspraktijken die bewezen effectief zijn. Deze praktijken zijn van toepassing op schoolleiders op alle niveaus en in verschillende typen onderwijs. Dit zijn: 1) richting geven (missie en visie), 2) mensen helpen ontwikkelen (stimuleren van medewerkers, voorbeeldgedrag vertonen), 3) de organisatie inrichten (cultuur van samenwerking creëren, adequate organisatiestructuur ontwikkelen) en 4) leidinggeven aan het onderwijsprogramma (voorzien in bekwame docenten, evalueren van resultaten).

Autonomie

Naar aanleiding van een onderzoek naar effectief leiderschap in 22 landen stelt de OECD (2008) dat schoolleiders, om de resultaten van leerlingen te beïnvloeden, zich met 4 terreinen bezig moeten houden: 1) kwaliteit van docenten, 2) strategie bepalen, 3) financiën en HRM en 4) samenwerking met andere scholen. Daarbij hebben ze een zekere mate van autonomie nodig om belangrijke beslissingen zelf te kunnen nemen. En de bevoegdheden van de schoolleider moeten duidelijk zijn. Ook zouden nieuwe vormen van gedeeld leiderschap en verantwoording moeten worden ontwikkeld.

Een studie in Finland wijst uit dat een gedeelde doelstelling gericht op onderwijskwaliteit, waarbij de aandacht uit gaat naar condities en processen om die doelen te bereiken, en niet naar de resultaten an sich, bijdraagt aan de hoge prestaties in het Finse onderwijs.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Femke Timmermans.

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

In Gesprek
In Gesprek

Snel kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor jouw onderwijs? Stel dan je vraag aan de kennisrotonde!

Kennisrotonde
Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

geef jouw waardering:

(klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Gerelateerd