praktijk
vo

Werkvorm geschiedenis: welk woord weg?

Steeds vaker wordt bij het vak geschiedenis een beroep gedaan op de zelfstandige onderzoekende kwaliteiten van de leerling. Maar hoe kun je deze vaardigheden oefenen met leerlingen? Een werkvorm is ‘Welk woord weg?’

  • Embedcode

Welk woord weg is een werkvorm waarbij je drie begrippen op een rij zet en de leerlingen moeten een argument geven waarom één van de begrippen er niet bij hoort. In deze video gebruiken ze het volgende voorbeeld: Hitler, Stalin en Mussolini. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom er één van deze personen niet bij hoort, maar één ervan is dat Mussolini politiek gezien nog een koning boven zich had. Het is ook belangrijk om dan te beargumenteren waarom de andere twee juist bij elkaar horen.

Hoe kun je deze werkvorm inzetten?

Je kunt deze vorm als volgt inzetten:

  1. Je laat klassikaal drie begrippen zien door middel van afbeeldingen of woorden op het bord;
  2. Je laat iedere leerling zelfstandig een antwoord formuleren;
  3. Je vraagt per begrip wie vindt dat juist dit begrip er niet bij hoort en waarom.

Op deze manier komen moeten alle leerlingen actief mee doen, komen verschillende leerlingen aan het woord, en worden alle begrippen besproken

Voordelen

De leerlingen moeten nu definities en kennis die ze leren op een actieve manier inzetten. Hierdoor creëren ze meer context en krijgen ze meer kennis van het begrip en blijft het niet bij alleen letterlijke definities uit het hoofd leren.

Andere werkvormen

In de serie ‘Werkvormen Geschiedenis’ komen ook de volgende werkvormen aan bod: Begrippen tekenenVerboden te zeggenDe placemat en Dorpen vergelijken.

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Mens & maatschappij


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.