praktijk
vo

Duits: beginnen in de onderbouw

  • Embedcode

Volgens het doeltaal-voertaalprincipe in het vreemdetalenonderwijs is de taal die geleerd wordt (doeltaal), tegelijkertijd de voertaal in de les. Dit betekent dat in de les Duits de leraar zo veel mogelijk Duits spreekt en de leerlingen ook. Bij het werken volgens het doeltaal-voertaal principe is het belangrijk om de hoeveelheid vreemde taal geleidelijk op te voeren. In de eerste les is het gebruik van de vreemde taal beperkt tot bepaalde momenten van de les (zoals opening, afsluiting, begroeten) of bepaalde instructies of standaardzinnen, maar het wordt snel meer. Iedere les krijgen de leerlingen veel oud, bekend taalmateriaal aangeboden en een kleiner aantal nieuwe woorden en uitdrukkingen. Zo wordt ook voor herhaling gezorgd, en dat helpt leerlingen bij het memoriseren.

De adviezen van docenten die ervaring hiermee hebben zijn:

  • Wees consequent, blijf altijd zoveel mogelijk in de vreemde taal praten;
  • Gebruik het Nederlands waar nodig is om iets te verduidelijken, maar bied alles ook in de vreemde taal aan. Dat betekent dat je gebruik maakt van gebaren en allerlei vormen van visuele en schriftelijke ondersteuning;
  • Stimuleer de leerlingen om de vreemde taal te gebruiken, door dat expliciet te vragen als ze in het Nederlands beginnen en geef ze complimenten als ze zich herstellen na een fout.

Dit fragment is opgenomen tijdens een les Duits op het Kandinsky College (Nijmegen) in een tweede klas havo-vwo. De docente is Tanja Saksens. De leerlingen hadden op het moment van de opnames drie maanden Duitse les gehad.

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Vreemde talen


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.