Leraar24 logo
Wel of niet kansrijk bevorderen in coronatijd?
beleid
vo

Wel of niet kansrijk bevorderen in coronatijd?

Vorig schooljaar leek een uitzonderlijk jaar met maandenlang onderwijs op afstand. Aan het eind van de rit versoepelden veel scholen hun overgangsbeleid. Een deel van de leerlingen die toen het voordeel van de twijfel kregen loopt nu vast, met alle frustraties van dien. Hoe kun je deze groep het beste helpen?   

Vijf jongens zitten in de gang met schoolboeken en broodtrommels.
Foto: Reyer Boxem

Casper gaat naar de brugklas met een havo/vwo-advies, gemotiveerd om door te stromen naar het vwo. Zijn inzet wordt beloond met hoge cijfers, alleen wiskunde en biologie blijven achter. Wel zijn de cijfers voor die vakken net voldoende voor het vwo. Tijdens de lockdown blijven wiskunde en biologie struikelblokken, op afstand lijken deze vakken nog abstracter. Aan het eind van het schooljaar ziet de school Caspers onvoldoendes door de vingers, als de deuren weer opengaan kan hij die weer oppoetsen. Dat valt tegen: na de zomervakantie haalt Casper alle formules door elkaar en de lat van biologie ligt te hoog voor hem. De nieuwe lockdown voelt als een klap in zijn gezicht: tijdens de online lessen wiskunde en biologie voelt hij zich somber en neemt hij niets meer in zich op. Hoe goed zijn leraren hem ook begeleiden, Casper heeft niet de illusie dat hij ooit nog een voldoende haalt voor deze vakken.   

Basiskennis testen met starttoets

Het verhaal van Casper is verzonnen, maar niet uit de lucht gegrepen: veel scholen hebben te maken met leerlingen die, nadat ze vorig jaar kansrijk bevorderd zijn, nu opnieuw op hun tenen lopen. Ingrid Krooshof, docent Frans op het Candea College in Duiven, ziet dit ook in haar klassen. “Onze vakgroep is dit schooljaar bewust met een starttoets begonnen, zodat we direct konden zien waar hiaten zaten en daar extra aandacht aan konden besteden. Wat mij opvalt, is dat sommige leerlingen de basis missen. Je haalt dan alles uit de kast om ze bij te spijkeren, maar op een gegeven moment moet je verder met die basiskennis en dan haken ze af. Ik zie dat dat mentaal wat met deze leerlingen doet: ze raken gefrustreerd, gedemotiveerd en in het ergste geval depressief.” Krooshof schetst een dilemma waar veel scholen de komende overgangsvergadering mee te maken krijgen: “Ik ben een groot voorstander van kansen bieden, maar voor mij is het dit jaar de vraag of we deze leerlingen kansen bieden als we ze over laten gaan.”       

Wat zeggen de cijfers over zittenblijven? 

Tot en met 2016 nam het aantal zittenblijvers op het vo af. In dat jaar deed ongeveer 5% van de leerlingen een jaartje over. De laatste cijfers zijn van 2019, waarin dit aantal steeg naar meer dan 6%. In de handreiking Aan de slag om zittenblijven te voorkomen van de VO-raad staat dat je soms niet om doubleren heen kunt, maar dat het uiteindelijk vaak niet bijdraagt aan een succesvolle schoolloopbaan. Voor veel leerlingen werkt het demotiverend en heeft het invloed op hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat kan negatief uitpakken voor de leerprestaties van de leerling en ook die van klasgenoten beïnvloeden. Hoewel er geen uitgebreid onderzoek is gedaan naar het alternatief voor zittenblijven – afstromen naar een lager niveau – zijn ook daarvan enkele effecten bekend. Een van die effecten is dat de cijfers van afstromers op gestandaardiseerde toetsen voor Nederlands en wiskunde naar een lager niveau dalen. Ook op langere termijn laten afstromers slechtere leerprestaties zien.  

Signaleer op tijd

Het beleidsonderzoek Laag aandeel zittenblijvers heeft mogelijkheden onderzocht om onnodig zittenblijven tegen te gaan. Schoolleiders die zich hierop focussen geven aan dat vroegtijdig signaleren de eerste stap is. Denk daarbij aan regelmatig toetsen en meetmomenten inlassen, evalueren van tussentijdse resultaten, regelmatig resultaten bespreken in kernteams en teamvergaderingen en leerlingen volgen in leerlingvolgsystemen. Ook is het signaleren van sociaal-emotionele problematiek een belangrijk punt. Het is een taak van de mentor de ontwikkeling van de leerling in de gaten te houden en de leerling persoonlijk goed te kennen. Als mentoren een klas meerdere jaren begeleiden, hebben ze meer tijd een band met hun leerlingen op te bouwen. Volgens de Inspectie van het Onderwijs kunnen scholen het schoolsucces van leerlingen bevorderen door de ondersteuning en begeleiding af te stemmen op de individuele ontwikkeling van een leerling. Maatwerk dus.  

Onderwijs op maat

Voorbeelden van onderwijs op maat zijn persoonlijke lesroosters, bijscholing en afspraken maken over overgaan. Bij een persoonlijk lesrooster kan een leerling de uren waarin hij minder tijd hoeft te steken, gebruiken voor vakken waarvoor hij extra tijd nodig heeft. Bij bijscholing kun je denken aan bijles of vakantiescholen die leerlingen de kans geven hun achterstanden op een aantal vakken weg te werken. Soms ligt het probleem van zittenblijven niet bij de capaciteiten van de leerling, maar bij zijn gedrag. In dat geval kun je zijn motivatie stimuleren door samen afspraken te maken onder welke voorwaarden hij alsnog bevorderd kan worden. In dit traject is de rol van de ouders ook belangrijk, daarom is het aan te raden die erbij te betrekken. 

Extra hulpmiddelen

Al deze voorbeelden klinken prachtig, maar zijn soms lastig te realiseren in tijden van meerdere lockdowns en een groot lerarentekort. Dat realiseert de overheid zich ook. Vandaar dat die het Nationaal Programma Onderwijs in het leven heeft geroepen. Vanaf komend schooljaar ontvangt elke middelbare school gemiddeld 1,3 miljoen euro, uitgesmeerd over 2,5 jaar. Dit geld is bedoeld om leerlingen gericht te helpen, ook op sociaal-emotioneel gebied. Docenten bepalen mee hoe dit geld wordt ingezet. Daarbij kun je denken aan bijles, vakantiescholen en extra ondersteuning in de klas. Er zullen leerlingen zijn die inmiddels zo ver achterlopen dat ze hun vertraging niet meer kunnen wegwerken met deze extra ondersteuning. Wees daarom optimistisch, maar ook realistisch tijdens de overgangsvergadering. Stel met het team vragen als: ‘In welk leerjaar en op welk niveau komt de leerling het beste tot zijn recht?’ en ‘Waar komen zijn competenties en capaciteiten het meest tot uiting?’ De school kent de leerling het beste, dus weet wat het beste voor hem is. Dat kan in sommige gevallen een jaartje overdoen zijn. Het zijn uitzonderlijke tijden, dat snapt ook de Inspectie van het Onderwijs, vandaar dat die komend schooljaar niet oordeelt over onderwijsresultaten. 

Meer weten?

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Toetsen & beoordelen

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.


Leraar24 is een samenwerking tussen