Orde houden: omgaan met wisselmomenten

lerarenredactie | bijgewerkt op 03 maart 2010

Orde houden, hoe doe je dat? René Kneyber is leraar wiskunde en trainer orde houden. Hij legt uit dat het belangrijk is concreet te benoemen welk gedrag je van leerlingen verwacht tijdens je les. Hierbij zijn de wisselmomenten de ‘zwakke’ momenten in de les.

Tijdens de wisselmomenten geeft de leraar veel informatie, maar als deze niet concreet is reageren leerlingen lang niet altijd zoals de leraar wenst.  Bij alle wisselmomenten is het belangrijk om duidelijk te vertellen als leraar welk gedrag je van de leerlingen verwacht op welk moment, en dat je dit  ‘SMART’ verwoordt.

Wisselmomenten

Wisselmomenten zijn de momenten in de les dat je overschakelt van de ene activiteit naar de volgende. Dit zijn de belangrijke momenten bij orde houden in de klas. Leerlingen grijpen zo’n moment aan om met elkaar te gaan praten en de leraar verliest grip op de klas.

Wisselmomenten noemt Kneyber daarom de ‘zwakke’ momenten in de les. Leerlingen zijn aan het luisteren en moeten vervolgens een opgave maken of andersom. Of leerlingen moeten in groepjes gaan zitten. Het is, als je de orde wilt bewaren, belangrijk om op die momenten ‘SMART’ te benoemen wat je van leerlingen verwacht.

SMART

Kneyber laat in de video zien hoe belangrijk het is om concreet te benoemen wat je verwacht van de leerlingen, zodat je orde houdt in de klas. Hij adviseert eisen te stellen aan de leerlingen die aan de SMART-voorwaarden voldoen:

  • Specifiek – Benoem het concrete gedrag dat je van je leerlingen vraagt.
  • Meetbaar – Maak je eis meetbaar zodat duidelijk is of de leerlingen aan de eis voldoen of niet.
  • Acceptabel – De vraag aan de leerlingen moet acceptabel zijn waarbij het belangrijk is dat deze ook past binnen het schoolsysteem.
  • Realistisch – De vraag aan de leerlingen moet haalbaar zijn.
  • Tijd – Noem een eindtijd of een tijdspanne, zodat de wanneer vraag duidelijk is voor je leerlingen.

Kneyber vertelt dat het niet altijd mogelijk is om volledig ‘smart’te formuleren. Want niet alles is bijvoorbeeld meetbaar. Stilte is meetbaar, maar als je leerlingen laat overleggen over de lesstof of opdracht, is dat veel moeilijker te meten. Hij geeft ook aan dat het heel belangrijk is om alleen realistische eisen te stellen; je kunt bijvoorbeeld niet eisen van je leerlingen dat ze de stof meteen snappen.
Een goed voorbeeld van een SMART-geformuleerd verzoek is: ‘Ga vanaf nu 5 minuten stil aan het werk en maak opdracht 3 op pagina 38 van je werkboek.’

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.