7 geleerde lessen over het geven van onderwijs aan Oekraïense leerlingen
Het Carmel College Salland kreeg van de gemeente het verzoek onderwijs op te zetten voor leerlingen uit Oekraïne. Nu de school een paar maanden op weg is blikt coördinator Silvette Nijkamp terug op wat goed gaat, wat anders kan en wat ze geleerd heeft.
Transcript
In deze video geeft teamleider van het Carmel College Salland, Silvette Nijkamp, in een interview toelichting over het onderwijs dat zij op hun locatie geven aan een groep Oekraïense leerlingen in de leeftijd van de middelbare school. Ook docent Nederlands Monique Klunder wordt geïnterviewd. De interviews worden verrijkt met fragmenten van lessituaties in de groep, waar soms ook een tolk een actieve rol speelt.
In beeld verschijnt een locatie van de middelbare school. In de vlaggenmast wappert de blauwgele vlag van Oekraïne. Op de deur van een klaslokaal hangt een papier met de lestijden naast een tekst in het Russisch en Oekraïens. Bij het raam hangen papieren vlaggetjes met het woord ‘Welkom”. De vlaggetjes hebben de kleuren van de Oekraïense vlag. Silvette Nijkamp wordt geïnterviewd in een verlaten klaslokaal.
SILVETTE NIJKAMP: “Sinds april vangen wij ongeveer achttien leerlingen hier op. Ik had zoiets dit vind ik gewoon heel erg leuk om te doen, dus tijd is lastig. Maar zin heb ik er wel in omdat ik vind Je moet je verantwoordelijkheid ook nemen in sommige situaties.”
Docent Monique staat voor het begin van de les voor een smartboard. Eén van de leerlingen zet zijn mobiele telefoon in de organizer aan de muur en loopt naar zijn plek. Andere leerlingen zitten al aan hun tafel. Tijdens het interview zit Monique in de lege klas voor een poster met verschillende pictogrammen van woorden die in het dagelijks leven veel worden gebruikt. Bij elk pictogram staat het Nederlandse woord en de vertaling.
MONIQUE KLUNDER: “Je bent er wat eerder en ze komen binnen. En dan vraag je al wat ze in het weekend gedaan hebben of waar hun buurvrouw of buurman is. En dan hoor je al wel of dat kinderen er wel of niet zijn en waarom. En ze hebben wel het gevoel dat we ze in de gaten houden. En dat is belangrijk denk ik. Want ze willen misschien soms liever gewoon in bed blijven liggen.
In de klas zijn enkele tafeltjes onbezet.
MONIQUE KLUNDER: (TIJDENS DE LES): “Dan gaan we gewoon beginnen.”
MONIQUE KLUNDER: (TIJDENS HET INTERVIEW): “Het gaat eerst om woordenschat verwerven, dus het het zit heel erg op het niveau van nieuwe woorden leren en met die woorden eenvoudige vragen beantwoorden.”
Tijdens de les.
LEERLING: “Appel”.
MONIQUE: “De appel”.
Monique wijst op een plaatje op het smartboard.
LEERLING: “De boterham.”
MONIQUE: “Boterham. Het…?”
LEERLING: “Brood.”
MONIQUE: “Wat eet jij ’s ochtends?”
LEERLINGE: “Een boterham met kaas.”
MONIQUE (RUSTIG UITGESPROKEN): “Lekker. Drink je er ook iets bij?”
De leerlinge spiekt op een blaadje.
LEERLINGE: “Ehm, ik denk ik drink… sap?”
MONIQUE: “Jij drinkt sap. Heel lekker.”
SILVETTE NIJKAMP: “De uitdagingen in de organisatie is voornamelijk dat wij in april hebben gezegd we starten met halve dagen. Dat is behapbaar. Dat kunnen we overzien. Na de zomervakantie moeten we naar hele dagen toe en dat betekent voor ons een lestabel van 30 tot 32 uur. Wat bied je aan? Hoe lang bied je het aan? Maar ook de wens van een aantal ouders dat vooral het onderwijs vanuit hun eigen land ook gevolgd wordt. En ook wie komt er na de zomer terug?”
MONIQUE (TIJDENS DE LES): “Hoe laat is de lunch?”
LEERLING: “13.00 uur.”
MONIQUE (GEBAART NADRUKKELIJK MET HAAR HANDEN): “Of tussen 12.00 uur en? 13.00 uur. Wij zeggen ook, dat is tussen de middag. Tussen de middag. Gek hè?”
Tijdens de les staat een vrouwelijke tolk naast Monique. Op de tafeltjes liggen blaadjes met een vouw in het midden. Boven aan staat een afbeelding, onder de vouw staat het Nederlandse woord, inclusief het lidwoord. Bijvoorbeeld: het avondeten, de lunch, het ontbijt.
