Waarom je als leraar zelf meer zou moeten lezen
praktijk
Leesbevordering po vo mbo so

Waarom je als leraar zelf meer zou moeten lezen

Leraren die zelf veel lezen zijn een belangrijk rolmodel voor hun leerlingen. Ook besteden ze in de klas meer tijd aan lezen. Daarom onderzoeken Wenckje Jongstra (Hogeschool KPZ) en Anne van Buul (Hogeschool de Kempel) praktische manieren om leraren meer te laten lezen. Hoe je dat doet met sociale interventies en kleine triggers, laat de video over de leescultuur op pabo De Kempel zien. “Hoe kun je een leerling adviseren welk boek bij hem past, als je zelf geen jeugdliteratuur leest?”

  • Deze video kan worden embed
Transcript

Deze video geeft uitleg over leesonderwijs.

Leerlingen lezen in de klas.

Helga van de Ven, docent Nederlands.

HELGA: “We weten natuurlijk al jaren dat het bedroevend gesteld is met de leesvaardigheid in het onderwijs. Als je leerlingen aan het lezen wil krijgen, dan heb je modellen nodig. Een leraar is bij uitstek een geweldig model als die laat zien dat die lezen leuk vindt.

Wij kwamen hier op de Pabo tegen dat ook onze studenten niet zo van lezen houden als ze binnenkomen. Dus we dachten we moeten iets gaan doen. Nou, daar hebben we een heleboel interventies voor gedaan. Eén daarvan is een Bookflixwand. Een andere is dat er een boek van de week in alle lessen Nederlands gepresenteerd wordt, dat is een stukje boekpromotie. Dat er op sociale media heel veel boekpromotie activiteiten plaatsvinden. En het vrij lezen is een activiteit die twee jaar geleden toegevoegd is daaraan. Net als het praten over boeken. Dat heeft ook geleid tot het een boekenclub en het open boek. Dat is eigenlijk toevallig op ons pad gekomen.”

Beeldtekst:
Minor Open Boek

In het klaslokaal.

Docent: “Hey, fijn dat jullie er zijn. Ik ga even vertellen wat we gaan doen vandaag.”

Chantal Fuchs, docent Nederlands.

CHANTAL: “Open boek houdt eigenlijk in dat leerkrachten straks een rol kunnen pakken op school, waarbij zij met het leesbeleid van de school bezig kunnen zijn en hun collega’s daarin mee kunnen nemen. Bij die minor gaan dus de studenten nadenken over: ‘Hoe kan ik kinderen begeleiden in het kiezen van die boeken en het juiste boek?’. Wat we hiermee willen bereiken is natuurlijk dat op iedere school leerkrachten werken die leesbevordering er zijn en dat kinderen plezier hebben in lezen. Het is natuurlijk heel erg leuk dat wij dit jaar zelfs twee keer deze minor moeten geven om alle studenten de kans te geven om leescoördinator te kunnen worden.”

Kristel Coolen, vierdejaars student.

KRISTEL: “Ik heb voor dit keuzedeel gekozen, omdat ik lezen sowieso heel belangrijk vind. Ik heb ook altijd heel veel voorgelezen aan mijn eigen kinderen. Ik denk dat het ook een van de basisontwikkelingen is van een kind. Ik wil daar, als ik leescoördinator wordt op een school, mijn team in meenemen.

De kennis die ik hier opdoe, die kan ik echt één op één kopiëren in mijn stagepraktijk. Doordat je zelf heel enthousiast bent, merk je dat de kinderen steeds dieper in hun verhaal komen. En hoe meer je daarmee bezig bent, hoe enthousiaster de kinderen ook worden.”

Beeldtekst:
Vrij lezen

HELGA: “Het vrij lezen is eigenlijk gestart vanuit de gedachte dat onze studenten zo weinig lezen en we dachten van ja, waar kunnen we dat faciliteren? Bij onze lessen Nederlands.”

CHANTAL (TEGEN DE KLAS): “Ik start zo meteen natuurlijk
met Boek van de Week.”

