Lesgeven vroeger en nu: nog altijd dezelfde liefde voor de leerling
interview
po

Lesgeven vroeger en nu: nog altijd dezelfde liefde voor de leerling

Carolien Dircken (43) volgt sinds een jaar de deeltijdopleiding pabo aan de Marnix Academie en staat twee dagen per week voor een bovenbouwgroep op Jenaplanschool De Brug in Utrecht. Yvonne Koster (104) stond tot haar pensioen in 1986 veertig jaar lang voor de klas. In hoeverre is het vak van leraar veranderd? En welke wijze lessen kan een leerkracht die nog aan het prille begin staat leren van een collega met zoveel ervaring? 

“In mijn ogen is mevrouw Koster een geboren leerkracht. In alles wat ze vertelt klinkt de liefde voor het vak door en de liefde voor kinderen. Zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze in Indonesië woonde, bleef ze lesgeven aan kleine clubjes kinderen. ‘Dat moest je heel voorzichtig doen’, vertelde ze. ‘Want als je ontdekt werd, pakten de Japanners je op.’ Dat zegt volgens mij genoeg.

Zelf heb ik deze roeping niet altijd zo sterk gevoeld. Pas een jaar geleden koos ik voor de pabo, vanuit de behoefte om nieuwe vaardigheden te leren en iets van betekenis te doen. Een goede keuze, want ik vind kinderen heel leuk. En dat is volgens mevrouw Koster de belangrijkste vereiste om leerkracht te kunnen zijn. ‘Je moet echt veel van kinderen houden’, zei ze toen ik haar vroeg of ze tips voor me had. Ze zei ook dat je doel moet zijn om ze veel kennis bij te brengen en open te staan voor hun problemen.”

In deze video kun je het gesprek tussen Carolien Dircken en Yvonne Koster bekijken:

  • Deze video kan worden embed

Een band opbouwen

“Tijdens mijn opleiding en stage komt het belang van de relatie met leerlingen steeds terug. Een veilige sfeer creëren en een band opbouwen met je klas zijn de basis voor bijna alles, zo leerde ik het afgelopen jaar. Tegelijk merk ik als startende leerkracht hoe lastig het is om daarin een balans te vinden. Hoe ben ik een leuke, betrokken leerkracht zonder uit mijn rol te vallen? En hoe stel ik grenzen zonder afstandelijk of streng te worden?

Mevrouw Koster liet me zien dat die tegenstelling eigenlijk niet bestaat. ‘Je moet niet het vriendje van een kind willen zijn’, zei ze. ‘Maar je moet wel zorgen voor een onbezorgde, prettige schooltijd. Als een kind weet dat er een juf is bij wie het met alle zorgen terechtkan, dan geeft dat rust. En ik denk dat ik dat goed gedaan heb, want oud-leerlingen hebben me later weer opgezocht. We lunchen nog twee keer per jaar samen.’”

“Ik lunch nog steeds twee keer per jaar met oud-leerlingen”

Aansluiten bij de belevingswereld

“Om de band met leerlingen te versterken, probeerde mevrouw Koster ze te helpen met ‘moeilijkheden’ binnen en buiten het klaslokaal en aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen. ‘Ik daalde af naar het niveau van het kind’, zei ze. Ze gaf een voorbeeld van een leerling die bekendstond als ‘moeilijk’. Hij werkte slordig en leek weinig motivatie te hebben. In plaats van hem hier steeds op aan te spreken, zocht ze contact op een speelse manier. Ze zei dat ze het zo jammer vond dat ze haar favoriete televisieprogramma niet kon kijken, omdat ze zijn werk moest nakijken. Dat had snel effect: de jongen ging netter werken en bleek helemaal niet zo moeilijk te zijn. ‘Je moet vooral niet boven de kinderen gaan staan’, zei ze tegen me. ‘Daar hebben ze een aversie tegen.’

Ik vond het mooi om te horen dat er bij mevrouw Koster in de klas ook ruimte was voor het maken van fouten. Mevrouw Koster vond dat niet meer dan vanzelfsprekend. ‘Kinderen zitten niet op school om te tonen dat ze iets kunnen’, zei ze. ‘Ze zijn er om te leren. En als je leert, dan maak je fouten.’”

Orde, netheid en structuur

“Naast aandacht voor de relatie gaat het in mijn opleiding vaak over klassenmanagement. Duidelijke verwachtingen scheppen, routines aanbrengen en consequent handelen: je moet het allemaal kunnen. Wie net voor de klas staat, weet hoe lastig dat kan zijn. Ik merk soms nog steeds dat ik mijn stem verhef om de aandacht van de leerlingen te krijgen.

In de tijd dat mevrouw Koster voor de klas stond, ging het er anders aan toe. ‘Als ik binnenkwam, gingen de leerlingen zitten en waren ze stil’, vertelde ze. ‘Ze wachtten af wat ik te zeggen had. Je wilt rust hebben in het klaslokaal, niet tegen allerlei gesprekken op moeten boksen. Het moet vanzelf gaan.’ Dat het bij mij nog niet zo vlotjes loopt, is volgens haar op te lossen met duidelijkheid: ‘Zeg gewoon wat je wilt: meteen naar je tafel toe, geen praatjes met elkaar meer. En als de juffrouw praat, dan ben je stil.’”

Nog duidelijker zijn

“Ze drukte me op het hart dat je als leerkracht niet duidelijk genoeg kunt zijn. ‘Op het overdrevene af! Je moet nooit denken dat een kind het wel zal weten. En netheid is ook belangrijk’, voegde ze toe. ‘Mijn leerlingen legden boeken altijd in nette stapeltjes in de kast, ze hadden een vaste plek in de klas. Dat gaf overzicht en houvast.’”

Gedoe met groepjes

“In mijn klas werken leerlingen vaak samen en veranderen de groepjes regelmatig van samenstelling. Coöperatieve werkvormen komen veelvuldig aan bod en ik vind dat dat zorgt voor verbinding en afwisseling in de klas. Mevrouw Koster moest er niet aan denken. ‘Dat gesleep met stoelen, dat zou ik niet willen’, zei ze. ‘Bij mij zaten leerlingen gewoon in rijtjes in hun vaste bankje. Ik heb het wel geprobeerd, in groepjes werken, maar ik zag dat ze elkaar kopieerden. Als je wilt dat de kinderen kennis naar zich toe halen, elk apart, dan moeten ze beslist niet bij elkaar zitten.’

Ik geloof juist dat kinderen veel van elkaar kunnen leren als ze samenwerken. Zolang je ze maar verantwoordelijkheid geeft voor hun taak en ze laat werken vanuit hun eigen talent of interesse, zodat ze elkaar kunnen aanvullen.” 

Vooral overeenkomsten

“Hoewel we op dat vlak van visie verschillen, vielen me tijdens het gesprek vooral overeenkomsten op tussen wat mevrouw Koster vertelde en wat ik op de pabo leer. De relatie met je leerlingen en stevig klassenmanagement waren én zijn nog altijd de belangrijkste voorwaarden om dit vak te kunnen uitoefenen. Met plezier te kunnen uitoefenen zelfs, want mevrouw Koster zei nooit stress te hebben gehad. Ook niet met veertig leerlingen in de klas. ‘Als er orde en netheid is, maakt het aantal niets uit’, gaf ze me mee. Gelukkig heb ik nog dik anderhalf jaar om me daarin te bekwamen.”

Meer weten? 

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.