MONIQUE KLUNDER: “We werken ook met een tolk. Leerlingen moesten behoorlijk aanpassen en wennen. Sommige kunnen wel Engels, maar het bleek al gauw in de dagelijkse praktijk dat die tolk van onmisbare waarde was.”
De tolk staat voor een leerling.
TOLK: “Het mes, de messen.”
Ze kijkt naar Monique ter controle.
MONIQUE: “Ja. Meervoud is altijd ‘de’.”
De tolk vertaalt naar de leerling.
MONIQUE KLUNDER: “Ik denk dat het wel goed is om na verloop van tijd de aanwezigheid van de tolk af te bouwen, Omdat leerlingen genoodzaakt worden om dat in het Nederlands te doen.”
SILVETTE NIJKAMP: “Wij dachten eerst voornamelijk horizontaal, dus wie is er op maandag? Wie is er op dinsdag? Wie is er op woensdag om het mens te krijgen? Toen bood Monique ook aan van ik kan wel elke dag Nederlands geven en dat heeft een verdiepingsslag gegeven. Het idee dat je iemand hebt die elke dag de kinderen ziet en ook echt kent, dat is heel belangrijk. Ik probeer contact te houden door elke dag even langs te lopen bij de klas. Dat is niet omdat ik denk van gaat dat goed? Ik vind het gewoon heel erg leuk om te zien hoe de ontwikkelingen verder gaan. De namen van de leerlingen weet ik inmiddels zelf ook, dat als Monique of Miranda of wie er ook op de klas staat, zegt nou met die en die kan hij wel goed zien. Ik heb. Ik vraag me af of hij misschien een bril nodig heeft. Dan maken we daar werk van om te kijken hoe het of het opgelost kan worden.”
De interviews worden afgewisseld met beelden uit de klas waar Monique uitleg geeft en oefent met de leerlingen aan de hand van de blaadjes met afbeeldingen en woorden. Aan de muur in het lokaal hangen verschillende tekeningen aan de muur waar begrippen staan bijgeschreven. Monique loopt de klas rond en helpt leerlingen individueel als zijn zelfstandig een werkblad invullen.
SILVETTE NIJKAMP: “We hebben twee weken terug een ouderbijeenkomst gehad met kinderopvang, primair onderwijs en wijzelf om uit te leggen van wat doen wij nu precies? En zijn er ook vragen vanuit de ouders? En daar was een heleboel emotie, maar ook veel dankbaarheid hebben we daar gezien en ook veel vragen van nou, hoe doen jullie dat nu en hoe kunnen we het contact klein maken?”
MONIQUE KLUNDER: “Ik geef les aan anderstaligen door zo veel mogelijk in het Nederlands te spreken. Ik probeer er zoveel mogelijk gebaren bij te maken en connectie te zoeken met de leerlingen. Er zit er één die geeft altijd meteen antwoord omdat ze alles weet. En toen heb ik twee kaartjes Groen voor waar en oranje voor niet waar. Op de tafels neergelegd zodat iedereen antwoord moet geven. En dan raakt iedereen ook beter betrokken natuurlijk.”
In de klas.
MONIQUE: “14, 15…?”
LEERLINGEN: “16, 17.”
Monique knikt bevestigend.
MONIQUE KLUNDER: “Ja, ik vind het belangrijk dat de leerlingen hier in duo’s naar reguliere klassen kunnen als ze dat willen. En ik zie daar natuurlijk het grote voordeel van dat ze in die omgeving aansluiting vinden. En ze vinden het ook echt heel interessant, want na de eerste keer dat ze mee mochten lopen, vroegen ze meteen aan mij of dat ze weer mochten.”
Ze kijkt mee bij een jongen.
MONIQUE: “Top man. Goed. Goed bezig!”
MONIQUE KLUNDER: “Het is echt heel boeiend om te doen En ik vind het ook heel mooi dat dat met de collega’s zo goed loopt.”
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.
Les 1 Werk samen en vraag om hulp
Silvette Nijkamp is teamleider van het onderwijs aan Oekraïense leerlingen op het Carmel College Salland in Raalte. De organisatie hiervan begon met een stuurgroep, waarin ook bestuurders en directeuren van stichting Epos, het primair onderwijs en de kinderopvang zitten. “Samen hebben we een intake georganiseerd voor de gezinnen, met een tolk erbij. We wilden bijvoorbeeld een inschatting maken van het niveau van de leerlingen. Voor praktische zaken, zoals het regelen van fietsen voor de leerlingen, weten we inmiddels onze weg te vinden bij de gemeente. Met inhoudelijke vragen gaan we naar de internationale schakelklas (ISK) in Deventer. Zij hebben het ook enorm druk met Oekraïense leerlingen, maar zijn heel benaderbaar en hebben veel ervaring. Verder hebben we gemerkt dat de samenwerking met een tolk – met name bij de opstart – noodzakelijk is: voor de praktische zaken, maar ook tijdens de lessen. De beste combinatie tijdens het lesgeven is die van een leraar, een klassenassistent en een tolk.”
