Activerende werkvormen als motor van je les
praktijk
po vo mbo so

Activerende werkvormen als motor van je les

Hoe activeer je leerlingen zonder dat het je uren aan voorbereiding kost? Volgens expert Martin Bruggink ligt de kracht van activerende werkvormen in eenvoud, slimme templates en een duidelijke instructie. Leraar24-ambassadeurs vertellen hoe zij hun leerlingen activeren.

vier jongens werken in de klas in hun schrift
© Rijksoverheid – SVD

Actief leren is een vorm van onderwijs die leerlingen laat analyseren en toepassen in plaats van slechts luisteren. Leerlingen worden uitgedaagd om actief met de leerstof aan de slag te gaan, kritisch na te denken en daarbij hogere denkvaardigheden te gebruiken, zoals analyseren, toepassen en evalueren.

Een goed voorbeeld daarvan is de werkvorm ‘de slang’. Martin Bruggink, voormalig vo-docent informatica en lerarenopleider aan de TU Delft, schreef een boek over actief leren. Hij legt uit wat ‘de slang’ inhoudt: “Leerlingen krijgen strookjes met vragen en antwoorden en moeten die zo aan elkaar leggen dat alles klopt. Zo’n opdracht is makkelijk te maken, vraagt van de leraar alleen een simpele instructie en laat de leerlingen direct zien of hun antwoorden goed zijn. En belangrijker: ze zijn actief bezig, overleggen met elkaar en praten over de inhoud. En juist dát is waar het om draait.”

Tijd besparen met templates

Uit onderzoek blijkt dat actief leren de betrokkenheid en het begrip van leerlingen verhoogt. Het helpt kennis beter te verwerken en onthouden en heeft een positief effect op leerresultaten. Veel voordelen dus, maar in de praktijk kan het een struikelblok zijn dat activerende werkvormen tijd kosten. Zowel qua voorbereiding als in de klas. Daarom bedacht Bruggink werkvormen die als een soort template te gebruiken zijn.

“Telkens een nieuwe werkvorm zoeken of bedenken kost veel tijd. Door werkvormen te ontwerpen die je kunt combineren met de lesstof, maak je het voor jezelf makkelijker en is het voor de leerlingen voorspelbaar.” Hij noemt een aardrijkskundeleraar die iedere les begint met een kruiswoordraadsel dat past bij de lesstof. “Het is altijd dezelfde vorm die weinig voorbereiding kost, toch is het effectief voor het herhalen van begrippen.”

Activeren als kern van je les

Een misverstand over activerende werkvormen, is dat het een extraatje zou zijn. Bruggink: “Terwijl activerende werkvormen juist goed onderdeel kunnen zijn van je les. Je kunt ze inzetten om stof te verkennen, voorkennis op te halen, leerlingen nieuwsgierig te maken of juist om te oefenen en te herhalen.”

Regie houden op het proces

Als leraaropleider zag Martin Bruggink dat activerende werkvormen bij de ene beginnende leraar heel goed werkten, maar bij een andere juist niet. Hij kwam erachter dat een groot deel van het succes zit in de instructie. “Je moet heel duidelijk zijn over wat leerlingen gaan doen, met wie ze dat doen, hoe lang het duurt en wat ze kunnen doen als ze klaar zijn. Noteer dat bijvoorbeeld op het digibord. Want als de instructie niet helder is, ontstaat er snel onrust en haken leerlingen af.”

Daarnaast adviseert Bruggink om eerst te zorgen dat iedereen aan het werk is voordat je als leraar ingaat op individuele vragen. “Laat leerlingen beginnen, geef ze de ruimte om samen dingen uit te zoeken, en ga niet meteen op vragen in. Zo behoud je overzicht en laat je het proces van actief leren op gang komen. Observeer of leerlingen met elkaar over de inhoud praten en bezig zijn met het materiaal. Als je dat bereikt, kunnen leerlingen zelf ontdekken.”

Leerlingen activeren? Zo doen de ambassadeurs van Leraar24 dat

Ook de ambassadeurs van Leraar24 activeren hun leerlingen, soms met behulp van een activerende werkvorm, maar ook op andere manieren.

1. Quiz als gespreksstarter of herhaling

Plickers is een leuke quiz als je leerlingen wilt activeren”, vertelt Jeffrey Kok, mbo-docent mobiliteit en voertuigen. Hij legt uit hoe hij die vorm gebruikt: “Iedere leerling krijgt een geprinte QR-code. Door die steeds een kwartslag te draaien, kunnen ze kiezen voor antwoord A, B, C of D. Ze houden hun antwoord in de lucht en ik richt mijn telefooncamera op alle codes tegelijk. Daardoor verschijnen de antwoorden in een keer op het digibord.”

Kok zet deze werkvorm vaak in aan het eind van een hoofdstuk of boek, maar ook tijdens de introductieweek. “Ik vraag bijvoorbeeld: ‘Wie woont het verst van de opleiding?’ De antwoorden die studenten geven, vormen dan een gespreksstarter.”

Ook Pieter Uittenbogaard, vo-docent economie, zet regelmatig een quiz in om leerlingen te activeren. “Voor het herhalen van lesstof gebruik ik Kahoot!. De leerlingen maken de quiz op laptops en in tweetallen. Ik maak er een competitie van: bij elke quiz kun je punten verdienen. Aan het einde van het jaar krijgen de winnaars een certificaat en een plek op de wall of fame.”

2. Altijd ingaan op interesses

Jefta Westra, vo-docent economie en ondernemen, activeert leerlingen door in te gaan op hun vragen en interesses. “Wat ik belangrijk vind, is dat ik nooit vragen afkap. Soms duurt een gesprek of discussie een hele les. Dat kan over de oorlog in Gaza gaan, of over drugsgebruik onder tieners. Als ik merk dat de leerlingen erop aangaan, betrek ik de hele klas erbij en koppel ik het gesprek aan de stof. Maar het is ook niet erg als dat niet lukt. Zo had ik laatst een gesprek over drugshandel en hoe die de economie beïnvloedt. Dat onderwerp had niets te maken met de stof waarmee ik op dat moment bezig was, maar het sloot wél aan bij mijn vak en het zette ze aan het denken.”

3. Bewegend leren

Justine Sombekke is mbo-docent aan de Entreeopleiding. Ze probeert haar studenten te activeren door ze letterlijk in beweging te laten komen. “Dat is op het mbo niet gangbaar, maar wel heel passend bij een doelgroep die ontzettend bewegelijk is. Wat ik bijvoorbeeld doe, is teksten met informatie door het lokaal en in de gang hangen, zodat ze op zoek moeten naar antwoorden op de vragen die ik ze geef. Als ze dat in tweetallen doen, leren ze tegelijkertijd ook samenwerken.”

Ook basisschoolleerkracht Mitchel Demmers zet graag in op bewegend leren. “Dat kan in alle lessen, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ga op je stoel staan als je denkt dat het antwoord goed is, of ga zitten op de grond als je denkt dat het fout is.’ Bij rekenen leent automatiseren zich om te bewegen: ik laat leerlingen bijvoorbeeld joggen terwijl ze keersommen opzeggen. Het voordeel is ook dat ik daarbij snel kunt zien of er een leerling is die iets niet snapt, zodat ik daar direct op kan inspelen.”

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.