praktijk

Woordenschat ontwikkelen in het primair onderwijs

lerarenredactie | bijgewerkt op 11 december 2017

  • PO
Woordenschat is het taaldomein waarin het verwerven van woordvormen en woordbetekenissen centraal staat. Een uitgebreide woordenschat is een belangrijke basis voor schoolsucces: een leerling koppelt nieuwe kennis aan al bestaande kennis. Dat gebeurt niet alleen bij Nederlands, maar bij alle vakken op school.
Tekening van mindmap medicijnen

De woordenschat van een taalgebruiker is geen verzameling losse woorden. De woorden vormen een netwerk van onderling verbonden elementen. Een nieuw geleerd woord krijgt direct een plaats in dit netwerk. Hoe meer woorden de leerling kent die met het aan te leren woord te maken hebben, hoe makkelijker hij een nieuw woord kan leren.

In het netwerk zijn verschillende relaties tussen woorden te vinden:

  • Betekenisrelaties:
    – synoniemen, zoals venster – raam
    – categorie en exemplaar, zoals vogel – mus
    – context, zoals koekenpan – schort
  • Vormrelaties:
    – woorden die hetzelfde klinken door rijm, bijvoorbeeld bank – rank
    – woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen, bank – bank

Didactisch model

Viertakt is een veel gebruikt didactisch model bij het aanleren van woorden. De vier didactische stappen van dit model zijn:

  1. voorbewerken
  2. semantiseren
  3. consolideren
  4. controleren

Een hulpmiddel om voorkennis te activeren én het leren van nieuwe woorden te vereenvoudigen is het woordveld. Met een woordveld organiseren kinderen informatie over een woord. Onderliggende relaties tussen woorden worden met een woordveld zichtbaar.

Woordenschat in verschillende leerjaren

In de onderbouw helpt interactief voorlezen bij de woordenschatontwikkeling van jonge kinderen. Door boeken en verhalen komen kinderen in aanraking met veel nieuwe woorden die ze in hun dagelijks leven niet zo gauw tegenkomen. Gesprekken over deze verhalen en verwerkingsactiviteiten stimuleren de woordenschat.
In de middenbouw is woordenschatonderwijs vooral gericht op het leren van nieuwe woordbetekenissen. Daarnaast is er aandacht voor  strategieën voor het onthouden en afleiden van betekenissen uit de context.
In de bovenbouw leren kinderen zelfstandig strategieën toepassen om de betekenis van nieuwe woorden af te leiden en te onthouden. Het doel van woordenschatonderwijs bij deze leerlingen is hen receptief en productief over zo veel mogelijk woorden te laten beschikken:

  • receptieve woordenschat: de leerling herkent de betekenis van woorden
  • productieve woordenschat: de leerling kent en gebruikt woorden

Interactief taalonderwijs

Eén van de opvattingen over taalonderwijs is die van interactief taalonderwijs. Bij interactief taalonderwijs zijn de volgende aandachtspunten van belang:

  • een rijke uitdagende leeromgeving met betekenisvolle contexten
  • uitdaging om actief deel te nemen
  • activiteiten in een kleine groep
  • stimulering woordenschatontwikkeling buiten de klas, zoals thuis
  • instructie wanneer nodig door bewust keuzes te maken van welk woord je de betekenis uitlegt

Op de website van het Expertisecentrum Nederlandse zijn veel verwijzingen naar andere taalsites en is informatie te vinden over de doorlopende leerlijnen taal.

Bijlagen

Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

geef jouw waardering:

(klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Gerelateerd