Differentiëren in de rekenles in het mbo

ELWIeR | bijgewerkt op 05 februari 2016

Rekendocenten in het mbo staan voor de uitdaging goed en motiverend onderwijs te geven. Dit is lastig want de verschillen tussen studenten zijn groot. Uit onderzoek blijkt dat docenten, die het model van interne convergente differentiatie gebruiken, beter gaan lesgeven

In het onderzoek, dat de Universiteit Utrecht samen met enkele ROC’s uitvoerde, stond de vraag centraal of ervaringen en modellen voor differentiatie uit het basisonderwijs kunnen worden hergebruikt in het mbo. Dat bleek inderdaad het geval: leraren die het model van interne convergente differentiatie gebruiken hebben meer aandacht voor een goede opbouw van de rekenles en een groter didactisch repertoire. Ze brengen meer variatie aan in de lessen met didactische werkvormen, waardoor ze beter in staat zijn om in te spelen op de verschillen tussen de studenten. Dit komt de kwaliteit van hun lessen ten goede.

Wat weten we?

In het mbo wordt sinds 2010 rekenen gegeven. De resultaten op de pilotexamens vallen nog steeds tegen. Mede naar aanleiding hiervan zijn mbo-opleidingen op zoek naar manieren om het rekenonderwijs te versterken, opdat de resultaten verbeteren. Met name op het gebied van omgaan met verschillen tussen studenten (differentiatie) zijn er nog veel vragen. De mbo-populatie, ook binnen een klas, is wat betreft het rekenniveau zeer heterogeen.

Differentiëren is een complexe docentvaardigheid. Uit onderzoek, uitgevoerd in 2013 door de inspectie van het onderwijs in het mbo, blijkt dat in minder dan 40% van de lessen de differentiatievaardigheden van de docenten voldoende zijn. Voor rekenen speelt daarbij mee dat dat voor veel docenten een nieuw vak is om te geven (Jonker & Wijers, 2012). Nog niet elke rekendocent is al voldoende bijgeschoold in de rekendidactiek om zowel de vakdidactische als de differentiatievaardigheden te beheersen.

Uit onderzoek in het basisonderwijs (Van der Grift & Houtveen, 2012) blijkt dat het model van interne convergerende differentiatie (Vernooij, 2009) effectief is in het verhogen van het niveau op basisvaardigheden, waaronder rekenen, van met name de zwakke leerlingen. Het is een vorm van differentiatie binnen de klas waarbij alle leerlingen werken aan een gezamenlijk minimumdoel. Door het geven van verlengde instructie aan de leerlingen die meer hulp nodig hebben en het aanbieden van verschillende verwerkingsopgaven kan ingespeeld worden op verschillen tussen de leerlingen.

In het onderzoek ‘differentiatie in de rekenles in het mbo’ staat de vraag centraal of dit model ook voor rekendocenten in het mbo bruikbaar en effectief is. Het onderzoek is gefinancierd door het NRO.

Dat betekent voor de praktijk

Omdat het toepassen van het model van interne convergente differentiatie vraagt om specifieke vakdidactische bekwaamheden, is in dit NRO-onderzoek een scholingstraject ontwikkeld.

In dit nascholingstraject van vier bijeenkomsten (uitgevoerd op de twee bij het onderzoek betrokken ROC’s) staat het samen ontwerpen en uitvoeren van rekenlessen volgens het model van convergente differentiatie centraal. Het model is hiervoor uitgewerkt in een lesplanformulier. De verschillende fasen uit dit model krijgen aandacht in de scholing. Deze fasen zijn de instructiefase met een starter, interactieve groepsinstructie en verlengde instructie; de verwerkingsfase; en de afsluiting.

Het toepassen van het model van interne convergente differentiatie blijkt de docenten te helpen om hun didactisch repertoire te vergroten. Het biedt hen handvatten voor een gestructureerde lesopbouw. Het zelf formuleren van (minimum)doelen, het gebruik van een zogenaamde ‘rekenstarter’, het werken met kleine groepjes studenten die extra ondersteuning krijgen, en het durven ingrijpen in de gebruikte rekenmethode zijn belangrijke middelen die de betrokken docenten inzetten voor het omgaan met de verschillen tussen hun studenten.

Tips

  • Hanteer een vaste lesopbouw waarin ruimte is om op verschillende manieren in te spelen op verschillen tussen studenten;
  • Stel per les een of meerdere minimumdoelen vast;
  • Ontwerp lessen samen met collega’s en bespreek ook de uitvoering van de lessen samen;
  • Maak gebruik van verschillende verwerkingsopdrachten voor studenten met verschillende rekenniveaus. Hanteer niet meer dan 3 niveaus bijvoorbeeld: zwak, gemiddeld, sterk;
  • Stel bij elk nieuw onderwerp vast over welke voorkennis de studenten beschikken en maak een inschatting van hun rekenniveau voor het betreffende onderwerp;
  • Laat studenten regelmatig samenwerken, varieer daarbij de groepsindeling (homogeen of heterogeen naar niveau, naar interesse, ….)

Handreikingen

 

referenties

In gesprek

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Vincent Jonker of Monica Wijers, beiden onderzoeker en ontwerper aan de Universiteit Utrecht.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Vincent Jonker of Monica Wijers, beiden onderzoeker en ontwerper aan de Universiteit Utrecht.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.