praktijk
vo

Vijf werkvormen om zelfstandig onderzoeken te stimuleren bij geschiedenis

Geschiedenis is meer dan verhalen vertellen of feiten leren. Ook het oefenen van historische vaardigheden, zoals zelfstandig onderzoeken, hoort erbij. In dit artikel lichten we vijf interactieve werkvormen toe waarmee je deze vaardigheden kunt trainen. In de video’s proberen studenten van de lerarenopleiding geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht de werkvormen zelf uit.

Leerlingen studeren samen geschiedenis en markeren belangrijke stukken

Bij het vak geschiedenis moeten leerlingen de volgende historische vaardigheden en kennis beheersen:

  • Hoe ga je om met de betrouwbaarheid van bronnen?
  • Wat is het verschil is tussen een feit en een mening?
  • Welke soorten bronnen zijn er?
  • Hoe hebben we het verleden ingedeeld?
  • Wat is het verschil tussen oorzaak, aanleiding en gevolg?
  • Wat is representativiteit van bronnen (zijn er meer bijvoorbeeld)?
  • Wat is tijd- en plaatsgebondenheid?
  • Wanneer is er sprake van een verandering of van continuïteit?

Je kunt verschillende werkvormen inzetten bij geschiedenis om deze vaardigheden te oefenen. Interactieve werkvormen helpen leerlingen om zelfstandig te leren onderzoeken. 

Werkvorm 1: De placemat

Bij ‘de placemat’ wordt een groot vel papier in verschillende vakken verdeeld en op tafel tussen verschillende leerlingen in gelegd. Vervolgens stel je je leerlingen een vraag als: wat zijn de drie belangrijkste oorzaken van de Eerste Wereldoorlog? Iedere leerling moet dan zelf in zijn eigen vak zijn antwoorden opschrijven. Daarna moeten de leerlingen de verschillende antwoorden bespreken en gezamenlijk besluiten welke drie antwoorden zij als groep midden op het papier zetten.

‘Met de placemat moeten leerlingen discussiëren en argumenteren, waardoor het onderwerp beter beklijft’, zegt vakdidacticus Hanneke Tuithof. Leerlingen worden gestimuleerd om met elkaar over onderwerpen te praten en ideeën te delen. Bovendien kun je als leraar goed zien hoe iedereen het doet, omdat de leerlingen het op moeten schrijven. In onderstaande video zie je hoe studenten van de lerarenopleiding geschiedenis De placemat met elkaar uitproberen.

  • Embedcode

Werkvorm 2: Welk woord weg?

‘Welk woord weg?’ is een werkvorm waarbij je drie begrippen op een rij zet en de leerlingen een argument laat geven waarom één van de begrippen er niet bij hoort. Het is ook belangrijk om te beargumenteren waarom de andere twee juist bij elkaar horen. In onderstaande video gebruiken ze voorbeelden met Hitler, Stalin en Mussolini. 

Een van de dingen die leerlingen bij deze werkvorm leren is dat er bij geschiedenis niet altijd één juist antwoord is. Leerlingen moeten daarnaast definities en kennis die ze leren op een actieve manier inzetten. Hierdoor blijft het niet bij de letterlijk definitie uit het hoofd leren, maar weten ze begrippen ook beter in een context te plaatsen. In de video zie je hoe studenten van de lerarenopleiding geschiedenis Welk woord weg? met elkaar uitproberen.

  • Embedcode

Werkvorm 3: Verboden te zeggen

Bij ‘verboden te zeggen’ stuur je één leerling de klas uit. Als de leerling weg is, schrijf je een begrip op het bord met een aantal verboden woorden eronder. Vervolgens wordt de weggestuurde leerling teruggehaald. De andere leerlingen moeten het hoofdbegrip nu proberen uit te leggen zonder één van de verboden woorden op het bord te noemen. 

Het grote voordeel van deze werkvorm is dat leerlingen door de spelvorm vaak enthousiast meedoen. Daarnaast worden leerlingen gedwongen intensief aan de slag te gaan met de begrippen en nieuwe verbanden te leggen doordat ze het normale scala aan woorden dat bij het begrip hoort niet mogen gebruiken. In onderstaande video zie je hoe studenten van de lerarenopleiding geschiedenis Verboden te zeggen met elkaar uitproberen.

  • Embedcode

Werkvorm 4: Begrippen tekenen

Veel leerlingen leren definities van historische begrippen letterlijk uit hun hoofd. De vraag is of ze het begrip dan wel echt begrijpen. Om daarachter te komen laat je ze de definitie niet opschrijven maar tekenen. Je deelt lege blaadjes uit in de klas en laat leerlingen vervolgens de betekenis van de getekende begrippen raden. Let op dat je wel voor begrippen kiest die goed te tekenen zijn. Geschiedenis is een erg talig vak. Deze werkvorm vormt daar een welkome afwisseling op. Hierdoor kunnen ook minder taalvaardige leerlingen goed meedoen. Daarnaast helpt het leerlingen begrippen goed te onthouden doordat ze verplicht moeten visualiseren. In onderstaande video zie je hoe studenten van de lerarenopleiding geschiedenis ‘begrippen tekenen’ met elkaar uitproberen.

  • Embedcode

Werkvorm 5: Dorpen vergelijken

Tijdens de geschiedenisles worden leerlingen geacht de tien tijdvakken te leren. Maar de kenmerkende aspecten van die tijdvakken zijn vaak abstract. Een manier om die abstracte aspecten tastbaarder te maken is met de werkvorm ‘dorpen vergelijken’. Hier gebruik je twee platen van hetzelfde dorp, maar in twee verschillende tijdsperiodes. Met je leerlingen vergelijk je deze twee dorpjes over de eeuwen heen. Je laat leerlingen beredeneren waarom sommige dingen zijn veranderd. Het kan lastig zijn om geschikte platen te vinden. Een alternatief kan dan zijn om leerlingen twee verschillende dorpen te laten tekenen. Daarnaast hebben leerlingen voldoende kennis van beide tijdvakken nodig om de verschillen te interpreteren. In onderstaande video zie je hoe studenten van de lerarenopleiding geschiedenis Dorpen vergelijken met elkaar uitproberen.

  • Embedcode

Meer weten?

Wil je verder verdiepen in activerende werkvormen voor de geschiedenisles? Lees dan onderstaande artikelen:

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Mens & maatschappij


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.