Orde houden in de klas? Dat kun je leren
praktijk
po vo mbo so

Orde houden in de klas? Dat kun je leren

Orde houden in de klas is geen aangeboren talent, maar een vaardigheid die iedereen kan leren. De basis daarvan is je eigen gedrag, zegt oud-docent en trainer orde houden René Kneyber. Met slimme strategieën, microcorrecties en heldere afspraken creëer je rust en veiligheid in de klas. 

  • Deze video kan worden embed
Transcript

Deze video geeft uitleg over orde houden in de klas.

Michelle Matic, docent Duits, staat voor de klas.

MICHELLE: “Ik laat jullie zometeen een vraag zien. Dan gaan we met wisbordje werken. Dus je pakt het wisbordje pas als ik zeg dat je dat moet doen. Dus jij laat het nog even liggen.”

Ze wijst naar een leerling.

René Kneyber, oud-docent en trainer orde houden.

RENÉ: “Orde houden gaat over twee dingen: Dat is duidelijk zijn over welk gedrag je zou willen zien en over het stellen van grenzen. Allereerst willen leerlingen heel graag van jou weten wat de bedoeling is, omdat ze dat vaak gewoon niet weten. En op het moment dat dat helder is, dan kan het zijn dat er sommige leerlingen zijn die misschien zullen denken van: ‘Oké, ik weet nu wat de bedoeling is, maar wat nou als ik het niet doe?’. En dan zul je grenzen moeten stellen. Dat hoort eigenlijk ook een beetje bij je werk als leraar.

Dus de allereerste stap is dat je voor jezelf helder hebt wat je precies van je leerlingen verwacht bij wisselmomenten. En wisselmomenten, dat zijn momenten dat leerlingen wisselen van activiteit. Bijvoorbeeld als je uitleg hebt gegeven en ze gaan vervolgens gaan aan het werk. Dan is het heel belangrijk dat je voor jezelf helder hebt: wat verwacht ik nou van deze leerlingen? Want op het moment dat het voor jezelf niet helder hebt, kun je ook niet duidelijk zijn naar je leerlingen toe.”

MICHELLE: “Je schrijft op dat wisbordje horizontaal, dus zo en niet zo.”

Met haar handen laat ze de verschillende posities zijn als ze het uitlegt.

MICHELLE: “Schrijf groot en duidelijk. Je gaat er niet op tekenen. Vergeet niet om tijdens het schrijven de dop op de achterkant van je stift te doen, anders rolt die weg. Ben je klaar met schrijven? Hou je het wisbordje voor jezelf? En dat doe je ook weer zelfstandig.”

RENÉ: “In deze video zien we Michelle en die is heel erg duidelijk naar haar leerlingen toe over wat ze precies verwacht. Ze zegt niet zomaar van: ‘Nou, hier is een vraag. Schrijf het antwoord op je bordje en we zien wel.’ Nee, ze maakt heel expliciet wat ze precies van leerlingen verwacht op het moment dat ze een antwoord opschrijven op het bordje. Dat gaat zo ver dat ze zelfs zegt: ‘Je moet de dop op de achterkant van je stift zetten’. Daar gaat ze vervolgens ook op letten. Dat zijn kleine details die wel heel erg kunnen helpen om eigenlijk rommelige momenten te voorkomen.”

Leerlingen voeren de opdracht uit.

MICHELLE: “Ik zie nog niet bij iedereen de dop op de achterkant van de stift. Dank je wel.”

Ze tikt een leerling aan.

MICHELLE (FLUISTERT): “Dop de achterkant van je stift.”

Ze loopt door de klas en kijkt of iedereen het goed doet. Ze stopt bij een leerling.

MICHELLE (FLUISTERT): “Dop de achterkant van je stift.”

RENÉ: “Wat we de lerares hier zien doen, is dat ze goed kijkt in de klas of iedereen wel doet wat er van ze verlangd wordt. En op het moment dat een leerling iets verkeerd doet, gaat ze er eigenlijk niet van uit dat het expres is, maar gaat ze ervan uit dat het een soort misverstand is. Of dat de leerling even vergeten is wat de bedoeling is, en geeft ze een reminder.

Naast correcties, dus dit type correcties, kun je ook positieve complimenten geven. Dat is denk ik heel belangrijk om te doen. Op het moment dat je helder hebt voor jezelf wat je van leerlingen verwacht, kun je nadenken over: hoe ga ik ze positief complimenteren op het moment dat het wel goed gaat? Dat is voor leerlingen heel fijn. Want als jij alleen maar op het negatieve gedrag wijst, dan zullen ze denken: ‘Ja, dat is het enige wat je ziet’. Terwijl ze natuurlijk ook dingen goed doen. En als je dat heel vaak benoemt, dan landt de correctie ook beter.

