Werkplekleren volgens het boekje

NRO | bijgewerkt op 24 oktober 2018

Docenten in het vmbo, mbo of hbo weten hoe belangrijk werkplekleren is binnen het curriculum van beroepsonderwijs. Oefenen is nu eenmaal nodig. Het curriculum van een vmbo- of mbo-opleiding bestaat dan ook voor zo’n 40 tot 60 procent uit werkplekleren. Gesneden koek zou je zeggen. Toch is de inrichting van werkplekleren nog vaak een worsteling.

Interventies vanuit de school gaan al snel ten koste van de authenticiteit van het leren op de werkplek. Maar dat betekent niet dat docenten de kwaliteit van werkplekleren binnen de opleiding aan het toeval hoeven over te laten. Om te kijken welke wetenschappelijke kennis beschikbaar is over de pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in vmbo, mbo en hbo, is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat er nog weinig bekend is over werkplekleren.

Elf ontwerpregels

Wel konden uit die systematische analyse elf ontwerpregels worden gedestilleerd voor de organisatie en inrichting van werkplekleren. Docententeams kunnen daar direct mee aan de slag. Veel is al bekend, maar teams kunnen zich laten inspireren door het overzicht en samen naar oplossingen zoeken die binnen hun situatie passen.

1.     Ontwerp samen met het werkveld

Werkplekleren vraagt om een duurzame samenwerking (co-makership) tussen de opleiding en de werkplekken. Trek dus vanaf het begin samen op. Stem in zowel de voorbereidings-, uitvoerings- en evaluatiefase steeds met elkaar af: wie doet wat, wanneer en waarom? Zorg voor frequent contact en uitwisseling, zodat er een goede verbinding ontstaat tussen werkplekleren en andere onderdelen van het onderwijs.

2.     Leer een gezamenlijke taal spreken

Het is belangrijk dat zowel school als bedrijf de conceptuele kaders (frames) rondom werkplekleren goed begrijpen. Anders gezegd: verdiep je samen in het jargon rondom werkplekleren. De canon is een goede start. Het begrip ‘theorie’ is bijvoorbeeld niet zomaar hetzelfde als schoolse kennis. Op de werkplek wordt met ‘theorie’ eerder de praktijktheorie, kennis van het werkproces of een werkprotocol bedoeld.

3.     Bereid studenten bewust voor

Een programma binnen het curriculum dat studenten voorbereidt op werkplekleren versterkt bij studenten de inzet, motivatie en het geloof in eigen kunnen. Zulke kansen wil je niet laten liggen! Zo’n voorbereidingsprogramma ontwikkel je uiteraard vanuit co-makership: opgezet door opleiding én het werkveld.

4.     Hef de grenzen op tussen opleiding en werkplek

De omstandigheden op de werkplek zijn niet altijd optimaal voor leren. In zulke gevallen kan een ‘hybride leerwerkplek’ uitkomst bieden. Op zo’n plek vervaagt de grenslijn tussen opleiding en bedrijf. Hier vindt bij uitstek co-makership plaats en is de communicatie tussen opleiding en werkplek optimaal. Dit vergroot het leerpotentieel van de werkplek en versterkt de positie van de werkplekbegeleider.

5.     Bied de student begeleiding bij professionele groei

‘Supported participation’ (begeleide volwaardige deelname) is een belangrijk kenmerk van effectief werkplekleren; begeleid studenten daarom niet alleen in het simpelweg uitoefenen van de taak, maar ook in het zich professioneel bewegen op de werkplek. Zo kan de student verschillende leerervaringen opdoen. Dit vraagt om een balans tussen sociale veiligheid (ruimte om fouten kunnen maken, dingen uit te proberen en om hulp kunnen vragen) en onzekerheid (en daarmee een zekere mate van onveiligheid). En tussen autonomie en aan je lot worden overgelaten. Maar ook taakvariatie en reflectie bij de student spelen daarbij een rol.

6.     Bied de student variatie in werkplekken

Niet alleen verschillende leerervaringen helpen de student bij zijn of haar leerproces. Ook meerdere leerwerkplekken vergroten het succes van werkplekleren. Hoe meer verschillende werkplekken, hoe groter en breder het handelingsrepertoire en het persoonlijke denkkader van de student.

7.     Bied de student ruimte voor fouten en repetitie

Maak waar nodig gebruik van simulaties om de praktijk in kleine of grote mate na te bootsen. Hierdoor ontstaat extra ruimte om te leren en experimenteren. Oefenen in de praktijk brengt soms te grote fysieke of economische risico’s met zich mee. Simulatie biedt dan een uitkomst. Ook handig voor het oefenen van heel specifieke, technische handelingen.

8.     Bied de student ruimte om de cultuur te proeven

Zorg ervoor dat de student actief en volwaardig kan deelnemen aan de werkgemeenschap. Begeleiders en collega’s vervullen een cruciale rol bij het kennismaken met de beroepscultuur. De student ontwikkelt geen gevoel voor beroepsidentiteit als hij of zij bij wijze van spreken alleen mag printen of koffiezetten.

9.     Ondersteun de werkbegeleider

De rol van de werkbegeleiders is belangrijk voor het succes van werkplekleren. Deze rol is echter complex. Beschouw de werkbegeleider daarom als mede-opleider en zorg voor steun vanuit het bedrijf of de instelling voor de werkplekbegeleider. Laat hem of haar er niet alleen voor staan!

10.   Organiseer reflectie en feedback

Een leven lang leren vraagt om het vermogen te kunnen reflecteren. Reflectie door de student op het eigen handelen is daarom een belangrijk element van expertiseontwikkeling. Stimuleer daarom zelfbeoordeling in het ontwerp van werkplekleren. Tip: ‘peer-feedback’ is een handig hulpmiddel.

11.    Borg de kwaliteit van werkplekleren

Ontwerp een passende beoordelingssystematiek bij het werkplekleren met aandacht voor zowel formatieve als summatieve aspecten. Investeer in de professionalisering van de beoordelaars.

Meer weten?

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Loek Nieuwenhuis, lector bij de HAN en hoogleraar bij de Open Universiteit.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Meer weten?

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Loek Nieuwenhuis, lector bij de HAN en hoogleraar bij de Open Universiteit.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.