‘Besteed geld en aandacht aan onderwijs, in plaats van aan processen en overleg’
Na meer dan veertig jaar in het onderwijs gaat docent, lerarenopleider, columnist en publicist Ton van Haperen met pensioen. Al die tijd gaf hij met plezier les en schreef hij scherpe columns over het doel van ons onderwijs.

In deze rubriek vragen we bevlogen onderwijsmensen naar hun persoonlijke missie, uitdagingen en drijfveren.
Naam: Ton van Haperen
Bekend als: leraar economie aan het Rythovius College in Eersel, docent aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, publicist en opinieleider, auteur van boeken, columns en artikelen over het onderwijs. Daarnaast is hij voorzitter van de stichting Meer Leren op School. Voor zijn grote bijdrage aan het onderwijs werd hij in 2026 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Dit is mijn persoonlijke onderwijsmissie:
“Dat kinderen meer leren op school én dat ze dat met plezier doen. Daarvan is momenteel absoluut geen sprake. Mentale klachten bij leerlingen nemen toe, de uitval is hoog en prestaties blijven achter. Er gaat dus iets helemaal niet goed.
Een belangrijke oorzaak daarvoor is het gebrek aan uniformiteit in ons onderwijs. Leraren hanteren verschillende visies: de een zegt dat leerlingen vooral zichzelf moeten zijn, de ander focust op prestaties. Dat zorgt voor verwarring bij leerlingen. Sterkere leerlingen passen zich meestal wel aan, maar anderen raken sneller de weg kwijt doordat verwachtingen niet duidelijk en consistent zijn.
Die verschillen zie je in de hele sector: van lerarenopleidingen tot scholen met elk hun eigen aanpak. Zo geef ik mijn 4 havo-leerlingen vier economielessen van vijftig minuten per week, terwijl andere scholen kiezen voor één les van tachtig minuten.
‘Mensen hoeven het niet met me eens te zijn, maar ik hoop dat ze denken: Wacht even, klopt dit? Zie ik dit ook?’
Zo wil ik dat bereiken:
“In de eerste plaats door goed les te geven. Daarnaast door leraren goed op te leiden. En tenslotte door te schrijven over wat ik in het onderwijs zie gebeuren. Ik hoop daarmee het gesprek op gang te brengen over de vraag: wat willen we eigenlijk bereiken met onderwijs?
Op de lerarenopleiding wil ik vooral meegeven dat goed onderwijs begint bij vakinhoud: je moet begrijpen wat je onderwijst. Maar daar houdt het niet op. Je moet ook nadenken over hoe leerlingen leren, hoe je hun ontwikkeling opbouwt en hoe je toetsen inzet. Nu gebeurt dat vaak intuïtief, en het verschilt sterk per leraar. Sommige docenten in het voortgezet onderwijs streven bijvoorbeeld naar een vijfeneenhalf als gemiddeld toetscijfer en zijn daarmee eigenlijk aan het selecteren. Maar een toets is geen intelligentietest, elke leerling is al toegelaten tot een bepaald onderwijsniveau en zou de stof dus moeten kunnen begrijpen. Vanuit die gedachte is het net zo logisch om uit te gaan van een tien gemiddeld. Maar die opvatting hoor je nooit.”
Zo sta ik bekend:
“Er zijn mensen die vinden dat ik met mijn columns en opiniestukken de spijker op de kop sla, maar er zijn er ook genoeg die mij een cynische etterbak vinden. Ik heb een sterke mening en ben ik graag duidelijk. Dat doe ik om een gevoel op te roepen. Mensen hoeven het niet met me eens te zijn, maar ik hoop dat ze denken: Wacht even, klopt dit? Zie ik dit ook? Om daar vervolgens over in gesprek te gaan. Ik beweer nooit dat ik de waarheid vertel. Dat zou ook totaal misplaatst zijn, want daarvoor is het onderwijs te complex. Maar een school is een samenwerkingsverband. Daarvoor is een gedeelde basis nodig.”
‘Steeds meer mensen houden zich bezig met beleid en overleg, terwijl de leerprestaties dalen. Die verhouding is ontzettend scheef’
Als ik één ding mocht veranderen in het onderwijs:
“Dan zou dat het bekostigingsstelsel zijn. Het aantal mensen dat zich bezighoudt met beleid en overleg in het onderwijs groeit, terwijl de leerprestaties juist dalen. Die verhouding is ontzettend scheef. Daarmee wil ik het belang van de schoolleiding niet bagatelliseren, want goede leiding is essentieel. Maar daaromheen is een bestuurlijke laag ontstaan waarin veel wordt overlegd, onderzocht en gerapporteerd, terwijl er weinig gebeurt.
Dat zie je bijvoorbeeld bij het verbod op mobiele telefoons op scholen. Je zou kunnen zeggen: mobiele telefoons horen niet in de klas, klaar. In plaats daarvan kwamen er richtlijnen die scholen zelf moesten invullen, gevolgd door rapporten en onderzoeken naar de effecten. Zo gaat het bij veel onderwerpen: er ligt veel nadruk op processen en zorgvuldigheid, en relatief weinig op concrete actie. Ik denk dat er onevenredig veel geld naar die processen gaat, geld dat beter direct in het onderwijs kan worden geïnvesteerd.”
Nu ik met pensioen ga:
“Is het tijd om het schrijven achter me te laten. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan, maar op een gegeven moment heb je gezegd wat je wilde zeggen. Bovendien ben ik realistisch: mijn stukken hebben het onderwijs niet fundamenteel veranderd. Dat kan ook niet, daarvoor is het onderwijs te complex en bovendien verandert de samenleving voortdurend.
Voor mij zat de waarde vooral in het gesprek dat eruit voortkwam. Schrijven was voor mij een manier om professionele discussies op gang te brengen en samen na te denken over het onderwijs. En uiteindelijk hoop ik toch vooral dat mijn leerlingen met plezier naar mijn lessen zijn gekomen en veel hebben geleerd.”
Meer weten?
- In zijn boek Het bezwaar van de leraar beschrijft Ton van Haperen wat hij in het onderwijs ziet gebeuren en hoe hij denkt dat het anders kan.
- Doorwerken na je pensioen? Susan deed het, en ze vertelt wat haar dat oplevert.
- Jacquelien Bulterman-Bos pleit voor hybride banen, waarin theorie en praktijk samenkomen.
- Uitval van leerlingen voorkomen? Dit kun je als leraar doen.