Differentiëren in alle lessen én daarbuiten? Deze school doet het
praktijk
po

Differentiëren in alle lessen én daarbuiten? Deze school doet het

Op Basisschool Oostelijke Eilanden in Amsterdam differentiëren leerkrachten binnen de klas op niveau en interesse. Buiten de klas biedt de school een DenkLab en een klusklas aan voor leerlingen die meer uitdaging of extra aandacht kunnen gebruiken. Drie leerkrachten vertellen hoe ze te werk gaan.

  • Deze video kan worden embed

Het aanpassen van instructie, leertijd of lesstof, of een combinatie daarvan: dat is in het kort de definitie van differentiëren. Nienke Mann, leerkracht van groep 5 op Basisschool Oostelijke Eilanden (de BOE) in Amsterdam, houdt zich er tijdens haar lessen continu mee bezig. “Het liefst leert en ontwikkelt iedere leerling zich op zijn eigen niveau. Dat vraagt iets van je als leraar.” 

Tijdens het lesgeven uit de methodes differentieert Mann met name op niveau. Daarnaast geeft de BOE ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO), waardoor er veel ruimte is om te differentiëren op interesse.

Leerlingen continu uitdagen

In de klas werkt Mann met Expliciete Directe Instructie (EDI), waarbij leerlingen stap voor stap uitleg krijgen. De leraar controleert regelmatig de voorkennis van leerlingenen gaat na of iedereen de stof begrijpt. Leerlingen die de stof sneller oppakken, doen slechts twee dagen per week mee aan de instructie. Op de andere dagen kunnen ze meteen aan de slag met de verwerking. Mann: “Ze maken minder stof, maar krijgen meer uitdaging in pluswerkboeken en de verdiepingsopdrachten van de methodes.”

Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen verlengde instructie. Daarbij is het belangrijk om ook deze leerlingen te blijven uitdagen en niet te afhankelijk van jezelf te maken, zegt Mann. “Zodra ik merk dat een leerling de stof doorheeft, geef ik complimenten en stimuleer ik die leerling zelf verder te werken. Vaak geeft dat genoeg zelfvertrouwen om het zelfstandig te proberen.”

‘Van de autonomie die leerlingen krijgen, profiteren ze de rest van hun leven’

Meten is weten

Om te volgen of alle leerlingen voldoende groei doormaken, plant Mann regelmatig meetmomenten in. De school gebruikt hiervoor onder andere IEP-toetsen, die zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart brengen. “De uitkomsten gebruik ik om te controleren of mijn aanbod en inschatting kloppen”, zegt Mann. “Soms zie ik dan dat de ene leerling meer zelfstandigheid aankan, terwijl ik de ander juist meer moet begeleiden.”

Als beginnende leerkracht vond Mann het soms spannend om leerlingen veel vrijheid en verantwoordelijkheid te geven, maar inmiddels is ze ervan overtuigd dat ze meer aankunnen dan je denkt. “Bovendien geeft het ze autonomie, daarvan profiteren ze de rest van hun leven.”

Zo leg je je differentiatiebeleid vast

Om afspraken schoolbreed vast te leggen, werken leerkrachten op de BOE met kwaliteitskaarten, die ontwikkeld worden in werkgroepen. Op de kwaliteitskaarten staan het schoolbeleid en de visie rondom een specifiek onderwerp beschreven. Er is bijvoorbeeld een kwaliteitskaart voor cognitief talentvolle leerlingen, maar er zijn ook kaarten voor rekenen en taal. Differentiatie is een belangrijk onderdeel van de kwaliteitskaarten. De kaarten worden regelmatig geëvalueerd en geactualiseerd.

Zelf kiezen wat je wil onderzoeken

Leerlingen kunnen binnen het thema of project dat op dat moment centraal staat, aangeven waar hun interesse ligt. Dit biedt veel ruimte om te differentiëren op basis van interesse. Leerlingen kiezen zelf waarnaar ze onderzoek willen doen, vertelt Mann. “Binnen het thema ruimte maakt de ene leerling een kwartet, doet een ander onderzoek naar Pluto en bouwt weer een ander een ruimteschip. Ondertussen stel ik kritische vragen om hen uit te dagen hun verwerking naar een hoger plan te tillen.”

‘In het DenkLab werken leerlingen aan hun IQ en EQ’

Meer uitdaging in het DenkLab

Leerlingen uit groep 1/2 die meer uitdaging kunnen gebruiken, gaan elke week 45 minuten naar het DenkLab en leerlingen uit groep 3 t/m 8 anderhalf uur. Tijdens deze uren staan twee verschillende aandachtsgebieden centraal, vertelt Mitchel Demmers, die lesgeeft aan leerlingen van groep 3 t/m 8 in het DenkLab. “De leerlingen werken aan hun IQ en hun EQ. Op IQ-gebied maken ze moeilijkere opdrachten dan in de reguliere lessen en gaan ze aan de slag met ontwerpend leren, onderzoekend leren, filosoferen en breinbrekers. Op EQ-gebied werken leerlingen aan hun emotionele belevingswereld, zoals hun growth mindset, en aan hoe ze omgaan met hun emoties en gevoelens. Ze leren woorden geven aan hun emoties en oefenen met hun executieve vaardigheden.” 

Wat Demmers in het DenkLab waarneemt, kan de groepsleerkrachten helpen in hun zoektocht naar extra uitdaging voor deze leerlingen. Zo zag Demmers hoe een leerling zich vaak verveelde tijdens de les. “In het DenkLab viel op hoeveel ze van taal en schrijven hield. In overleg met haar leerkracht hebben we ervoor gezorgd dat ze lid werd van de redactie van de schoolkrant. Ze leefde daar helemaal van op, ook in de klas.”

‘Ik doe vaak alsof ik niet weet hoe iets werkt en laat het de leerlingen aan mij uitleggen’

Extra aandacht in de klusklas

Voor leerlingen in groep 6, 7 en 8 die minder goed meekomen in de reguliere lessen en meer aandacht kunnen gebruiken, is er de klusklas. Elke vrijdag ontvangt Ger Casparie drie groepjes van ongeveer zes leerlingen, waarmee hij anderhalf uur gaat klussen. Dat klussen gaat van technisch koken tot houtbewerking en van naaien tot 3D-printen. 

Doordat de groepjes klein zijn, kan Casparie iedere leerling veel aandacht geven en goed differentiëren. “Aan het begin van de lessenreeks bespreek ik met de docent en ib’er de individuele persoonlijke leerdoelen van een leerling. Dat leerdoel benoem ik concreet tijdens de lessen. Zijn er twee leerlingen die moeten leren samenwerken? Dan zeg ik: ‘Jij doet dingen liever alleen en jij vindt het lastig om je ruimte in te nemen, daarom gaan jullie vandaag met elkaar leren samenwerken.’ Zo weten ze waar ze aan toe zijn.”

Naast zijn baan in het onderwijs geeft Casparie communicatietrainingen waarin hij gebruikmaakt van improvisatietheater. Die improvisatietechnieken zet hij in tijdens zijn lessen. “Ik laat leerlingen gecontroleerd fouten maken. Daar leren ze meer van dan als ik ze vooraf waarschuw. Ook doe ik regelmatig alsof ik niet weet hoe iets werkt en laat ik het de leerlingen aan mij uitleggen. Ze groeien omdat zij ineens kunnen shinen. Mijn doel is bereikt als leerlingen stapsgewijs iets hebben gemaakt waar ze eerst tegenop zagen en daarna met meer zelfvertrouwen in de klas zitten.”

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.