HELGA: “Wat moet dat dan opleveren? Nou, dat ze eigenlijk het plezier in lezen weer terug gaan vinden. En dat ze ergens een rustig moment hebben, iedere week, waarop ze kunnen gaan lezen. De reden waarom studenten vaak niet lezen is afleiding van allerlei, we weten het zelf, van telefoons en schermen. Ja, dat is eigenlijk de reden dat we zeiden: ‘We moeten het hier gaan doen op de pabo, in de hoop dat ze dan thuis ook weer gaan lezen’.”

Beeldtekst:
Leesclub

Anne van Buul, docent Nederlands.

ANNE: “Een leesclub is een initiatief dat hier bestaat sinds drie jaar. Zes keer per jaar komt de leesclub bij elkaar. Ze krijgen dan een recent kinderboek cadeau. Die lezen ze allemaal en daarover gaan we met elkaar een uur in gesprek. Wat we mooi vonden, wat we minder mooi vonden, waar we vragen over hebben en patronen die we zien in het boek. En zo komen we eigenlijk samen tot meer kennis over het boek en door tot een diepere leeservaring.”

ANNE (TEGEN DE KLAS): “We hadden met die kabouters vorige keer ook al moeite.”

ANNE: “We zijn begonnen met flyeren en posters ophangen van ‘Kom bij De Kempel leesclub’. Dat ging eigenlijk als een lopend vuurtje. Daarna zaten we al heel gauw op 25, 30 leden. Het is zeker populair.”

Vera Bakels, tweedejaars student.

VERA: “Toen ik in mijn eerste jaar bij de Nederlandse lessen te horen kreeg: ‘We hebben een leesclub’, dacht ik bij mezelf: ‘Als ik juf wil worden, moet ik eigenlijk ook wel in staat zijn om kinderen boeken aan te kunnen bieden’. Daar had ik me nog niet zo in verdiept. Dus ik dacht: ‘Dan wil ik eigenlijk wel kijken wat me dat dan brengt’. Later, als ik mijn papiertje heb, wil ik in ieder geval wel bij kinderen mee kunnen geven van ‘Hey jongens, lezen is echt heel leuk en lezen is echt heel belangrijk’.”

HELGA: “Het werkt wat we doen en dat is natuurlijk ontzettend bemoedigend. Het uitleenpercentage is in drie jaar bijna verdubbeld. En een boekenclub? Die is ook gegroeid van een paar leden naar 40, 50 leden. Ja dus, zo zet het zich voort. Studenten hebben zoiets van: ‘Ja, dat levert ons wat op. We weten straks alles over hoe je het juiste boek bij het juiste kind brengt’.

Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop.

Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.

Het is geen nieuws dat de leesmotivatie en het leesplezier onder Nederlandse leerlingen veel lager is dan het internationaal gemiddelde. Dat komt onder andere door het ontbreken van drie dingen, namelijk: een samenhangend leesbeleid, een rijk boekenaanbod en een leescultuur op school. Leraren hebben daar invloed op en die begint bij hun eigen leesgedrag. Want een van de manieren waarop leraren leesmotivatie kunnen ondersteunen, is door boeken aan te raden die passen bij de interesses en het niveau van de leerling.

En juist daar ligt een groot probleem, ontdekte Wenckje Jongstra, die onderzoek doet naar hoe het leesonderwijs in Nederland verbeterd zou kunnen worden. “Als je kennis van kinderboeken niet veel verder gaat dan ‘Kruistocht in spijkerbroek’, hoe kun je een leerling dan adviseren welk boek bij hem past? Daarom zijn we op zeven scholen aan de slag gegaan met het lezen van recente kinderboeken. Leraren werden daardoor direct enthousiaster over lezen. Ze zeiden bijvoorbeeld: ‘In sommige verhalen herkende ik een leerling, die ik gelijk dat boek heb aangeraden’.”

