Zijn meisjes meer risicomijdend?

Kennisrotonde | 01 maart 2017

Is het waar dat meisjes meer risicomijdend zijn en meer moeite hebben met fouten durven maken dan jongens?

Wat weten we?

Meisjes zijn in het onderwijs meer risicomijdend en hebben meer moeite met het maken van fouten dan jongens. Als meisjes denken dat een opdracht te moeilijk voor hen is, zijn ze eerder dan jongens geneigd om op te geven. Dit geldt het sterkst voor meisjes met een hoog IQ. Het besef van eigen talent en begaafdheid helpt meisjes niet om hun faalangst te overwinnen, integendeel. Anderzijds werken meisjes, meer dan jongens, planmatig en gedisciplineerd aan hun schoolwerk. Als ze een positieve terugkoppeling krijgen op deze inzet, raken ze minder snel ontmoedigd door tegenslagen. Opvoeders en leraren kunnen meisjes helpen door ze te prijzen voor hun inzet, niet voor hun talenten.

In een serie experimenten heeft de Amerikaanse psychologe Carol Dweck aangetoond dat meisjes en jongens verschillend reageren op het maken van fouten. In een inmiddels klassiek experiment gaf ze kinderen in de basisschoolleeftijd een reken/wiskundetaak die te moeilijk was voor hen. Meisjes gaven sneller op dan jongens, vooral de relatief intelligente meisjes. Intelligente jongens daarentegen deden juist extra hun best en probeerden steeds opnieuw de taak goed uit te voeren.

Voorzichtig

Dit verschil tussen jongens en meisjes blijft ook op latere leeftijd bestaan. Vrouwelijke economiestudenten aan de Harvard University laten zich sneller dan mannen ontmoedigen door tegenvallende studieresultaten. Het gevolg is dat ze eerder met hun studie stoppen. Dit terwijl de vrouwelijke studenten aan de studie begonnen met een hoger gemiddeld examencijfer voor wiskunde dan mannelijke studenten.
Ook in de beroepsloopbaan zien we een vergelijkbaar verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen solliciteren over het algemeen pas als ze voldoen aan alle vereisten voor de functie. Mannen zijn minder voorzichtig. Ze solliciteren ook als ze beschikken over slechts een deel van de gevraagde kwalificaties. De verklaring voor dit verschil tussen de sexen is dat mannen minder bang zijn om afgewezen te worden. Vrouwen noemen deze angst veel vaker als reden om niet te solliciteren (22%) dan mannen (13%).

Omgaan met faalangst

Faalangst hoeft niet een probleem te zijn. Het kan zowel positief als negatief uitwerken. In de praktijk zien we twee manieren waarop leerlingen falen proberen te vermijden.

  1. Sommige leerlingen worden door hun faalangst aangezet om extra hard te werken (overstrivers).
  2. Anderen doen juist minder hun best, ze stellen het werken aan een opdracht uit of besteden er weinig tijd aan. Ze vermijden dus de confrontatie met de taak en beschermen zodoende hun zelfbeeld (self-protectors).

Daarnaast zijn er ook leerlingen die niet gevoelig zijn voor faalangst, op geen van de beide genoemde manieren. Zij zijn óf erg op succes gericht óf accepteren op voorhand dat ze niet zullen slagen. Meisjes werken planmatiger maar zijn aan de andere kant faalangstiger.

Verklaring voor de verschillen

De verklaring voor de verschillen tussen jongens en meisjes in het vermijden van fouten maken, is niet dat hun prestaties of talent verschillen. Meisjes die moeilijke opgaven uit de weg gaan, zijn net zo intelligent als de jongens die deze opgaven als een uitdaging zien.
Waaraan jongens en meisjes hun prestaties toeschrijven is waarschijnlijk bepalender. Meisjes hebben vaker het idee dat hun prestaties worden bepaald door hun talent, terwijl jongens erop vertrouwen dat meer inzet leidt tot betere prestaties. Hoe komt dit? Mogelijk heeft het met opvoeding en socialisatie te maken. Goede prestaties van meisjes worden door de opvoeder vaker geprezen door hun positieve eigenschappen te benoemen. Meisjes krijgen te horen dat ze ‘braaf’ of ‘slim’ zijn. Omdat jongens vaak wat moeilijker aan te sturen zijn, krijgen zij vaker feedback op hun inzet. ‘Doe je best’, ‘let op’ of juist: ‘Goed gedaan!’
Het gevolg is dat meisjes (en vrouwen) sneller ontmoedigd raken door tegenslagen dan jongens (en mannen). Als een opdracht niet lukt of als onvoldoende wordt beoordeeld, concluderen ze dat ze tekort schieten in intelligentie of vaardigheid. Hierdoor kunnen ze gaan twijfelen aan hun eigen ambities. ‘Kan ik het wel aan om havo te kiezen?’ ‘Ben ik wel goed genoeg voor deze baan?’

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Over verschillen in leerstijl tussen jongens en meisjes, bekijk het Leraar24-artikel ‘Differentiatie leerstijl jongens/meisjes‘.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne-Luc van der Vegt (kennismakelaar).

Deze vraag is overgenomen van de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van actuele kennisvragen uit en over het onderwijs.

In Gesprek

Deze vraag is beantwoord door de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van kennisvragen uit en over het onderwijs

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Deze vraag is beantwoord door de Kennisrotonde, het online loket voor de beantwoording van kennisvragen uit en over het onderwijs

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.