Geef leerlingen in een onderwijszorggroep een goed leven
praktijk
so

Geef leerlingen in een onderwijszorggroep een goed leven

Lesgeven aan leerlingen met ernstige verstandelijke of meervoudige beperkingen kan een uitdaging zijn. Bijvoorbeeld omdat ze niet goed kunnen aangeven waaraan ze behoefte hebben. Hoe stimuleer je de ontwikkeling van deze leerlingen? De Herman Broerenschool gebruikt een programma dat hierbij helpt.

  • Deze video kan worden embed

De Herman Broerenschool in Roermond heeft een so- en een vso-zorggroep voor leerlingen met ernstige verstandelijke of meervoudige beperkingen. Leraren en begeleiders van deze onderwijszorggroepen wilden de kwaliteit van het onderwijs voor hun leerlingen verbeteren. Daarom gingen ze op zoek naar een programma dat hierbij ondersteuning kon bieden. Ze kozen het LACCS-programma, dat uitgaat van een goed leven voor deze leerlingen aan de hand van vijf gebieden: lichamelijk welzijn, alertheid, contact, communicatie en stimulerende tijdsbesteding. 

Puzzelstukje in de rijst

Miranda Klesman geeft les aan de so-zorggroep, die bestaat uit zeven leerlingen van 5 tot 9 jaar. “Het niveau van deze leerlingen is laag, ik zal ze nooit kunnen leren lezen of rekenen, maar ze kunnen zich wel op andere vlakken ontwikkelen. De grootste uitdaging in communicatie voor deze leerlingen is dat de omgeving de signalen die ze geven op de juiste manier interpreteert.” 

Klesman en haar collega’s besteden in de groep veel aandacht aan zelfredzaamheid. Denk aan aanwijzen welk beleg je op je brood wilt, of duidelijk maken dat je naar de wc moet. Waar de leraren in andere groepen met methodes werken, stimuleren ze leerlingen in de zorggroep met activiteiten op maat. 

Zo had Klesman een leerling die het moeilijk vond om zich op een werkje te richten. Hij wilde graag puzzelen, maar kwam nooit verder dan twee stukjes. Door hem te observeren aan de hand van de vijf LACCS-gebieden ontdekte ze dat hij niet alert genoeg was. Ze kwam op het idee zijn zintuigen te prikkelen met een bak rijst. Daar stopte ze steeds een puzzelstukje in. “Het prikkelde hem om met zijn handen in die bak rijst het puzzelstukje te zoeken. Zo leerde hij een puzzel maken.”  

Goed leven-gesprekken

Voorheen werkte de zorggroep met leerlijnen en leerdoelen die gelijk waren aan die van leerlingen die niet in de zorggroep zitten. “Een paar keer per jaar hadden we een ontwikkelingsperspectiefgesprek”, vertelt Tanja Franssen, moeder van leerling Jolenne. “De doelen die gesteld werden waren te hoog gegrepen voor Jolenne, waardoor het op papier leek alsof ze stilstond in haar ontwikkeling. Dat is als ouder niet leuk om te zien.” 

Sinds de school met het LACCS-programma werkt, zijn deze gesprekken vervangen door zogenoemde goed leven-gesprekken, waarbij ook de input van ouders van belang is. Franssen: “Zowel school als wij geven Jolenne voor elk van de vijf waarden een cijfer. Als wij haar een 8 geven voor communicatie omdat dat thuis goed gaat en de school geeft een 6, dan gaan we inhoudelijk met elkaar in gesprek waar dit verschil in zit en hoe we elkaar kunnen versterken.” 

Uit de goed leven-gesprekken komen per leerling een of twee doelen voort met een bijbehorend stappenplan. Deze worden bij het volgende gesprek geëvalueerd en bijgesteld of uitgebreid. 

Tandpijn

Het LACCS-programma leerde Leonie Verijdt, leraar van de vso-zorggroep, op een andere manier naar haar leerlingen kijken. “Het is moeilijk om aan de buitenkant te zien wat er achter het gedrag van een leerling schuilgaat. We hebben nu een manier gevonden om dat te kunnen doorgronden. Wat helpt is als je daar met collega’s in dezelfde taal over kunt praten. Ons uitgangspunt is dat we het leven van onze leerlingen beter maken dan het was.” 

En dat ziet Verijdt in haar groep gebeuren. Zo was een van haar leerlingen altijd gespannen in de klas. Ze kon niet met hem in contact komen of hem stimuleren aan doelen te werken. Toen ze hem aan de hand van de LACCS-waarden observeerde, viel haar op dat hij veel water dronk en zijn vinger steeds in zijn oor drukte. “Ik dacht dat hij misschien last had van tandpijn en met het water en zijn vinger de pijn probeerde te verzachten.” 

Verijdt kaartte dit aan bij zijn ouders, die vervolgens met hem naar de tandarts gingen. “Hij bleek gaatjes en drie rotte tanden te hebben die getrokken moesten worden.” Sinds dat probleem is opgelost, voelt hij zich beter en maakt hij stapjes in zijn ontwikkeling. 

Contact maken

Ook Tanja Franssen, moeder van Jolenne, is enthousiast over de nieuwe aanpak van de school. “Jolenne zit hartstikke goed in haar vel.” En hoewel leerlingen in de zorggroep vaak erg op zichzelf zijn en allemaal een individuele zorgvraag hebben, ziet ze dat de klas meer dan voorheen een groep vormt. “Jolenne kent al haar klasgenoten en kan met klanken hun naam aangeven. Voor mij als ouder is het heel belangrijk dat ze gezien wordt en contact maakt. En dat gebeurt nu.”

Meer weten?

Blijf op de hoogte

Vandaag in je mailbox. Morgen toe te passen in de klas. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang praktische tips, actuele informatie en ideeën voor jouw dagelijkse onderwijspraktijk.