Onderzoek

Woordenschat PO

KNOW | Gepubliceerd op 20 januari 2013

  • PO

Woordenschatonderwijs is een breed gedocumenteerd domein. Woordenschat wordt in het basisonderwijs terecht als doorslaggevend voor schoolsucces gezien. Wat didactiek aangaat is de viertakt (met de fasen voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren) breed bekend en zichtbaar in vele methoden en aanpakken.

Wat weten we?

Hoe presteren Nederlandse kinderen?

Uit de meest recente periodieke peilingen naar het leesonderwijs uit 2005 (Heesters, van Berkel, van der Schoot, & Hemker, 2007; van Berkel, Krom, Heesters, van der Schoot, & Hemker, 2007) blijkt dat jongens en meisjes zowel halverwege als aan het eind van de basisschool gelijk presteren op woordenschat – in tegenstelling tot andere taalvaardigheden waar meisjes significant beter presteren. Zo’n 60-65% van de leerlingen voldoet aan de standaard Voldoende (beoogd 70-75%).


Empirisch onderzoek 1969 tot 2004

In Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs. Een inventarisatie van empirisch onderzoek (Bonset & Hoogeveen, 2010) waarin een overzicht wordt gegeven van het empirisch onderzoek verricht naar leesbevordering in de periode 1969 – 2004, wordt op basis van een uitgebreide literatuurstudie naar onderzoek naar de beginsituatie en effectonderzoek de volgende conclusies getrokken (pp. 18; 25-26; 41):

  • Woordenschat hangt nauw samen met de vaardigheid in begrijpend lezen en deze samenhang wordt in de loop van het basisonderwijs sterker.
  • Receptieve woordkennis en beheersing van woordleerstrategieën (afleiden, analyseren en eigen kennis van een woord schatten) hangen samen, zowel in de moedertaal als in de moderne vreemde talen. Woordkennis in de moedertaal en in de vreemde talen hangen eveneens samen, evenals beheersing van woordleerstrategieën in de moedertaal en in de vreemde talen.
  • Verbaal sterkere leerlingen zijn gemiddeld beter in het afleiden van woordbetekenissen uit de context (via decontextualiseren, veronderstellingen toetsen en definiëren) dan verbaal zwakkere, en doen dit ook vaker.
  • Leerlingen leiden uit contexten niet alleen correcte, maar ook gedeeltelijk correcte en foute woordbetekenissen af, waarbij ze de verkeerd afgeleide aspecten later weer afleren; het leren van woorden is zodoende een incrementeel proces. Hoe ouder de leerling en hoe concreter het woord, des te minder verkeerde aspecten er afgeleid worden.
  • Leerlingen leren gemiddeld de meeste woorden als het de bedoeling is meer te weten te komen over het onderwerp van een tekst, en de minste als het doel is te lezen voor plezier. Lezen met als doel de tekst te begrijpen neemt een middenpositie in. Zwakke begrijpend lezers leren bijna geen woorden incidenteel; goede begrijpend lezers leren de meeste woorden incidenteel bij lezen voor plezier en lezen voor tekstbegrip.
  • Uit een groot aantal onderzoeken komt naar voren dat allochtone leerlingen in het basisonderwijs in Nederlandse woordenschat een achterstand hebben ten opzichte van autochtone leerlingen, die in de loop van het basisonderwijs niet minder wordt. Deze achterstand bestaat zowel op lexicaal niveau als op morfologisch niveau.
  • De achterstand van de allochtone leerlingen in Nederlandse woordenschat blijft niet zonder gevolgen voor hun schoolloopbaan. Woordenschat en woordvormingvaardigheid hangen bij allochtone leerlingen sterk samen met hun vaardigheid in het begrijpend lezen, meer nog dan bij autochtone. Teksten uit methodes voor wereldoriëntatie en begrijpend lezen hebben voor allochtone leerlingen veelal een te laag dekkingspercentage (percentage bekende woorden in verhouding tot onbekende) om een goed begrip mogelijk te maken.
  • Leerlingen zijn in staat tijdens het lezen woordbetekenissen af te leiden en te leren uit de context, volgens internationaal onderzoek en dit des te beter naarmate ze ouder worden. De vaardigheid in het afleiden van woordbetekenissen uit de context valt via instructie te verbeteren, blijkt uit dezelfde studie, vooral als leerlingen worden gewezen op specifieke tekstaanwijzingen. Strategie-instructie, in de zin van via vaste stappen woordbetekenissen leren afleiden, levert wisselende effecten op.

In Nederlands onderzoek bleek onderwijs in woordvorming (morfologische kennis) effectief bij twaalfjarige allochtone leerlingen, evenals onderwijs in woordbetekenissen afleiden op grond van woordvorm en context bij zwakke en gemiddelde lezers uit groep 6. Van een aantal specifieke strategieën en een strategisch programma kan worden vastgesteld dat ze niet of nauwelijks effectief blijjken te zijn.

Dat betekent voor de praktijk

Op de site van de Taalpilots van School aan Zet zijn veel bijdragen over woordenschatonderwijs opgenomen. Het model van de viertakt komt ook hier als basis voor effectieve didactiek aan bod.

In het Tijdschrift Taal voor Opleiders en Onderwijsadvseurs, nr 4 (2011) zijn vier relevante bijdragen gewijd aan woordenschat in het basisonderwijs:

  • Woordenschatonderwijs in een schooltaalbeleid
    door Kris Van den Branden
  • Woordenschatonderwijs 2.0
    door Tjalling Brouwer
  • Een zesstappenaanpak voor de directe instructie van school- en vaktaal
    door Ellen Joosten en Carola Riemens
  • Op Woordenjacht: een impuls geven aan woordenschatdidactiek op de basisschool
    door Heleen Strating, Jack Duerings en Barbara van der Linden

Een onderwerp van belang bij het domein woordenschatonderwijs is de selectie van woorden. In dit verband zijn verschillende woordenlijsten beschikbaar voor het veld. Recente, breed inzetbare toevoegingen aan deze materialen zijn de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (de BAKlijst), de (digitale) Woordenlijst Amsterdamse Kinderen (de DigiWak); meer informatie staat op http://www.digiwak.nl/wak/index.php. In de bijbehorende handreikingen wordt door de samenstellers tevens ingegaan op didactische aspecten.

Handreikingen

Met behulp van een webbased digitaal woordenboek kunnen leerlingen zelf hun eigen persoonlijke woordenboek bouwen, maar ook als groep interactief aan een gezamenlijk woordenboek werken.

Links

Mijn Eigen Woordenboek
Leerlingen zelfstandig of als groep hun eigen persoonlijke woordenboek bouwen.

Referenties

Titel Balans van het leesonderwijs halverwege de basisschool 4
Auteur(s) Berkel, S. van, Krom, R., Heesters, K., Schoot, F. van der, & Hemker, B.
Jaar 2008

Titel Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs
Auteur(s) Bonset, H. & Hoogeveen, M.
Jaar 2010

Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

Geef jouw waardering:

(klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Leraar24 staat het delen, aanpassen en gebruiken van de gepubliceerde content op deze website toe, tenzij anders aangegeven, onder de voorwaarden in de Disclaimer.

Gerelateerd