Zelfgestuurd leren

NRO | bijgewerkt op 13 april 2015

Zelfgestuurd leren is een belangrijk doel in het onderwijs. Dit vraagt behoorlijk veel van leerlingen. Zo moeten zij hun leerprocessen kunnen reguleren. Ook is er motivatie nodig om te leren en om dat zelfgestuurd te doen. Om dit te bereiken, kunnen cognitieve, metacognitieve en motivationele/ affectieve leerstrategieën helpen. Leerlingen ontwikkelen deze strategieën niet vanzelf. Hoe kun je dit als leraar ondersteunen?

In dit dossier vind je een overzicht van de belangrijkste bevindingen van een review studie. Deze studie richtte zich op onderzoek in en met de onderwijspraktijk in Nederland en Vlaanderen. Verder worden concrete tips gegeven die uit onderzoek naar voren komen.

Zelfgestuurd leren houdt in dat de leerling zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de eigen leerprocessen in handen neemt (Boekaerts & Simons, 1995). Drie invalshoeken zijn hierbij belangrijk: cognitie, metacognitie en motivatie/affect. Leerstrategieën in deze categorieën helpen leerlingen te komen tot zelfgestuurd leren.

Cognitieve, metacognitieve en motivationele/ affectieve leerstrategieën

Cognitieve leerstrategieën zijn gericht op het onthouden van informatie en het integreren van nieuwe informatie bij bestaande kennis in het geheugen.

Metacognitieve leerstrategieën dienen om het leren te reguleren. Hierbij kun je denken aan plannen, monitoren (tijdens een taak de voortgang bewaken) en evalueren.

Motivationele/ affectieve leerstrategieën gaan over motivatie voor leren en over het tonen van doorzettingsvermogen.

Plannen, voorspellen en kennis over strategieën belangrijk

Uit eerder onderzoek blijkt dat vooral plannen en voorspellen belangrijk zijn. Dit zie je terug bij leerlingen die goed nadenken voordat ze aan een taak beginnen, of die een plan van aanpak maken. Ook kennis over strategieën (metacognitieve kennis) is belangrijk. Dankzij deze kennis kunnen leerlingen taken beter uitvoeren. Ze snappen beter hoe ze hun werk moeten aanpakken en waarom ze dingen doen. Bovendien helpt het wanneer leerlingen in zien waarom taken belangrijk zijn. Wanneer leerlingen taken op waarde schatten (bijvoorbeeld wanneer deze geplaatst zijn in een authentieke context) ronden ze de taken vaker met succes af.

Uit het literatuuronderzoek Zelfgestuurd leren in de onderwijspraktijk (Kostons e.a., 2014) blijkt verder dat

  1. een combinatie van cognitieve en metacognitieve strategieën het meest effectief is;
  2. er over het effect van motivationele/affectieve strategieën nog weinig bekend is;
  3. leerstrategieën vooral aan bod komen bij begrijpend lezen en rekenen;
  4. met name hints en vragen stellen effectief zijn voor het aanleren van leerstrategieën.

Effectieve strategieën

Uit Zelfgestuurd leren in de onderwijspraktijk (Kostons e.a., 2014) blijkt dat de volgende strategieën het meest effectief zijn in de onderwijspraktijk in Nederland en Vlaanderen:

  • relateren: verbanden leggen, analogieën bedenken.
  • analyseren: lesstof opsplitsen in onderdelen, onderzoeken.
  • structureren: samenbrengen, schematiseren, ordenen.
  • oriënteren: voorbereiden van je leerproces.
  • plannen: ontwerpen van je leerproces, voorspellen.
  • evalueren: beoordelen van je leerproces (in licht van het plan en doel).

Combineer strategieën

Wanneer strategieën gecombineerd worden, is het effect vaak nog groter. Dit combineren moet dan inhoudelijk zinvol zijn. Bijvoorbeeld door een rekenles te beginnen met plannen (wat ga je doen, hoe veel tijd heb je nodig). Daarna gebruik je tijdens diezelfde les de strategie analyseren om de sommen op te lossen. Tot slot evalueer je hoe je de les hebt gedaan: heb je de sommen goed opgelost? Wat zou je een volgende keer nog beter kunnen doen?

