Hoe begeleid je leerlingen bij het stellen van een onderzoeksvraag?

NRO | 07 juni 2019

Op basisschool de Apollo 11 werken leerlingen vanuit eigen vragen aan een onderzoek. Dit vraagt andere leerkrachtvaardigheden dan het geven van vakgericht onderwijs. Marie-Louise Bijl deed in samenwerking met de Universiteit van Utrecht onderzoek naar hoe je leerlingen het beste begeleidt bij het stellen van een onderzoeksvraag. Met als resultaat een begeleidingsboekje voor leraren met werkvormen, begeleidingsvragen en observatiepunten.

Onderzoekend leren wordt op basisschool de Apollo 11 vorm gegeven vanuit de onderzoekcyclus van het Wetenschapsknooppunt. De begeleidingsboekjes van Bijl helpen leraren om leerlingen tijdens alle fasen van de cyclus goed te begeleiden. Per stap van de cyclus van onderzoekend leren zijn handvatten, werkvormen en praktische tips opgenomen voor de begeleiding. Ook zijn er adviezen voor het integreren van woordenschatonderwijs. Leerlingen leren zo een goede onderzoeksvraag te stellen.

Het stellen van begeleidingsvragen

Tijdens onderzoekend leren heeft de leraar een coachende rol. De leraar geeft geen antwoord op de vragen van leerlingen, maar daagt ze juist uit om zelf een antwoord te vinden. Met de begeleidingsvragen uit de boekjes kan de leraar vragen stellen waarmee hij de leerlingen echt aan het denken zet. De leraar maakt zelf de keuze welke vragen hij actief inzet. Voorbeelden van begeleidingsvragen zijn:

  • Kan dit gebeurd zijn en waarom wel of niet?
  • Welke manieren kunnen jullie bedenken om achter het antwoord op jullie vragen te komen?
  • Welke manieren zullen het beste werken? Waarom denken jullie dat?
  • Hoe kunnen jullie erachter komen of jullie oplossing werkt?
  • Wanneer is je onderzoek gelukt? Bedenk samen minimaal twee voorwaarden.
  • Hoe denk je nu dat het antwoord/de oplossing eruit ziet?
  • Kun je aan de hand van de gegeven informatie een uitleg geven over…..?

Onderzoeksvraag formuleren met het vragenmachientje

Uit de praktijk blijkt dat leerlingen het lastig vinden om onderzoeksvragen op te stellen. Om te bepalen of een vraag een geschikte onderzoeksvraag is, gebruiken de leerlingen het vragenmachientje (Peeters e.a. 2014) als hulpmiddel. Het vragenmachientje geeft leerlingen inzicht in wat een goede onderzoeksvraag is. Leerlingen testen hun eigen onderzoeksvraag aan vooraf opgestelde criteria. Wanneer de vraag door het machientje heen komt, is het een geschikte onderzoeksvraag.

Het vragenmachientje heeft op de Apollo 11 een aangepaste versie voor groep 1-4. Deze versie heeft minder stappen en een actieve vorm. De verschillende stappen van het machientje liggen in hoepels waarna leerlingen letterlijk met hun onderzoeksvraag door het vragenmachientje lopen. Ze krijgen direct feedback van de leraar of medeleerlingen of de vraag een geschikte onderzoeksvraag is.

Tips voor het begeleiden van een onderzoek

  • Zorg dat de onderzoeksvragen de leerdoelen ondersteunen. Formuleer voorafgaand aan het project kennis- en vaardigheidsdoelen. Wat moeten ze na afloop weten van het onderwerp? En welke onderzoeksvaardigheden laat je aan bod komen?
  • Een handig middel voor het stimuleren van vragen stellen is een vragenmuur. Maak een onderverdeling tussen ‘wat weten we al?’ en ‘wat willen we weten?’ Om de vragenmuur levend te houden, kan de leraar voor zichzelf hardop vragen stellen (modellen) en deze ophangen.
  • Oefen eerst klassikaal met het vragenmachientje door enkele vragen samen met de leerlingen te doorlopen. Kies een vraag uit die wel door het vragenmachientje komt, maar ook een vraag waarbij dit niet lukt. Benadruk dat alle vragen in principe goede vragen zijn, ze zijn alleen niet allemaal onderzoekbaar. Hang de poster van het vragenmachientje op een zichtbare plek in de klas.
  • Als leerlingen moeite hebben met het formuleren van een onderzoekbare vraag mogen zij ook eerst een vraag van een ander niveau beantwoorden. Dit dient als opstapje naar een onderzoeksvraag.
  • De onderzoeksvragen moeten onderzoekbaar zijn met de materialen, mogelijkheden en ruimtes binnen de school. Door dit aan te geven, blijven de vragen realistisch en uitvoerbaar.
  • Let erop dat de leerlingen hun verzamelde data goed vastleggen zodat ze een goede conclusie kunnen trekken. Dit kan schriftelijk, digitaal, op flaps of met ingesproken memo’s, foto’s en video’s.
  • Leerlingen stuiten op basis van het gedane onderzoek soms op nieuwe, meer specifieke vragen. Ga dan de verdieping in door voor deze vragen een nieuw onderzoek op te starten.
  • Bespreek met leerlingen waar het antwoord op hun onderzoeksvraag nog meer van toepassing is. Als er een concreet probleem naar voren komt, laat de leerlingen dan een oplossing voor het probleem ontwerpen (ontwerpend leren).

NRO verbindingsprijs

Bijl was met haar onderzoek een van de drie kanshebbers voor de NRO- verbindingsprijs in 2018. De NRO-verbindingsprijs voor leraren gaat naar een onderwijsprofessional die in de school of klas effectief gebruikmaakt van wetenschappelijke inzichten om het onderwijs te verbeteren. Door het doen van twee onderzoeksrondes in en met de school heeft Bijl de begeleidingsboekjes verder verbeterd.

Meer weten over het formuleren van een onderzoeksvraag?

Onderstaande publicaties geven je meer informatie over onderzoekend leren in het basisonderwijs.

Heb je interesse in een voorbeeld van een begeleidingsboekje? Neem dan contact op met Marie-Louise Bijl.

In gesprek

Wil je meer weten over dit onderzoek? Of heb je interesse in een begeleidingsboekje? Neem dan contact op met Marie-Louise Bijl

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Wil je meer weten over dit onderzoek? Of heb je interesse in een begeleidingsboekje? Neem dan contact op met Marie-Louise Bijl

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.