Dus wat je praktisch kunt doen om hier consequent in te zijn, is voor jezelf eerst na te denken. Wat verwacht ik eigenlijk bij wisselmomenten? Dat kun je gewoon uitwerken, punt voor punt. Dit is al het gedrag wat ik verwacht. En dan kun je nadenken over welke complimenten je wil geven op het moment dat ze aan die specifieke punten voldoen. Maar ook op welke manier ga ik ze non-verbaal op een kleine manier corrigeren op het moment dat ze dat gedrag niet laten zien?”

Met een handgebaar geeft Mireille een tip aan een leerling. Ze loopt door en stopt bij een andere leerling.

MICHELLE (FLUISTERT): “Dop de achterkant van je stift.”

RENÉ: “Microcorrecties zijn kleine manieren om leerlingen te corrigeren. Die wil je eigenlijk zo vaak mogelijk inzetten. Dat zijn manieren van corrigeren die weinig tijd en energie kosten. Dus wat je Michelle hier ziet doen, is dat ze eigenlijk steeds op een kleine manier corrigeert door eventjes te wijzen of eventjes non-verbaal iets te laten zien naar leerlingen toe. Dat helpt heel erg om de rust ook niet te veel te verstoren.

Natuurlijk zul je soms ook op een grotere manier moeten ingrijpen, misschien zwaardere maatregelen moeten treffen. Maar als je kijkt naar de verhouding, dan zou je eigenlijk heel erg veel microcorrecties moeten doen. En die grotere maatregelen veel minder vaak.

Microcorrecties hebben heel veel voordelen voor leraren, maar ik denk dat de belangrijkste is, dat ze weinig tijd en energie kosten. Je hoeft in principe je les niet te onderbreken om zo’n correctie uit te voeren. Daarnaast zijn ze voor de leerlingen ook heel fijn, omdat ze weinig gezichtsverlies opleveren. In feite kun je op een manier corrigeren die eigenlijk niet eens opvalt. Maar leerlingen weten wel dat ze iets anders moeten doen, maar lijden geen gezichtsverlies ten opzichte van de rest van de klas.”

Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop.

Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.

Orde kunnen houden in de klas is de basis voor effectief lesgeven. Tegelijkertijd vinden veel leraren dit een uitdaging. Het goede nieuws is dat iedereen kan leren hoe je orde houdt, zo blijkt uit onderzoek. René Kneyber, oud-docent en trainer orde houden, ziet hetzelfde terug in de praktijk. “De kern van orde houden? Dat is het gedrag dat jij als leraar laat zien.”

Voorkomen in plaats van reageren

Orde houden begint met het voorkomen van verstoringen in de les, zegt Kneyber. “Als er iets gebeurt in de klas, moet je daarop reageren. Dat kost meer energie dan het voorkomen van gedoe. Bovendien: de maatregelen die je inzet om te reageren op problemen, raken na verloop van tijd uitgewerkt. Bij straffen is er bijvoorbeeld een kans dat je met een leerling in een negatieve spiraal terechtkomt waar je weer lastig uit kunt komen.”

Stel jezelf daarom regelmatig de vraag: hoe kan ik verstoringen van mijn les voorkomen? “De sleutel is om een gewoonte te maken van gewenst gedrag. Om dat te bereiken, moet je heel duidelijk zijn over welk gedrag je wilt zien van leerlingen. Check voortdurend of iedereen zich aan het gewenste gedrag houdt en herhaal dit tot het automatisch gaat.”

Schrijf een script

Bepaal eerst voor jezelf wat dat gewenste gedrag precies is. Dit is een stap die je niet moet overslaan, zegt Kneyber. “Veel docenten weten helemaal niet precies welk gedrag ze willen zien. Het helpt om een script te schrijven waarin je vastlegt wat je op welk moment verwacht van leerlingen. Wat mogen ze wel, wat niet, en wat zeg jij als ze zich er niet aan houden?” 

Vooral op zogenoemde wisselmomenten, als leerlingen van activiteit wisselen, is het nuttig instructies te geven over het gedrag dat je wilt zien. De kans dat een les ontspoort, is tijdens wisselmomenten namelijk vier keer groter dan op andere momenten. 

Onduidelijkheid als boosdoener

“Leerlingen misdragen zich vaak niet bewust, ze doen dat omdat ze niet weten wat er van hen verwacht wordt. Door verwachtingen helder én visueel te maken, voorkom je dat leerlingen zelf invullen wat de bedoeling is.” 

Neem bijvoorbeeld het einde van een les, zegt René Kneyber. “Leraren hebben vaak geen duidelijk plan voor de afronding. Leerlingen weten daardoor niet wat er van ze verwacht wordt. Mochten ze de vorige les een minuut voor het einde hun spullen inpakken? Dan beginnen ze daar nu twee minuten van tevoren mee. Niet omdat ze de orde willen verstoren, maar omdat ze zelf invullen wat ze moeten doen.”