Geschikte instructiemethoden: hints en modelling

Om deze strategieën aan te leren, kun je het best gebruik maken van een van de volgende instructiemethoden: hints (of vaste stappenplannen) of modelling.

Hints kunnen zowel in opdracht- als in vraagvorm worden aangeboden. Een voorbeeld van een opdracht-hint is: “Kijk wat voor type som dit is”. Een voorbeeld van een hint in vraagvorm is: “Welke getallen heb je nodig om tot de oplossing te komen?”

Voor welke vorm je kiest, hangt af van de kennis en ervaring van de leerling. Onervaren leerlingen hebben het meest aan gerichte hints. Wanneer leerlingen wat meer ervaren zijn, kun je ook gebruik maken van vragen stellen. Dit vergroot hun vaardigheden voor zelfregulerend leren.

Inhoudelijke hints gaan direct over de lesstof. Dit type hints helpt vooral om taken op te lossen. Procedurele hints gaan over de aanpak en zetten leerlingen meer aan tot zelfregulerend leren.

Modelling heeft betrekking op het voordoen van vaardigheden. Daarbij helpt het als de leerkracht hardop denkend een taak uitvoert. Zo kan expliciet worden benoemd wanneer, waarom en hoe bepaalde strategieën worden ingezet.

Handreikingen

Drie voorbeelden van elementen die in de reviewstudie Zelfgestuurd leren in de onderwijspraktijk (Kostons e.a., 2014) succesvol bleken.

1. Overdragen van verantwoordelijkheid in strategiegebruik

Oriëntatie:

  • De leraar bespreekt met de leerlingen wat de komende les gedaan gaat worden.

Demonstratie:

  • De leraar doet voor hoe een taak uitgevoerd moet worden.
  • De leraar legt daarbij uit waarom hij bepaalde stappen uitvoert.
  • De leraar vraagt leerlingen na te vertellen wat hij deed (controle van begrip).

Begeleide oefening:

  • Leerlingen werken aan een voorbeeld dat gedeeltelijk af is en vullen dit aan.
  • De leraar stuurt de leerlingen bij door middel van het stellen van gerichte vragen.

Zelfstandige verwerking:

  • Tijdens het werken herinnert de leraar leerlingen aan de planning die gemaakt is in de oriëntatiefase.
  • De leraar loopt rond in de klas en laat leerlingen hun aanpak verwoorden.

Afsluiting/terugkijken:

  • Samen kijken de leraar en leerlingen terug op het proces en het product.

2. Lijst met hints als geheugensteuntje

Als leraar kun je werken met een korte lijst met metacognitieve hints, die leerlingen als geheugensteuntje kunnen gebruiken.
Een voorbeeld van een lijstje dat gebruikt kan worden bij probleemoplossen:

  1. Probeer in eigen woorden te vertellen wat je al weet.
  2. Welke cijfers heb ik nodig om de som op te lossen?
  3. Welke stappen moet ik ondernemen om het probleem op te lossen?
  4. Controleer na elke stap of je wel vooruit komt in de som.
  5. Controleer je uitkomsten.
  6. Krijg je een oplossing voor je probleem?

3. Gebruik metacognitive, cognitieve en motivationele/ affectieve strategieën samen

Gebruik metacognitieve, cognitieve en motivationele/ affectieve strategieën bij elkaar. Een voorbeeld voor begrijpend lezen.

Focus bij aanvang van de les op de volgende aspecten:

  • Activeren van voorkennis (cognitie)
  • Waarom is dit belangrijk of interessant? (motivatie)

En let er tijdens het lezen op dat de leerling:

  • zichzelf af en toe een vraag stelt om zijn begrip te controleren (metacognitie)

referenties

In gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u mailen met de onderzoekers

Marie-Christine OpdenakkerDanny Kostons en Anouk Donker

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u mailen met de onderzoekers

Marie-Christine OpdenakkerDanny Kostons en Anouk Donker

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.