Praten over boeken

Een van de manieren waarop Jongstra leraren meer laat lezen, is door middel van een literatuurcirkel. Collega’s lezen hetzelfde boek en praten erover volgens een bepaalde methodiek. Daarbij kiezen ze ieder een rol, waardoor er vanuit verschillende perspectieven naar het verhaal gekeken wordt. “Het sociale aspect stimuleert dat ze gaan lezen, maar het geeft ook meer plezier. Want door erover te praten, ontdek je veel meer over het verhaal. Er ontstaan gelijk ideeën, zoals hoe het verhaal te verbinden is aan kerndoelen.”

Geen interesse in lezen

Op pabo Hogeschool De Kempel zag docent Nederlands Anne van Buul dat startende leraren uit zichzelf niet vaak een boek pakken. “Als ik in september vroeg: ‘Welk boek heb je in de vakantie gelezen?’, werd ik uitgelachen. Dat vond ik schrikbarend. Tegelijkertijd blijven sommige leraren beweren dat het voldoende is om de flaptekst van een boek te lezen, dan weet je ook waar een boek over gaat.”

Toen Van Buul zich verdiepte in het onderwerp en bleek dat leesgedrag echt doorwerkt in je lessen, zette ze met een aantal collega’s een leesoffensief op om toekomstige leraren enthousiast te maken voor lezen.

Boek van de week

Het leesoffensief bestaat uit sociale interventies en kleine triggers in de omgeving. “We hebben een mooie oude kast uit het magazijn gehaald en die staat nu in de hal als zwerfboekenkast. Er staan kinderboeken in, maar ook youngadultboeken. Die dragen bij aan een positieve houding ten opzichte van lezen, dat is heel waardevol”, legt Van Buul uit. Ook heeft ze met haar collega’s van de sectie Nederlands afgesproken dat elke les begint met het Boek van de Week.

Er is daarnaast een socialmediakanaal waarop de studenten boekentips krijgen, een Bookflixwand waarop boeken gepromoot worden en een leesclub voor studenten. “De boeken die we met de leesclub lezen, krijgen ze van ons cadeau. Dat is een extra trigger om mee te doen. De studenten geven aan dat ze het sociale aspect van de leesclub zeer waarderen, omdat je het perspectief van de ander leert kennen en ontdekt dat je een verhaal op meerdere manieren kunt lezen. Ook geven ze aan dat ze door de leesclub meer kinderboeken zijn gaan lezen.”

Te belangrijk om uit te besteden

Omdat een leraar een belangrijk rolmodel is voor leerlingen, is het van belang dat een leraar de leesbegeleiding niet uitbesteedt aan een leesconsulent of schoolbibliothecaris, zegt onderzoeker Jongstra. “Eigenlijk ben je als leraar de hele dag door leesbevorderaar.” In dat opzicht vindt Jongstra het raar dat veel scholen wel studiedagen organiseren over hoogbegaafdheid of burgerschap, maar dat het bespreken van nieuwe jeugdliteratuur niet op de professionaliseringsagenda staat. “Terwijl jeugdliteratuur ingezet kan worden bij alle zowat alle thema’s. Als je een aantal keren per jaar kort aandacht aan dit onderwerp besteedt, en een leraar leest tenminste één recent verschenen boek in de twee maanden en voert hierover het gesprek met collega’s, heeft hij na vijf jaar een repertoire van dertig boeken om over te vertellen. Dat kan echt een verschil maken.”

Tips om als leraar meer te lezen

  • Start een boekenclub met collega’s en bespreek iedere maand een ander nieuw kinderboek.
  • Enthousiast over een boek? Maak er een inspiratiepagina over voor je collega’s: waarover gaat het boek, wat is het thema en wat heeft de schrijver nog meer geschreven?
  • Zorg voor een actueel en gevarieerd boekenaanbod in de school, of werk daarin samen met de bibliotheek.
  • Nodig een schrijver of boekprofessional uit op school die enthousiast kan vertellen over een nieuw boek.
  • Draag zichtbaar in de school uit dat lezen belangrijk is, bijvoorbeeld door het ophangen van een Bookflixwand of het maken van gezellige leeshoekjes. 
  • Borg het belang van lezen, door bijvoorbeeld jaarlijks met het hele team zes nieuwe kinderboeken te lezen.

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.