onderzoek
po

Leesvaardiger met e-boeken in groep 3

Kinderen uit groep 3 van de basisschool gaan beter lezen wanneer in het onderwijs (ook) digitale boeken worden gebruikt. Het inzetten van digitale boeken helpt vooral zwakke lezers bij het zelfstandig lezen. Een oplichtende tekst leidt daarbij tot betere leesresultaten dan wanneer de tekst niet oplicht, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.

  • Embedcode

Kinderen in groep 3 verschillen sterk in ontluikende en aanvankelijke leesvaardigheid. Daarom zijn methoden en middelen nodig voor onderwijs op maat (differentiatie), zodat alle kinderen profiteren. Differentiatie leidt veelal tot een hogere werkdruk bij leraren; om goed te kunnen differentiëren, ontbreekt vaak simpelweg de menskracht.

Differentiëren zonder extra werkdruk

Deze studie had als oogmerk leraren in groep 3 te helpen om drie doelen te realiseren:

  1. differentiëren in het leesonderwijs door het benutten van ICT,
  2. zodat ook zwakke lezers eenvoudig ‘leeskilometers’ kunnen maken, en
  3. de werkdruk van leraren niet toeneemt.

De onderzoekers verwachtten dat ze met de inzet van digitale boeken die doelen zouden bereiken.

Leeskaart voor motivatie

Twee onderzoeksgroepen en een controlegroep zijn met elkaar vergeleken op leereffecten. De eerste groep volgde het reguliere taal- en leesprogramma en las een schooljaar lang digitale boeken waarbij de tekst oplicht. Een tweede groep volgde het reguliere taal- en leesprogramma en las een schooljaar lang dezelfde digitale boeken waarbij tekst niet oplicht. De controlegroep volgde uitsluitend het reguliere taal- en leesprogramma.

Vier keer in de week lazen de leerlingen digitale boeken, op momenten die pasten binnen het lesprogramma. Op een leeskaart met boektitels hield het kind of de leraar bij welk boek gelezen moest worden. Als dat uit was, plakte de leraar een sticker achter de boektitel. Zo kon hij direct zien wat de leerling had gelezen. Voor de leerling was het motiverend om zoveel mogelijk stickers te verzamelen, die het aantal leeskilometers in beeld brachten.

Vooral goed voor zwakke lezers

De leraar selecteerde de zwakste lezers of leerlingen die baat zouden hebben bij het maken van extra leeskilometers voor het onderzoek. Aan het begin en aan het eind van het schooljaar werden technische leesvaardigheid en woordbegrip van de leerlingen gemeten. De resultaten toonden aan dat alle leerlingen profiteerden van het oefenen met digitale boekjes. De meeste effecten werden gemeten bij zwakke lezers. Oefenen met boekjes waarin de tekst oplichtte was effectiever dan oefenen met boekjes zonder oplichtende tekst.

Het gemiddeld percentage gerealiseerde leessessies was met 92% hoog. Dit getal toont aan dat de dagelijkse leestrainingen simpel waren uit te voeren. Slechts bij vier groepen 3 was het niet gelukt om alle vierentwintig geselecteerde e-boeken te lezen, door ziekte, vakantie of niet werkende computers.

Meer e-boeken nodig

Om digitale leeskilometers op grote schaal te kunnen invoeren is een uitgebreide digitale bibliotheek nodig. Dat kan door zelf de schoolbibliotheek te digitaliseren. Hoe je dat aanpakt lees je in het artikel Digitaliseren van gedrukte boeken (Universiteit Leiden, 2016). Het zou nog beter zijn als uitgevers de boekjes in grote aantallen gaan aanbieden op een gemeenschappelijk platform en gaan vormgeven op basis van resultaten uit wetenschappelijk onderzoek.

E-boeken inzetten in de klas

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Nederlands



Willemieke de Jong | 7 september 2017

Wat een mooi onderzoek!

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.