Les 2 Blijf flexibel
“Na de kennismakingsgesprekken verwachtten we 15 leerlingen tussen de 12 en 17 jaar. Maar op de eerste lesochtend waren er plotseling drie extra leerlingen. We hebben ze toegelaten, al bleken ze ouder dan 18. Ze zochten naar een nuttige daginvulling. Inmiddels zijn er een paar aan het werk, één leerling gaat doorstuderen. Het blijft iedere dag onzeker hoeveel leerlingen er zullen zijn. Sommige komen niet iedere dag en een aantal is alweer verhuisd. Hoeveel het er na de zomer zijn? Ik heb geen idee. Omdat we per leerling een vergoeding krijgen en hun aantal onbekend is, weet ik dus ook niet hoeveel fte’s ik kan inplannen.”
Les 3 Pas het curriculum aan
“Normaal bestaat een nieuwkomersprogramma uit drie onderdelen: Nederlandse les, lessen in de eigen taal en sport en cultuur & ontspanning. Al snel merkten we dat deze leerlingen niet alleen maar Nederlands wilden leren, omdat ze hier in principe niet willen blijven. Toch zien ze nu, enkele maanden later, in dat het nuttig kan zijn om wat Nederlands te spreken. In overleg met ISK Deventer hebben we besloten om naast de lessen Nederlands ook Engels te gaan geven. De lessen in hun eigen taal stonden klaar: bijna allemaal volgen ze ’s middags online lessen van een leraar uit Oekraïne.”
Les 4 Vraag collega’s met een passie voor deze doelgroep
“De collega’s die ik heb gevraagd deze leerlingen les te geven, grepen die uitdaging met beide handen aan. Eén van hen was zelfs al met pensioen. Een ander deel van het lerarenteam zegt: wat dapper dat jullie lesgeven aan leerlingen die je niet kunt verstaan. Maar deze collega’s vinden het vanzelfsprekend dat ze dit doen voor leerlingen die een oorlog hebben meegemaakt. Weet dus goed welke collega’s voor deze taak geschikt zijn. Het valt en staat met mensen die hier vol passie voor gaan. Je moet creatief ingesteld zijn, want het is geen doorsnee klas. Als ik niet de juiste mensen met de juiste mindset hier voor had gevonden, was het niet zo snel opgestart.”
Les 5 Vul het rooster in grove lijnen in
“De grootste uitdaging was het rondkrijgen van het rooster voor de collega’s. Eerst keek ik op microniveau welke collega ik op welke ochtend voor de klas kon zetten. Maar dat was enorm lastig en ad hoc. De verantwoordelijkheid voor de lessen Engels ligt daarom nu bij de sectie Engels, een andere collega zorgt ervoor dat de lessen Nederlands gegeven worden. Dat liep tijdens de examenperiode goed, omdat veel collega’s extra ruimte hadden in hun rooster. Ik vind het wel spannend hoe dat na de zomer gaat.”
Les 6 Begin gewoon
“We zijn van start gegaan met het idee: alles wat we kunnen doen, doen we. Het enige wat we van deze leerlingen wisten, stond op een vertaald aanmeldformulier. We hebben de leerlingen op gevoel ingedeeld en zijn begonnen met de lessen. In de praktijk merk je snel genoeg welke leerling iets snel oppakt en welke niet. Nu het onderwijs staat, willen we de volgende stap zetten. Zeven leerlingen durven het aan om in duo’s lessen te gaan volgen in de reguliere klassen. Als dat goed gaat, gaan we kijken hoe we het onderwijs verder kunnen uitbreiden.”
Les 7 Focus op ontspanning
“We willen de leerlingen zoveel mogelijk ontspannen naar school laten komen en inspelen op de vragen die er liggen. Lang niet alles kunnen we oplossen. Er was bijvoorbeeld een jongen die alleen in een gastgezin zat en heel ongelukkig was. Hij kwam niet tot leren en dat is begrijpelijk. Het enige wat wij dan kunnen doen is hem met een tolk laten praten, horen wat er aan de hand is en proberen hulp in te schakelen.”
Geef je ook les aan leerlingen uit Oekraïne?
In deze handreiking vind je meer informatie over de invulling van het onderwijs, de inzet van onderwijspersoneel, bekostiging en toezicht. De handreiking is bedoeld voor schoolleiders, besturen en gemeenten.
Meer weten?
- LOWAN heeft het gratis NT2 Startpakket. Het is ook inzetbaar voor de onervaren NT2-docent.
- Een stappenplan van LOWAN helpt je op weg bij het opzetten van een tijdelijke onderwijsvoorziening.
- Stichting Common Frames organiseert film- en medialessen voor jonge nieuwkomers, om deze groep te versterken.
- Adviezen over de ondersteuning van nieuwkomersleerlingen in het reguliere vo lees je in de brochure Maatwerk voor Nieuwkomersleerlingen van de VO-raad.