Consequent benoemen wat goed gaat

Wie een helder beeld heeft van het gewenste gedrag, kan leerlingen ook makkelijker complimenteren voor dat gedrag. Want consequent zijn betekent niet alleen corrigeren wat misgaat, maar juist ook benoemen wat goed gaat. “Leerlingen die merken dat je ziet wat ze wél goed doen voelen zich gewaardeerd. Dat is positief voor de sfeer.”

Doe niet zo moeilijk

Volgens Kneyber is het een misvatting om te denken dat consequent zijn hetzelfde is als altijd overal op letten. Dat is voor niemand vol te houden. Daarom adviseert hij om een of twee speerpunten uit te kiezen waarin je heel consequent in bent. “Check bijvoorbeeld iedere les of alle leerlingen de juiste spullen bij zich hebben, of controleer altijd of ze meteen aan het werk gaan. Als je daar heel strikt in bent, weten leerlingen wat ze aan je hebben. Dat geeft rust en het is een goede basis voor orde.”

Waarom microcorrecties je niets kosten

Ook het inzetten van microcorrecties helpt bij consequent blijven en het voorkomen van onrust. Dit zijn correcties waarvoor je je les niet hoeft te onderbreken. Kneyber: “Grote straffen leiden vaak tot gedoe en verzet, terwijl kleine, slimme microcorrecties juist effectief zijn en de les nauwelijks onderbreken. Je zegt bijvoorbeeld: ‘Ik wacht nog op twee mensen’, zonder namen te noemen. De betreffende leerlingen weten over wie het gaat, maar kunnen zich zonder gezichtsverlies herstellen. De meeste leerlingen willen niet opvallen en zullen hun gedrag corrigeren.”

Keep the Flow

Een andere manier om ordeverstoring te voorkomen, is ‘Keep the Flow of Instructions’ (KFI). Deze aanpak zorgt voor een basisrust in de klas, zodat je zonder onderbrekingen instructie kunt geven. 

Een voorbeeld van de Keep the Flow-techniek in een lespraktijk: 

  • De leraar is bezig met een instructie. Op het moment dat een leerling verstorend gedrag vertoont, loopt de leraar kalm in de richting van de leerling.
  • Terwijl de leraar de leerling nadert, blijft hij doorpraten over de inhoud van de les. De leraar kijkt naar de klas, niet naar de storende leerling.
  • Als de leraar bij de tafel van de leerling is, raakt hij de tafel van de leerling aan en kijkt de leerling duidelijk aan. Ondertussen blijft de leraar doorpraten over het onderwerp van de les.
  • Na een paar seconden verbreekt de leraar het contact: hij trekt zijn hand terug en hij kijkt weer naar de klas.
  • De leraar draait de leerling de rug toe en loopt langzaam en zelfverzekerd terug naar de uitgangspositie. En ook nu geldt: doorpraten over de lesinhoud. Zo corrigeert de leraar zonder te corrigeren.

Gedragsdeskundige Kees van Overveld geeft trainingen aan leraren om de Keep the Flow-techniek te oefenen in de klas. Hij las er voor het eerst over in het boek Defusing Disruptive Behavior in the Classroom van Geoff Colvin. Volgens Van Overveld is KFI een vriendelijke manier van orde houden: “Het gaat erom dat je als leraar duidelijk laat merken dat je aanwezig bent in de klas.”

Een spel met ander perspectief

Alle leraren moeten in hun achterhoofd houden dat leerlingen vroeg of laat je grenzen gaan testen, zegt Kneyber. Dat is niet persoonlijk, het hoort bij het spel dat ze spelen. “Als ik zeg dat er één ding is wat je in mijn klas echt niet mag doen, namelijk een yogamatje meenemen, weet ik zeker dat er de volgende les iemand komt binnenlopen met een yogamat. Waarom? Omdat leerlingen willen weten: kunnen we deze leraar vertrouwen? Staat hij voor wat hij zegt? Neemt hij zichzelf serieus?”

Het geeft rust als leerlingen merken dat je doet wat je zegt, en je dus betrouwbaar bent. Doe je dat niet, dan kun je ervan uitgaan dat ze doorgaan met je testen. “Zeker op het vmbo hebben leerlingen dat vertrouwen nodig. Pas als ze een veilige basis ervaren, kun je verder met het opbouwen van een band.”

Als niets helpt

Hoe goed je klassenmanagement ook is: er blijven altijd leerlingen voor wie deze aanpak niet werkt. “Meestal krijg je die uitzonderingen in het vizier na een week of zes, als iedereen zijn plek heeft gevonden in de klas en het gewenste gedrag is ingesleten. Maar ook bij die leerlingen moet je je blijven afvragen: wat kan ik anders doen om ongewenst gedrag te voorkomen?”, adviseert Kneyber. Het kan helpend zijn om een leerling te betrekken bij het beantwoorden van die vraag. “Laat de leerling zien dat je het vervelend vindt wat er gebeurd is en maak die eigenaar van het probleem. Zeg bijvoorbeeld: hoe gaan we dit samen oplossen?”

Meer weten? 

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.