Werkplekleren volgens het boekje
Werkplekleren neemt een belangrijke plek in binnen het curriculum van het beroepsonderwijs. Het geeft leerlingen en studenten de kans om de kneepjes van hun toekomstige vak onder de knie te krijgen. Het curriculum van een vmbo- of mbo-opleiding bestaat daarom voor een groot deel uit werkplekleren. Met de volgende ontwerpregels zet je deze manier van leren succesvol in.

Werkplekleren bereidt leerlingen en studenten in de praktijk voor op hun toekomstige beroep. Hoe houd je als docent de kwaliteit van werkplekleren hoog, waardoor leerlingen en studenten de kans krijgen er zoveel mogelijk van te leren? De internationale reviewstudie naar Pedagogisch-didactische aspecten van werkplekleren in het beroepsonderwijs van Hogeschool van Arnhem en Nijmegen onderzocht wat hierover bekend is in de literatuur.
11 ontwerpregels voor werkplekleren
Vanuit het literatuuronderzoek zijn elf ontwerpregels voor werkplekleren samengesteld, die je meteen in de praktijk kunt toepassen. Zie de regels als inspiratie en pas ze waar nodig aan, zodat ze aansluiten op jouw onderwijssituatie.
1. Zoek verbinding met de praktijk
Werkplekleren vraagt om een duurzame samenwerking tussen de opleiding en de werkplekken. Trek hier vanaf het begin samen in op. Stem in de voorbereidings-, uitvoerings- en evaluatiefase steeds met elkaar af: wie doet wat, wanneer en waarom? Houd regelmatig contact met elkaar en wissel ervaringen uit, zodat er een goede verbinding ontstaat tussen de praktijk en het onderwijs.
2. Spreek dezelfde taal
Voor leerlingen en studenten is het duidelijk als de opleiding en het leerbedrijf dezelfde taal spreken. De canon beroepsonderwijs kan hierbij helpen. Het begrip ‘theorie’ is bijvoorbeeld niet zomaar hetzelfde als schoolse kennis. Op de werkplek wordt met ‘theorie’ eerder de praktijktheorie, kennis van het werkproces of een werkprotocol bedoeld.
3. Werk samen met het werkveld
Een programma binnen het curriculum dat leerlingen en studenten voorbereidt op werkplekleren versterkt hun inzet, motivatie en het geloof in eigen kunnen. Een voorbereidingsprogramma is het sterkst wanneer je het ontwikkelt vanuit co-creatie: opgezet door de opleiding én het werkveld.
4. Laat grenzen tussen opleiding en werkplek vervagen
Zijn de omstandigheden op de werkplek niet ideaal om tot leren te komen? Dan kan een hybride leeromgeving – waarin opleiding en werkveld met elkaar zijn vervlochten – uitkomst bieden. Ook hier is een co-creatie tussen de opleiding en het werkveld wenselijk. Dit vergroot het leerpotentieel van de werkplek en versterkt de positie van de werkplekbegeleider. Het practoraat is hier een mooi voorbeeld van.
5. Heb oog voor professionele groei
Begeleid leerlingen en studenten niet alleen bij het uitoefenen van hun taken, maar ook in hun ontwikkeling tot professional. Geef ze ruimte om fouten te maken, zelf iets uit te proberen en om hulp te kunnen vragen. En zorg voor een goede balans tussen autonomie en vrijgelaten worden. Ook taakvariatie en reflectie bij de student spelen hier een rol in.
6. Zoek naar variatie in werkplekken
Meerdere leerwerkplekken vergroten het succes van werkplekleren. Hoe meer verschillende werkplekken, hoe groter en breder het handelingsrepertoire en het persoonlijke denkkader van de student.
7. Boots de werkelijkheid na
Met simulaties kun je de praktijk in kleine of grote mate nabootsen. Dit geeft leerlingen en studenten extra ruimte om te leren en te experimenteren. Zeker als oefenen in de praktijk fysieke of economische risico’s met zich meebrengt. Een simulatie biedt ook uitkomst bij het oefenen van heel specifieke, technische handelingen.
8. Laat leerlingen en studenten echt meedraaien
Zorg ervoor dat de student actief en volwaardig kan deelnemen in het team. Begeleiders en collega’s vervullen daarin een cruciale rol. Leerlingen en studenten ontwikkelen geen gevoel voor beroepsidentiteit als ze alleen mogen printen of koffiezetten.
9. Ondersteun de werkbegeleider
De rol van de werkbegeleiders is belangrijk voor het succes van werkplekleren. Beschouw de werkbegeleider daarom als mede-opleider en zorg voor achtervang. Bij vragen moet de werkbegeleider weten bij wie die terecht kan.
10. Geef reflectie en feedback een plek
Dat een leerling of student kan reflecteren op diens eigen handelen is een belangrijk onderdeel van expertiseontwikkeling. Zorg er daarom voor dat zelfbeoordeling een belangrijke plek krijgt in het ontwerp van werkplekleren. Peerfeedback is hierbij een handig hulpmiddel.
11. Borg de kwaliteit van werkplekleren
Ontwerp een passend beoordelingssysteem met aandacht voor formatieve en summatieve aspecten. Investeer in de professionalisering van de beoordelaars.
Wetenschappelijk onderzoek
- Nieuwenhuis, L., Hoeve, A., Nijman, D.-J., Van Vlokhoven, H., & HAN, Kenniscentrum Kwaliteit van Leren. (2017). Pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in het initieel beroepsonderwijs: een internationale reviewstudie. In HAN, Kenniscentrum Kwaliteit Van Leren. https://www.nro.nl/sites/nro/files/migrate/reviewwerkplekleren_405-15-710.pdf
Meer weten?
- Lees hoe hybride leeromgevingen bijdragen aan betekenisvol onderwijs.
- In het practoraat gaan mbo-studenten praktisch aan de slag met onderzoek.
- Lees hoe docent Daisy Beelen een gesimuleerd leerbedrijf opzette voor haar mbo-studenten.
- Hoe begeleid en beoordeel je werkplekleren? Onderwijskennis deelt inzichten uit onderzoek.