Klinisch redeneren voor verzorgenden

lerarenredactie | bijgewerkt op 17 december 2015

Voor verzorgenden en helpenden kan klinisch redeneren houvast bieden in onverwachte situaties. Marga Hop  en Wilbert van der Heul leren studenten om hun cliënten en hun omgeving systematisch te beoordelen en actie te ondernemen als dat nodig is.

Klinisch redeneren komt uit de verplegende beroepen en is een manier voor verpleegkundigen om de situatie van een patiënt te beoordelen en daarna juist te handelen.  Bij het redeneren worden checklists gebruikt om alle stappen zorgvuldig te doorlopen.

Marga Hop is al jaren docente bij de opleiding verzorgde bij het Albeda College in Rotterdam. Zij merkte in haar lessen dat de studenten moeite hadden om de theorie uit het curriculum te verbinden met de praktijk. Argumenteren, analyseren en prioriteiten stellen vonden zij lastig, evenals het goed schrijven van een zorgplan. Door in de lessen te werken met casussen en de studenten houvast te geven door hen te leren met een stappenplan te werken krijgen ze daar beter grip op. De redeneerhulpen (checklists) bieden de student overzicht in praktijksituaties en leren hen te argumenteren en de juiste acties te ondernemen.

Marga Hop is begonnen met het maken van een casus voor haar eigen klas. Dat sloeg aan bij de studenten, ze vonden het prettig om met het stappenplan te werken en kwamen op die manier tot helder inzicht in hun eigen handelen. De studenten konden goed beargumenteren waarom ze bepaalde handelingen zo uitvoeren.

Daarom is het klinisch redeneren steeds verder uitgebreid met casuïstiek en verschillende werkvormen. Het is in de opleiding Verzorgenden niveau 3 toe te passen. Voor helpende zorg en welzijn, niveau 2, is het materiaal iets te moeilijk maar de gedachte achter klinisch redeneren is ook voor hen geschikt als de casussen worden aangepast.

In de lessen klinisch redeneren wordt ook het zogenoemde “leerarrangement” gebruikt. Wilbert van der Heul, docent en studieloopbaanbegeleider, ontwikkelde dit leerarrangement om de lessen volgens een vaste structuur, in 10 stappen, te laten verlopen. Zo leert de student zichzelf te sturen.

De 10 stappen zijn:

1.            Formuleren lesdoel met het waarom van de les;

2.            Activeren voorkennis;

3.            Planning: vraag naar wat de student wil leren;

4.            Inhoudelijke les: didactiek passend bij leerdoel en andere werkvorm dan vorige les;

5.            Monitoren: vraag na of de student aan het leren is;

6.            Verder met inhoudelijk les met andere didactiek;

7.            Proeftoets: sluit de inhoudelijke les hiermee af;

8.            Bespreken lesdoel en persoonlijk doel van de student: zijn deze behaald?;

9.            Evaluatie: vraag na of het lesdoel behaald is, of de student heeft geleerd wat hij wilde leren en hoe hij de les heeft ervaren;

10.          Vooruitkijken: huiswerk.

De studenten vinden het werken met het leerarrangement prettig. Zij leren zichzelf om meerdere leerstrategieën in te zetten en vooral om zichzelf te reguleren en te sturen. Studenten leren zo op een actieve manier en dit heeft direct invloed op hun motivatie. Bijkomend voordeel is dat de kwaliteit van de lessen toeneemt omdat docenten vooraf goed nadenken over de inzet van werkvormen en dat docenten meer werkplezier ervaren.

Marga Hop en Wilbert van der Heul zijn momenteel bezig om hun lesmethode met casussen en het leerarrangement op te schrijven. Het boek zal worden uitgegeven bij Uitgeverij Noordhoff en eind 2016 verschijnen.

In de bijlagen hieronder vindt u een voorbeeld van een casus en toelichtingen.

Wilt u meer informatie dan kunt u mailen naar Marga Hop, m.hop@albeda.nl of Wilbert van der Heul (leerarrangement), w.vanderheul@albeda.nl

Bijlagen

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.